Bevrijd van het euro-infuus

Als eerste probleemland uit de eurozone kan Ierland verder zonder financiële noodhulp. „We zijn blij dat we onze soevereiniteit terughebben.”

Het is druk in het kantoor van makelaar Kennedy Wilson in Clancy Barracks: een jong gezin met kinderwagen, twee stelletjes, telefoons die voortdurend afgaan, een bewaker die af en aan loopt met sleutels. „95 procent is verhuurd”, zegt een van de makelaars trots, met een armzwaai richting de flats.

Het is te zien. Drie jaar geleden gold Clancy Barracks, een nieuwbouwproject aan de Liffey in Dublin, nog als een spookwijk. Alle achthonderd appartementen waren leeg. Voetstappen galmden tussen torens van glimmend glas, het enige teken van leven waren vogels. Nu klinkt er pianomuziek uit een van de open ramen, een stofzuiger ergens anders. Op de balkons staan zitjes, planten, fietsen, halters.

Als er één signaal is hoe het met Ierland gaat, dan is het wel de huizenmarkt. Een vastgoedzeepbel was in 2008 de oorzaak van de crisis, met als gevolg dat de Ieren in november 2010 financiële noodhulp moesten vragen aan het Internationaal Monetair Fonds, de Europese Unie en de Europese Centrale Bank. Die ‘trojka’ leende 67,5 miljard euro (inclusief bijna 5 miljard van het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Denemarken), op voorwaarde dat Ierland zijn begrotingstekort zou terugdringen tot onder de 3 procent.

Drie jaar later is dat doel na honderden bezuinigings- en belastingmaatregelen van in totaal 28 miljard euro (17 procent van het bbp) bijna bereikt. Morgen verlaat Ierland als het eerste van de eurolanden die een financiële injectie kregen het hulpprogramma. „Ierland zal een voorbeeld zijn” voor andere landen, zei IMF-leider Craig Beaumont.

Keltische Tijger

De spookwijken, straten waar meer dan tien nieuwbouwhuizen leeg staan, zijn exemplarisch voor de Ierse boom, bust en nu voorzichtige groei. Tijdens de periode van de Keltische Tijger, de jaren van voorspoed, werd er lustig op los gebouwd. Rond de eeuwwisseling was dat ook nodig, Ierland kampte met een woningtekort. Maar toen dat was weggewerkt, ging het bouwen door: hotels, kantoren, parkeertorens, en huizen, veel huizen. Tussen 1996 en 2006 kwamen er bijna 600.000 woningen bij, op een bevolking van 4,8 miljoen zielen. Een vijfde van de Ieren werkte in de bouw en aanverwante sectoren.

De bouwprojecten werden ontwikkeld met geleend geld. Dat kon, toen de wereldwijde kredietcrisis eenmaal toesloeg, niet worden terugbetaald. Noch de hoge hypotheken die waren afgesloten om in de nieuwe huizen te kunnen wonen. De waarde van huizen werd meer dan gehalveerd. De Ierse banken kwamen in moeilijkheden, en moesten één voor één door de staat worden gered. De bouwsector, goed voor een kwart van de economie, stortte in.

Niet dat er nu opnieuw kranen aan de horizon van Dublin te zien zijn. Maar het valt op: er lopen weer mannen met helmen en bouwmaterialen door de stad. Bij Man-nions Builders’ Providers, een middelgrote ijzerwinkel, houtzagerij en gereedschapverhuurder, staat zelfs een rij voor de kassa. „Het is alsof er een knop is omgedraaid”, zegt manager Jimmy Smith. De „grote jongens” zijn nog niet terug, vertelt hij, noch wordt er over grootse plannen gepraat. Men heeft het over serres, dakuitbouwen, de renovatie van één huis. Maar: „Het kikkert op.”

Het grootste verschil: „De klanten zijn vriendelijker geworden. Tijdens de boom was alles een wedstrijd, wie het hoogste en meeste kon bouwen. Je kon geen werknemers vinden die voor minder dan 150 euro per dag wilden werken. En wij, de bazen, betaalden.” Minister Richard Bruton van Werkgelegenheid legde het eerder dit jaar zo uit: „Als je kon lopen en praten, kon je in Ierland een baan vinden. Zelfs met weinig ervaring verdiende je 33.000 euro voor het mixen van cement.”

Dus toen de bouwsector instortte, steeg de werkloosheid. Van de nu 13,2 procent werklozen is de helft man, en ruim de helft daarvan werkte in de bouw of aanverwante beroepen. „We zullen ze weer nodig hebben”, voorspelt Tom Parlon, voorzitter van de Construction Federation of Ireland. De CFI vertegenwoordigt vrijwel de hele bouwsector, van grote projectontwikkelaars tot aannemers en specialisten als schilders en tegelzetters.

„De Intels, Googles en farma’s hebben ons in leven gehouden”, zegt hij in een verwijzing naar de grote buitenlandse internet- en farmacieconcerns die in Ierland zijn gevestigd. Zij breidden uit, zochten nieuwe kantoorruimte, hun veelal buitenlandse werknemers hadden woonruimte nodig, en de export van hun producten hield de Ierse economie de afgelopen jaren overeind.

Vastgoedboom

„Nu hebben we weer huizen nodig”, zegt Parlon. Want na drie jaar stilstand neemt de vraag naar woningen toe. Dusdanig dat in Dublin al wordt gesproken over een vastgoedboom. De prijzen stegen er 12,3 procent in een jaar. Anekdotisch vertelt iedereen hoe er op bezichtigingen twintig man afkomen, en huizen zó verkocht zijn. Nieuwbouw is er nauwelijks. Parlon weet precies aan hoeveel woningen er werd begonnen in de eerste zes maanden van 2013: 436. „Twee meer dan in dezelfde tijd vorig jaar.” Er zijn er zo’n 20.000 nodig.

De huizenmarkt laat ook meteen zien dat Ierland nog niet uit de crisis is. „In Dublin is sprake van een gezonde vraag. Vijf jaar lang hebben starters en tweeverdieners het kopen van een huis uitgesteld, en gespaard. Nu de prijzen met meer dan de helft zijn gedaald, willen ze kopen”, zegt econoom Ronan Lyons, gespecialiseerd in de huizenmarkt.

Over de rest van het land is hij pessimistischer: daar blijven huizenprijzen dalen. In kleinere steden staat nog altijd meer dan een kwart van de woningen leeg. „Het zijn het verkeerd soort huizen – appartementen – op de verkeerde locatie. Tot de crisis waren er buiten Dublin genoeg banen in de bouw, detailhandel en overheid om aan de vraag te voldoen. Die banen zijn nu verdwenen, en zullen op de korte termijn niet terugkeren. Waar willen die mensen wonen? Niet in de kleinere steden. Ook zij komen naar Dublin.”

En dan is er nog een tweede probleem: negatieve eigen vermogens. Werkloosheid, lonen die bevroren zijn en de invoer van onder meer een onroerendgoedbelasting hebben ervoor gezorgd dat men worstelt met het afbetalen van leningen. Eén op de acht hypotheekhouders loopt meer dan negentig dagen achter met het betalen van de hypotheekschuld. De trojka waarschuwde vorige maand dat er „betere pogingen” gedaan moesten worden om een „duurzame oplossing” te vinden. „Er blijft onzekerheid hangen over de bankbalansen en de huizenmarkt, en samen houden ze herstel tegen”, zei Craig Beaumont van het IMF.

„De hypotheekachterstanden gekoppeld aan de daling van de waarde van huizen betekent dat men niet kan verkopen”, zegt Lyons. En wellicht belangrijker: „De belangstelling van de banken om te lenen aan diegenen die wel in aanmerkingen komen voor een hypotheek, is nog steeds niet terug op een gezond niveau”.

„Om de Ierse huizenmarkt echt op gang te brengen, moeten alle onderdelen bewegen”, zegt hij. „Zonder de bouwsector geen huizen. Zonder huizen geen leningen. Zonder banken die lenen geen economie. Zonder economie geen vertrouwen van de consument. Zonder consumentenvertrouwen geen huizenmarkt.”

Soevereiniteit

Niet dat er te pessimistisch moet worden gedacht. David Duffy, econoom bij het onafhankelijke Economic and Social Research Institute (ESRI), is voor het eerst in drie jaar positief. Hij signaleert dat de werkloosheid afneemt, en niet doordat jongeren massaal emigreren, waardoor het aantal werkzoekenden de afgelopen jaren afnam. „De arbeidsmarkt groeit, er worden banen gecreëerd”, zegt hij. Het gemiddelde netto inkomen steeg licht. En dat leidt tot meer bereidheid geld uit te geven.

Begin november kwam de index waarmee het ESRI registreert hoe men denkt over de eigen financiële situatie en die over een jaar uit op 76,2. In 2008 was dat 39,6. Het vertrouwen is deels ingegeven doordat de trojka Ierland verlaat, denkt Duffy. „We zijn blij dat we onze soevereiniteit terughebben, wat dat ook moge betekenen.”

Duffy voorspelt dit jaar een groei van 2 procent van het bnp, en volgend jaar 2,7 procent. „Als de economie inderdaad zo herstelt, zou dit wel eens het laatste jaar met een bezuinigingsbegroting kunnen zijn geweest.”

    • Titia Ketelaar