Boeddha is meer dan een

tuinkabouter

Achtergrond

Loop door een willekeurige Nederlandse wijk en je ziet ze overal: boeddhabeelden. Bezitters vinden ze mooi, rustgevend en denken dat ze geluk brengen. Waarom zoeken ze dat uitgerekend bij Boeddha? En klopt ons beeld van Boeddha wel?

tekst Ingmar Vriesema foto’s Peter de Krom

Een boeddha van Marian van Berk (67). Gekocht bij het tuincentrum

Loop langs de huizen van Nederland, en Boeddha is overal. In Weesp: bij het station rechtsaf, twee minuten wandelen en het hoofd van Boeddha hangt aan een spijker naast de voordeur. Gekocht bij het tuincentrum, want „Boeddha heeft wel wat”, zegt bewoonster Marian van Berk (67). Loop door, sla een paar hoeken om en er staat een zilverkleurig exemplaar in de vensterbank. Eigendom van suikerpatiënt Yvonne Raaijmakers (35). Ze heeft het beeld gekregen na een geslaagde niertransplantatie. In haar huiskamer staan nog twee boeddhabeelden, en in de keuken staat Boeddha tweemaal op canvas, gekocht bij de Wibra.

In Woerden: de ene na de andere boeddha in de vensterbank. Een joekel zelfs, aan het adres van Ad Busscher (53). Hij vindt het beeld „verschrikkelijk”, maar zijn vrouw vindt het mooi. „Ze zegt dat het geluk brengt”. Twee deuren verder: een fiks boeddhahoofd met lange oorlellen. Chantal van Dijk (37), ook uit Woerden: zo’n vijftien beelden.

De woonerven van Maarssen dan: een boeddha op de tweede verdieping, bezit van Michelle Gazan, dertien jaar. Gekregen van een tante die vroeg overleed. Ze heeft ook nog een boeddhabeeld van haar ouders gekregen en drie kleine beeldjes van een vriendinnetje. Een paar minuten verderop: Bianca Duparant, 54 jaar, eigenaar van „een stuk of twintig” beelden. Haar man verliet haar in 2009, ze belandde bij Boeddha.

En je belandt automatisch bij Boeddha, tenzij je winkelschuw bent. De Action verkoopt beelden, de Blokker, de Gamma, Ikea, Kwantum, Rituals, Xenos, woonboulevards, tuincentra. Rijd op de A58 van Breda naar Roosendaal en reusachtige boeddha’s doemen op: van het exotisch tuincentrum De Evenaar te Etten-Leur. En in Espel, Noordoostpolder, staat een boerderij met vierduizend boeddha’s uit Birma. Ze zijn de tuinkabouters van de 21ste eeuw, aldus cabaretier en columnist Thomas van Luyn.

Vanwaar de epidemie?

Feit is: vrijwel niemand van de beeldbezitters noemt zich boeddhist. En niemand noemt zich gelovig. Sonja Bolk uit Woerden, 42 jaar, krijgt van religie juist „jeuk”, met „al die regeltjes en weetjes die jouw leven bepalen. Het gaat niet om het hiernamaals, het gaat om het nu”. Evert Akkerman, 65 en planner bij een taxicentrale, vond een piepklein boeddhabeeldje in een bestelbus, nam het mee en plantte het op zijn vensterbank. Zijn associatie met boeddha is positief „want het staat los van elke religie. Er wordt meer gewezen naar jezelf”. Had hij een mariabeeld gevonden, in die bestelbus, dan had hij het laten liggen. En een crucifix? „Ook.” Vraag mensen waarom zij het boeddhabeeld aanschaffen, en men antwoordt: het geeft rust. En: ik vind het beeld mooi.

Maar waarom zoekt men de rust en de schoonheid uitgerekend bij Boeddha? Had er in zijn plaats net zo goed een beeld van, zeg, een serene antilope kunnen staan? Van een kalme kabouter? Nee, nee, antwoorden vrijwel alle boeddhabezitters. Het beeld „heeft iets”, „een bepaalde uitstraling”.

Regels en bijgeloof

Mensen behandelen de beeldjes ook niet als ‘zomaar’ een beeld. Er zijn regels, er is bijgeloof. Het meest genoemde: je mag een boeddhabeeld niet kopen, je moet het krijgen. Krijgen brengt geluk, kopen leidt tot ongeluk. Yvonne Raaijmakers kreeg laatst haar derde boeddhabeeld, van haar moeder. Een dag later vond ze 20 euro voor haar voordeur. „Normaal vind ik nooit geld.”

Er is meer bijgeloof. Bezitters gooien het beeld niet weg. Dat is zonde of het brengt ongeluk. Joni van Veen (20) gaat voorzichtig om met de grote boeddha die aan het hoofd staat van de eettafel in haar ouderlijk huis in Weesp. „Als-ie valt, brengt-ie misschien ongeluk”. Chantal van Dijk zal geen van haar vijftien boeddha’s ooit bij het hoofd oppakken. „Dat is verboden, hoorde ik op een braderie.”

Niet zomaar een tuinkabouter

Hier is iets geks aan de hand. De beeldbezitters zeggen niets op te hebben met geloof en de bijbehorende regels, maar ze halen tegelijkertijd een beeld in huis dat met geboden en verboden is omgeven. Niet zomaar een tuinkabouter dus.

Volgens Paul van der Velde, hoogleraar Aziatische religies aan de Radboud Universiteit, hebben de boeddhabeelden meer gemeen met de heilige hartbeelden – gewijd aan het heilige hart van Jezus Christus – die vele katholieke huiskamers opsierden tot ver in de twintigste eeuw. Rond die beeldjes ontstonden „gewijde tafereeltjes”, zegt Van der Velde, „met een kaarsje ernaast, een fotootje, een bloempje”. De kerken stroomden leeg, de heilige hartbeelden verlieten de huiskamers. „Ze werden als te religieus en dogmatisch ervaren”, zegt Van der Velde. Boeddha springt volgens hem in dat vacuüm. „Een figuur zónder de dogmatische lading van het christendom.” Maar, heel belangrijk, zegt hij: „We zien Boeddha ergens wél als een gewijd figuur.” Een verlichte geest, een stichter van een diepgaande leer.

Voor de Nederlander Kah Kih Yau (28), zoon van Chinese ouders, steekt de werkelijkheid anders in elkaar dan voor de boeddhabeeldbezitters. Hij noemt zich wél boeddhist. Hij is jongerenleider bij de Chinees-boeddhistische tempel aan de Amsterdamse Zeedijk, verricht vrijwilligerswerk, beoefent de boeddhistische leer. Kah Kih Yau heeft een „dubbel gevoel” over de populariteit van Boeddha in Nederland. Hij noemt het „interessant” dat de door hem zo gerespecteerde Boeddha alomtegenwoordig is. Maar dat die alomtegenwoordigheid zelfs reikt tot in het perrontoilet op Den Haag Hollands Spoor, >> >> gaat hem te ver. „Ik vind dat ongepast. Net als boeddhabeelden in coffeeshops.” Een beeld van alleen Boeddha’s hoofd vindt hij ook raar: „Alsof je een hoofd van een echt mens in huis hebt. Een boeddhabeeldje heb je in zijn geheel.” Kah Kih Yau had het er laatst over met een vriend: misschien is de tijd wel rijp voor „opvoeding” van Nederlanders. „Over hoe je met beelden moet omgaan.”

Illusies over het boeddhisme

De vraag is in hoeverre Nederlanders zullen openstaan voor dat „Aziatische boeddhisme”. Boeddhisme in het Oosten kent vele stromingen, maar één ding is zeker, zegt hoogleraar Paul van der Velde: het is gewoon een religie, net als het christendom, het jodendom en de islam. ‘Er is een stichter, er is een openbaring in de vorm van het boeddhawoord, er is een heilsverwachting namelijk verlichting, er is een selecte, religieuze groep van monniken en nonnen, er is een ethiek, er zijn rituelen, enzovoorts’, zo schrijft Van der Velde in zijn in maart verschenen boek De Boeddha in het tuincentrum.

Drink een uur lang koffie met Van der Velde en je bent een dozijn illusies over het boeddhisme armer. Het boeddhisme kent toch geen god? „Jawel, het stikt ervan”, zegt hij. „Er is de hemel van de 33 goden. Dan heb je er al 33.” Het boeddhisme is toch wars van dogmatische regeltjes? „Nee hoor, er zijn 227 leefregels voor monniken en nonnen. De blik van de monnik moet negen passen voor hem zijn. De monnik zal zich niet springend tussen huizen begeven. De monnik zal niet zwemmen voor plezier. Ga zo maar door.” Boeddhisten zijn toch vredelievend? Mwah. Er woedt – as we speak – een sektarisch conflict tussen boeddhistische Birmezen en een minderheid van statenloze Rohingya-moslims. Tienduizenden moslims zitten in overvolle vluchtelingenkampen. Of neem Sri Lanka, met de pas net geluwde burgeroorlog tussen hindoeïstische Tamils en boeddhistische Singalezen. Dodental: 70.000-100.000. „Verdiep je in de geschiedenis van Azië en je stuit op de ene na de andere boeddhistische oorlog. Ook tussen boeddhisten onderling.”

Boeddhisme vriendelijk voor vrouwen? Een mythe. Een klein jongetje, net toegetreden tot het klooster, staat al hoger in de pikorde dan de hoogste non.

Een boeddhabeeld mag je toch niet kopen? Jawel, zegt Van der Velde. Hij vermoedt dat het misverstand is ontstaan door een vertaalprobleem. „In het Chinees en Cambodjaans is er een apart werkwoord gereserveerd voor het kopen van een boeddha. En dus zeggen verkopers tegen toeristen: ‘No, no, you don’t buy a buddha’.” Die lachende Boeddha, die met de bolle buik, koop je inderdaad niet. Die hoor je cadeau te geven.

Boeddhisme draait toch om meditatie? Nee. Een minderheid van boeddhisten in Azië mediteert. Dat geldt ook voor de monniken. „Doneren, dát is in Azië de kern”, zegt Van der Velde. Doneren houdt in: geld, spullen, of kleding geven aan kloosters om een positief karma op te doen. Om ooit een leven te bereiken waarin ook jij de verlichting zult bereiken. Monniken en nonnen nemen de donaties in ontvangst. Nonnen zijn bij donateurs minder geliefd: geven via een vrouw sorteert minder karmisch effect.

Dan is er nog de belangrijkste illusie: onze indruk van Boeddha zelf. In de Blokker, Gamma en Xenos is hij een vredelievend, androgyn wezen, maar in het oude Azië ligt dat anders. Zoals Van der Velde het zegt: „Ik ken geen stroming in het boeddhisme waar de Boeddha niet een gigantische machoheld is.” In de Lakkhanasutta, deel van de uitgebreide onderrichtingen door de Boeddha staan de zogenoemde „32 lichaamskenmerken” van de Boeddha genoemd. Boeddha heeft de kaken van een leeuw, een wiel met duizend spaken op elke voetzool en de geslachtsdelen van een olifant.

Boeddha is een macho

Er staat kortom een enorm misverstand op de vensterbanken van Nederland. Men denkt van doen te hebben met een helende, bedaarde en verlichte übermensch, maar van oudsher blijkt hij een grootgeschapen macho die heerst over een vrouwvijandelijke kloosterorde. Er dringt zich maar één vraag op: welke pr-medewerkers had Boeddha? Want die moeten werkelijk voortreffelijk zijn geweest.

De belangrijkste was Helena Blavatsky. Pr-medewerker zou zij zichzelf niet noemen, maar deze Amerikaanse theosofe (1831-1891) heeft het imago van Boeddha in het Westen blijvend veranderd. Ze leidde een invloedrijke, theosofische stroming die uitging van het bestaan van een „ongezien universum”, een „almachtige waarheid”. Deze oeroude wijsheid zou te vinden zijn in oude beschavingen van Atlantis tot in Egypte. Blavatsky en haar kompaan Henry Steel Olcott gingen ook aan de haal met het Aziatische boeddhisme. Paul van der Velde: „Volgens hen was er een kern-boeddhisme. Met meditatie als middelpunt, en zonder dogma’s. Dat zou het échte boeddhisme zijn.” In werkelijkheid gingen Blavatsky en Olcott „ongelooflijk selectief” met het boeddhisme om, zegt Van der Velde. Gestript van rituelen, gestript van de honderden leefregels, gestript van de notie van hemel en hel. Het boeddhisme leende zich voor hun levenswerk, omdat het niet overheerst wordt door één Ultieme Godheid. De aandacht ging uit naar Boeddha, een prins. Dat er ook nog een hemel was boordevol met goden, hoefde niemand te weten. Paul van der Velde pakt een koffieschoteltje beet aan de ronde cafétafel. „Als deze tafel het boeddhisme is, dan is dit schoteltje de selectie van Blavatsky.”

De invloed van Blavatsky, een productief publicist, was groot. Haar magnus opus The Secret Doctrine (1888) werd een standaardwerk voor elke theosoof die zichzelf serieus wilde nemen. Blavatsky zou de oermoeder worden van de New Age-beweging. En – samen met Olcott – van boeddhisme western style.

De weg was geplaveid. En toen Nederland ontkerkelijkte, en de wereld niet meer om God draaide maar om ons, kwam die weg vrij te liggen. De weg naar Boeddha. Aartsvader van wellness, Beschermheer van onze happinez, Apostel van het eeuwige nu.

Voor boeddhist Kah Kih Yau, die liever geen boeddhabeelden meer tegenkomt in openbare toiletten, is de uitdaging groot. Hij voelt zich gekrenkt als gelovige, en denkt aan „opvoeding” van Nederlanders. Maar zie Nederlanders maar eens te overtuigen dat het boeddhisme een geloof is.

Chantal van Dijk met haar vijftien beelden vindt Boeddha gewoon „een mooi persoon”. Bianca Duparant ontleent troost, aan haar twintig boeddha’s. Hun boeddhabeelden zijn een veilige flirt met het Hogere: niet de dogma’s, wel een paar bijgelovige regels zodat het net echt lijkt. Dat voelt betekenisvol en rijk. En ja, vinden sommigen, ook op de wc. Waarom hen die verlichting afnemen? <<