Angst

is een enorme drijfveer

Psychiater Damiaan Denys (48) behandelt patiënten met een dwangstoornis. Hij staat in het theater met een monoloog over angst. „Angst is de meest bepalende emotie.”

Een avond naar het theater. Héérlijk! Maar ook als het de hele avond over angst gaat? Damiaan Denys, psychiater werkzaam bij het AMC, denkt van wel. Deze maand staat hij bijna een week in De Brakke Grond in Amsterdam met een monoloog over angst, in al zijn facetten. Prima onderwerp voor een avondje uit. „Iedereen kent het en je kunt er ongelofelijk veel kanten mee op.”

Spreken voor een zaal is voor Damiaan Denys (48) niets nieuws. Hij houdt vaker ‘praatjes’. En toch zijn die vakmatige optredens voor publiek hem steeds meer gaan tegenstaan. „Het is een soort circus. Je voelt je als wetenschapper dikwijls een karikatuur. Sta je daar weer met je slides en je powerpointpresentatie.” Toen hij bij toeval toneelregisseur Bo Tarenskeen ontmoette, was het idee voor een avond in het theater al snel een feit. „Want wetenschap is in essentie ook theater.”

Het moest een avondvullende monoloog worden, besloot Denys. En het onderwerp lag voor de hand: angst. Hij is als psychiater al vijftien jaar met angst bezig. „Ik leg eerst uit hoe angst werkt en wat de hersenen ervan zeggen. En ik vertel over mijn eigen ervaringen in de wetenschap: waarom sta ik hier? Wat doe ik hier?”

Wij leven in een angstcultuur, vindt Denys. Veel meer dan we zelf denken. „Wij zien de wereld permanent vanuit het perspectief van angst. Laatst zag ik in NRC een grote kop: ‘Angst voor gluten’. Alsof het om vijanden gaat. Het is heel normaal geworden om bang te zijn voor koolhydraten. De helft van de elfjarigen in Engeland blijkt wakker te liggen van het klimaatprobleem. Kinderen leren dat als we nu niet onmiddellijk ingrijpen zij over vijfentwintig jaar in een onherkenbaar land leven, met droogte en overstromingen. Wij zijn bang voor alles; voor technologie, voor mobieltjes en voor drones. Voor vaccins tegen baarmoederhalskanker, maar ook voor CO2-opslag in de grond.’

Is dat anders dan vijftien jaar geleden?

„Absoluut. Toen ik opgroeide was de tijd somberder dan deze periode. Het waren de dagen van de Koude Oorlog, de kruisraketten, Margaret Thatcher en uitzichtloze werkloosheid. Ik studeerde destijds filosofie. De grondtoon was: ‘joh, wat maakt het nou uit wat je doet, je wordt toch werkloos’. Toch was er veel minder sprake van zo’n angstcultuur die er nu is. Kijk naar de overspannen manier waarop er tegenwoordig gereageerd wordt. Iemand rijdt in Apeldoorn tegen De Naald. Er komt direct een commissie, met richtlijnen om maar te kanaliseren, te beperken en te controleren.”

Neemt de angst daardoor af?

„Die wordt juist erger. Zulke dingen creëren angst. Toen ik in 1998 vanuit België in Nederland kwam was ik aangenaam verrast. Overal zag ik sloten, grachten en kanalen. Ik dacht: wat een fantastisch land is dit. Hier plaatsen ze geen hekken rondom kanalen, hier leren ze de mensen zwémmen. Natuurlijk, af en toe verdrinkt er eens iemand. Dat is pech. Maar dit de beste methode om met gevaar om te gaan. Helaas heb ik Nederland zien veranderen. Men is als een dolle gaan afrasteren. Een schizofrene patiënt schiet in Alphen aan de Rijn mensen dood. Voilà: een hekje rondom bewapening. Overal waar iets misgaat, wordt er zeer defensief gereageerd. Vanuit angst.” >>

>> Vooral uit angst om erop afgerekend te worden.

„Ook dat afrekenen is uitermate Nederlands. Twee jaar geleden gebeurde er in België een ramp tijdens Pukkelpop. In België werd gezegd: een windhoos, wat een drama. In Nederland vroegen ze onmiddellijk: wie heeft die tent daar eigenlijk geplaatst? Had men dat dan niet kunnen zien aankomen? Er werd direct naar een schuldige gezocht. Zo opvallend.”

Is angst een bepalende emotie?

„De betekenis van ‘emotie’ is: doen bewegen. Daarin is angst een zeer geprononceerde drijfveer. Ik geloof zelfs dat angst de meest bepalende emotie is. We doen meer dingen niét vanuit angst dan dat we dingen wél doen omwille van ons verlangen. We trouwen toch maar niet met die vrouw, kopen dat huis niet, volgen toch die opleiding maar niet. Uit angst. We zijn bang dat onze relatie stukloopt, dat we de hypotheek niet kunnen betalen, dat we ontslagen zullen worden. Angst is echt een enorme drijfveer.”

Is angst slecht?

„Nee, angst heeft een heel positieve kant. Angst is de emotie die ons de absolute vrijheid laat zien. Daarom is ze zo beklemmend. Stel dat je een prachtige baan hebt en opeens gevraagd wordt om iets totaal anders te gaan doen. Dan is de eerste emotie vaak: angst. Kan ik het wel? Verlies ik mijn zekerheden hierdoor niet?

„Het mooie aan de mens is dat hij in theorie niet bepaald is. In principe leeft hij in totale vrijheid, waarin hij zelf gestalte aan zijn leven kan geven. In het meest extreme geval kun je jezelf zelfs ombrengen. Dat ik mezelf kan doodmaken is de ultieme vrijheid. Dat besef gaat gepaard met angst. We kunnen eigenlijk niet goed omgaan met die vrijheid. Daarom hebben we wetenschap en religie uitgevonden. Om de vrijheid te dempen en te structureren. Terwijl angst juist het deurtje is dat ons de vrijheid toont.

„Dat zal straks tijdens mijn optredens de boodschap zijn: probeer eens op een andere manier naar angst te kijken. Wie door zijn angst heen probeert te breken wordt vaak beloond. Dat je wegrent voor een tijger die voor je staat vind ik begrijpelijk. Maar de angst om een relatie aan te gaan of om bij een andere baas te gaan werken is niet rationeel. Juist die angsten van alledag, daar kun je doorheen breken.”

Denys weet waar hij het over heeft. Hij heeft van angst zijn werk gemaakt. In het AMC behandelt hij als psychiater mensen met angsten, veelal in de vorm van dwangstoornissen. „Ik heb patiënten die zes uur per dag hun handen wassen. Of een vrouw van 23 die niet tegen mensen kan die smakken. Als ze smakgeluiden hoort, wordt ze enorm agressief. Ze is doodsbenauwd dat ze die mensen iets aandoet. Daarom heeft ze ook geen partner meer. Ze werkt niet meer, loopt de hele dag met koptelefoons rond.”

Wat zegt u dan tegen zo’n vrouw: breek er nou eens doorheen?

„Zeker. Al moet ik daar bij hen wel iets voorzichtiger mee zijn. Het moeilijkste is: loskomen van jezelf. Veel psychiatrische stoornissen zijn sterk egocentrisch. Daarom is het erg moeilijk om afstand te nemen van jezelf. Dat kan niet in één klap. Je hebt gedragstherapie nodig om patronen te doorbreken. Angst draait bijna altijd om het verlies van controle.”

Wanneer wordt dwang ziekelijk?

„Officieel wanneer je er minimaal een uur per dag mee bezig bent. Als je een uur per dag de sloten van je huis controleert. Eigenlijk als je het zelf ook onzin vindt, maar er niet mee kunt stoppen. Dan heb je een dwangstoornis.”

Ik loop weleens terug naar mijn auto om te kijken of ik ’m wel op slot heb gedaan. Wanneer wordt zoiets een stoornis?

„Op het moment dat je terug moét naar die auto, omdat je anders aan niets anders meer kunt denken. In zekere zin kennen veel mensen dat.”

U ook?

„Ik word ook voor een groot deel geleefd door automatismen en rituelen. Ik doe ook deuren op slot die ik later nog eens ga controleren. Toch valt dat nog binnen de normaliteit. Je moet kijken naar de manier waarop mensen dingen doen. Je kunt het op een gezonde manier doen, en je kunt het ziekelijk doen. Ik heb patiënten gehad die er niet tegen konden dat de meubels verschoven werden. Die hadden bij de bouw van hun huis hun meubels zelfs vast laten metselen. Er was een mevrouw die geobsedeerd bleek door het gif van groene kikkers. Zij keek voortdurend naar kinderprogramma’s om te zien of er geen groene kikkers in figureerden. Zo ja, dan belde ze acuut met de betreffende omroep om te waarschuwen.”

Bent u zelf normaal?

„‘Normaal’ is niet interessant. Dat is in feite een restcategorie.”

Valt u onder die restcategorie?

„Niet in alles. Wat bij mij niet normaal is, is dat de dingen vaak zo anders lopen dan ik zelf zou willen. Op tijd naar huis willen en toch blijven hangen en biertjes drinken. Niet werken wanneer het moet. Of wel werken terwijl het niet zou moeten. Echt het leven leiden zoals ik dat zelf graag wil lukt me maar zelden.”

Waar bent u zelf bang voor?

„Net als veel mensen ben ik bang om alleen gelaten te worden, om niet erkend te worden. Maar ik heb vooral de angst gehad: doe ik wel iets goeds met mijn leven? Ik heb eerst filosofie gestudeerd. Een fantastische opleiding, maar na vier jaar dacht ik: oké, en nu dan? Ik doe eigenlijk niks, ik dénk alleen maar. Wie iets voor de wereld wil betekenen, moet er middenin staan en niet erboven. Dat heb ik gevonden in de geneeskunde. Dit vak verschaft mij een soort ethische immuniteit. Want als dokter doe je in principe iets goeds voor een ander.”

Hebt u als psychiater iets aan uw filosofische achtergrond?

„Beslist. De filosofie heeft mij veel meer inzicht verschaft in de mens dan de psychiatrie. Hoe verlangen werkt, wat verliefdheid is, ik heb het geleerd in de filosofie. Voor mij is psychiatrie vooral een technisch vak. Het is ook echt geen moeilijk vak. Bijna iedereen kan psychiater worden. Wij zijn hooguit wat sneller in het herkennen van patronen. Ik zeg vaak tegen studenten: geef de werkster een week de tijd en zij kan ook heel rake dingen over een patiënt opschrijven. Het verschil is dat wij het in een half uur moeten kunnen.”

U maakt bij het behandelen van dwangstoornissen soms gebruik van Deep Brain Stimulation, waarbij er diep in het brein elektroden worden aangebracht. Wat gebeurt er dan?

„Je activeert bepaalde delen van het brein door middel van elektrische stroom. Deze methode wordt al dik twintig jaar toegepast bij de ziekte van Parkinson. Wij bedachten tien jaar geleden dat je de techniek misschien ook zou kunnen inzetten bij dwangstoornissen. Bijvoorbeeld bij een meisje dat elke dag acht uur nodig had om zich naar haar zin goed aan te kleden. Cognitief was ze volledig intact. Dat is het erge eraan. Bij een depressie of een bipolaire stoornis beleeft de patiënt het minder. Mensen met dwangstoornissen hebben een kristalhelder bewustzijn van hun lijden. Daardoor is de lijdensdruk bijzonder hoog.”

Wat is het effect van die ingreep?

„De werking is in veel gevallen verbluffend. Ik heb mensen in drie, vier minuten totaal zien veranderen. Ik heb een man gezien die na dertig jaar zware depressie in een klap van zijn klachten af was.”

Dus tientallen jaren van gesprekstherapie kun je in één keer overbodig maken met een paar stroomdraadjes?

„Nee. Je moet mensen wel degelijk met gesprekken verder begeleiden in het proces van beter worden. Het gaat zo plots dat je ze echt moet helpen met het opbouwen van een nieuw leven. De verandering gaat meestal gepaard met somberheid: wat heb ik de afgelopen twintig jaar in godsnaam gedáán? Wat ben ik kwijtgeraakt?.”

De afgelopen 8 jaar zijn er in Nederland bij 42 patiënten elektroden in het brein geplaatst. Dat zijn relatief kleine aantallen.

„We willen uiteindelijk op tien, twaalf ingrepen per jaar uitkomen. Grotere aantallen zullen het niet worden. Het blijft een zeer intensieve en dure behandeling, met kans op bloedingen of infecties. En het werkt ook niet altijd. Bij driekwart van de patiënten is de werking goed, een ander deel is zelfs geheel klachtenvrij. Bij vijftien procent blijft de stoornis intact.”

Mensen omarmen hun stoornis soms ook als een onmisbaar deel van hun identiteit.

„Je hebt inderdaad mensen die niet willen genezen. Die zeggen eerlijk: ik hou van mijn gebrek. Als je die handicap helemaal wegneemt, voelen ze leegte en eenzaamheid. We hadden een vrouw die twaalf tot veertien uur per dag liep te poetsen. Dat brachten we terug naar een kwartier. Maar ja, daardoor wist ze totaal niet wat ze met die vrijgekomen tijd aanmoest. Ze zei: ach dokter, ik mis het zo. Tegenwoordig is ze professioneel werkster. Ze poetst nog even lang als vroeger. En ze verdient er nog geld mee ook.” <<