De hooivorken

Deze week was iedereen in de ban van de demonstraties in Kiev en het afscheid van Mandela. Dat heel Italië was lamgelegd door protesterende burgers, drong nauwelijks tot de wereld door.

Dat protest is echter geen nationaal issue. Het gaat alle Europeanen aan. Als het in Italië fout loopt, houdt geen reddingsfonds het land overeind. Sinds 2007 is het bbp 8,5 procent gekrompen. Particuliere consumptie daalde 7,6 procent, investeringen 28 procent, industriële output 23,4 procent. Met standvastig beleid is het schip weer op koers te krijgen. Maar politici rollen vechtend over straat en burgers hebben geen vertrouwen meer in hen. Toen opiniepeiler Pew dit voorjaar Italianen vroeg of hun kinderen het beter zouden hebben dan zij, antwoordde 14 procent met ‘ja’.

De demonstraties begonnen min of meer spontaan. Siciliaanse boeren, die zich in 2012 hadden verenigd in de beweging ‘hooivork’, blokkeerden deze week in enige steden pleinen en wegen vanwege stijgende belastingen, overheidsbezuinigingen en moordende concurrentie door supermarkten en Chinese winkels. Even later lag Italië plat, tot Turijn aan toe, waar demonstranten slaags raakten met de politie. De boeren kregen gezelschap van middenstanders, vrachtwagenchauffeurs en voetbalsupporters. (Extreem)-links en -rechts probeerden zich ermee te bemoeien. Binnen de kortste keren kondigde Beppe Grillo een protestmars naar Rome aan. Daar keurde het parlement woensdag premier Letta’s economische hervormingen goed. Letta ziet dit als motie van vertrouwen in de regering. Maar Grillo noemt de regering „illegitiem”: een constitutionele rechter verwees vorige week recente electorale wetswijzigingen naar de prullenbak.

Italianen zijn ontgoocheld. Al twintig jaar investeert het land nauwelijks in openbare werken. Stoelen zitten los in stadsbussen, ziekenhuizen zijn lamentabel, onderwijs zakt volgens recent ‘Pisa’-onderzoek onder het gemiddelde van OESO-landen. Dit heeft een voordeel: de publieke sector is zo verwaarloosd, dat Italië nauwelijks een begrotingtekort heeft. Nadeel is dat Italië een kale kip is die je niet kunt plukken. Het land is uitbezuinigd, maar moet nog bergen schulden afbetalen. Mensen worden wanhopig. Ze hebben geen perspectief meer.

De economie biedt hun voorlopig geen betere vooruitzichten. Volgens statistieken van Llewellyn Consulting in Londen dalen de groeicijfers van ’s werelds grootste industriële landen, waaronder Italië, gestaag sinds eind jaren zestig. Daar komt de crisis bovenop. Ofwel: zelfs zónder crisis was Europa gestagneerd. De oorzaak van dit probleem ligt in de manier waarop Europa jarenlang met die dalende lijn is omgegaan: elk land voor zich. Zweden investeerde in onderwijs om bij winnaars van de globalisering te horen, Oostenrijk in uitkeringen om verliezers te beschermen. Italië bezuinigde, maar hervormde niet. Nederland creëerde een huizenbubbel zodat iedereen zich toch rijk kon wanen, evenals Spanje. Intussen zijn we door de euro allemaal afhankelijk van elkaar. Als Italië ontploft, ontploffen wij allen.

We zijn nog het rijkste continent ter wereld en leven het meest comfortabel. We kunnen die positie houden door die collectieve problemen slagvaardig, gezamenlijk, op te lossen. Met goede leiders, die geen angst prediken maar hun landen en Europa moedig hervormen (al verliezen zij dan verkiezingen). Zo kunnen wij andere mondiale handelsblokken het hoofd bieden.

Dat is moeilijk, maar constructief. Het dient een doel. Daarvoor willen en kunnen mensen offers brengen. Maar in plaats daarvan sukkelen alle landen doemdenkend, eurosceptisch en doelloos, op eigen houtje verder. Iedereen heeft de schuld, behalve wijzelf.

Let op de ‘hooivorken’. Binnenkort vind je ze in andere landen.

Caroline de Gruyter schrijft op deze plek elke zaterdag over Europa en politiek.