Bulgaren, Roemenen en het succes van het Westland

De minister van Handel, Liliane Ploumen (PvdA), brengt binnenkort een werkbezoek aan de tuinbouwsector in het Westland, dus aan een van de „topsectoren van de Nederlandse economie”, zoals in de aankondiging van haar ministerie te lezen staat. Een sector die ervoor zorgt dat Nederland de grootste exporteur ter wereld van bloemen is, met 50 procent van het totaal, en de grootste producent van zaden. En dat Nederland de grootste producent van uien is en de grootste exporteur van verse groenten, met een waarde (in 2010) van 4,2 miljard euro. Er zijn meer van zulke imponerende getallen.

Het is een bedrijfstak, in het Westland maar ook in onder meer de Bollenstreek, die drijft op de inzet van Poolse werknemers of arbeidskrachten uit bijvoorbeeld uit Tsjechië, Letland of Slowakije. Of, dat komt gelukkig ook voor, uit Nederland. Dikwijls woonden hun ouders of zijzelf eerder in Marokko of Turkije.

Volgend jaar krijgen ze waarschijnlijk gezelschap uit Bulgarije en Roemenië. Dan geldt ook voor inwoners van deze landen dat zij zonder werkvergunning in een andere lidstaat van de Europese Unie aan de slag mogen. Nederlanders is dat al langer is toegestaan.

Nederland heeft de komst van Bulgaren en Roemenen zeven jaar weten op te houden, de maximale overgangstermijn die binnen de EU was afgesproken. Maar per 1 januari 2014 zijn ook werknemers uit deze twee lidstaten welkom, zoals dat ook ooit voor Kroaten zal gelden; hun land is sinds 1 juli van dit jaar lid van de Unie.

Ondanks zijn waarde voor de Nederlandse economie valt moeilijk te beweren dat de komst van personeel uit Midden- en Oost-Europa alom wordt toegejuicht. Integendeel. Denk aan het ‘Polen-meldpunt’ dat de PVV in het leven riep en aan, meer recent, het alarm dat minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, PvdA) sloeg. Hij verbond er de ‘code oranje’ aan, die in andere situaties wordt gebruikt om te waarschuwen voor het doorbreken van de dijken. Het was gezochte overdrijving. En denk ook aan de Nederlandse vrachtwagenchauffeurs, die hun broodwinning zien bedreigd door de goedkopere concurrentie uit het oosten.

Doen de buitenlandse werknemers dus enerzijds het werk waar Nederlanders moeilijk voor te porren zijn, zoals ervaringen van sociale diensten uitwijzen, anderzijds kunnen ze ervoor zorgen dat de werkloosheid onder de autochtone bevolking toeneemt. Naast andere maatschappelijke onrust die het gevolg is van bijvoorbeeld huisvestingsperikelen waarmee vooral de grote steden worden geconfronteerd. Verder is het een gegeven dat niet alle Nederlanders wars zijn van xenofobie.

Het heeft allemaal geen zin deze problematiek weg te moffelen; zij is er en daarom was het verstandig van Asscher om de arbeidsmigratie in de Europese Unie in Brussel aan de orde te stellen. Het vrij verkeer van personen en goederen is een kernpunt van de Europese Unie en een stimulans voor economische ontwikkeling. Feit is ook dat de grote sociale en welvaartsverschillen tussen de verschillende lidstaten daarbij een complicerende en onderschatte factor vormen. Roemenië en Bulgarije hadden vermoedelijk beter nog geen lid van de EU kunnen zijn, maar meer dan een constatering achteraf is dat niet. Nu is het zaak om de voordelen in het westen van de komst van arbeidsmigranten uit het oosten niet te onderschatten en de nadelen ervan niet te bagatelliseren.

Europese ministers, afgelopen maandag in Brussel bijeen, hebben enkele stappen gezet om de misstanden te bestrijden die zich voordoen als gevolg van de royaal geopende grenzen. Zo worden werkgevers in de bouw eraan gehouden dat ze hun werknemers het rechtmatige loon betalen; ze worden beboet als ze dat nalaten. Dat geldt ook voor de bedrijven, overal in de EU, die voor detachering van personeel zorgen. Zo worden malafide uitzendbureaus aangepakt. Het is jammer dat deze afspraak vooralsnog slechts geldt voor de bouw. Het is wenselijk om in alle bedrijfstakken concurrentievervalsing, die soms zelfs het gevolg is van uitbuiting, te bestrijden.

Het is nog de vraag in hoeverre deze intenties in de praktijk worden nagekomen en of er afdoende controle op mogelijk is. Aan meer inspectie valt hoe dan ook niet te ontkomen. Werknemers horen, ongeacht hun nationaliteit, in hetzelfde land gelijk te worden behandeld. Gevolg zal zijn dat de uien duurder worden en dat ook een verbouwing meer zal kosten. Maar dat zijn dan wel eerlijker prijzen.