‘Dat ik het uitmaakte was paniekvoetbal’

„Ik was nog heel onervaren, Anne was mijn allereerste vriendin. Ik viel op haar omdat zo spontaan en zo lief was. Ik kon met alles bij haar terecht. Ik ben een binnenvetter, maar aan haar durfde ik van alles te vertellen. Ze kon goed luisteren, ze veroordeelde me nooit. En zo is ze nog steeds.

„Anne was ouder dan ik en ze stond heel enthousiast in onze relatie. Ze wilde allerlei toekomstplannen maken. Haar enthousiasme was leuk, maar benauwde me ook. Ik was nog niet aan een serieuze, vaste relatie toe.

„We waren een maand of vier bij elkaar toen ik het in een opwelling heb uitgemaakt. Het was gewoon angst. Koudwatervrees. Zij wilde graag samenwonen en mij ging dat allemaal veel te snel. Het was een soort paniekvoetbal dat ik het uitmaakte. Anne was daarna heel boos op me.

„Nadat we elkaar een tijd niet hadden gezien , kregen Anne en ik toch weer contact. Ze had nog steeds een speciaal plekje in mijn hart. We hebben toen alles uitgesproken en de vriendschap is vervolgens als vanzelf weer gegroeid.

„Wat haar veel pijn heeft gedaan, is dat ik na haar een relatie kreeg met iemand met wie ik wél ging samenwonen. Maar ja, ik was toen alweer een stuk verder in mijn ontwikkeling. En op een gegeven moment moet je die stap toch zetten.

„Anne en ik hebben nu bijna dagelijks contact. Ze hoeft me maar te bellen en ik sta voor haar klaar. En zo is zij ook voor mij. Ze is de enige naar wie ik toe ga als er iets is. Toen mijn vorige relatie uit ging, belde ik haar om uit te huilen. Bij haar kan ik dat. Omdat ik weet dat ze er helemaal voor me is.

„Laatst zei ze tegen me: ‘ik ben indertijd heel boos op je geweest’. Toen zei ik: ‘misschien, als ik het niet had uitgemaakt, waren we wel heel gelukkig geworden samen.’”

Renate van der Zee