Ach, Europa

Schaapachtig stapte Daley Blind op Mario Balotelli toe. De shirtjes werden gewisseld. Daley knikte dankbaar voor het souvenir van de man die hem in de wedstrijd nog half kreupel had geschopt. En die hem 95 minuten lang het bloed onder de nagels vandaan had gehaald als kampioen vallende ziekte. Blind gooide het shirt van zijn kwelgeest niet nonchalant over de schouder, hij hield het teder in de hand.

Relikwiezucht.

Het zal een prominente plaats krijgen in zijn doorzonwoning.

Iets huisaltaarachtig, allicht.

Het shirt van de Milanese spookspits maakte hem vooralsnog niet zichtbaar gelukkig. Dat is voor later. Daarvoor had de jonge Blind het nu te moeilijk met het afscheid van de Champions League. Er lag een onwezenlijke kou in zijn gezicht – gebroken wit van tuberculose. De ogen stonden diep.

Een normaal gesprekje voor de camera van de NOS lukte niet. Hij stotterde wat clichés bij elkaar in de slipstream van zijn coach Frank de Boer: antivoetbal, theater, onbegrip. Terwijl hij sprak, plukte hij almaar aan zijn wangen – om het vuil van een laagje fijn stof afkomstig van het Milanese houthakkersvoetbal weg te vegen?

Eerst douchen dan praten, Daley.

Milan kneep Ajax zachtjes dood met oudeeuws catenaccio. Daar waren de Amsterdamse pubers niet op berekend. Het ontregelde hun precisie-instinct. Ze overliepen hun eigen positiespel. En de geluksfee was van de Rossoneri.

Straks zal blijken dat de deceptie in San Siro de beste uitvalbasis was voor de toekomst. Het onrecht in Milaan is een geweldige leerschool voor de jonge Ajacieden. Voetbal is niet alleen maar spelen, het is bij vlagen hekserij. Als de bal er niet in wil, houdt het op. Nog een cliché: verdedigen is een vak. Gecombineerd met treiterkunst raakt het zelfs het wezen van de mens: territoriumdrift.

Ajax heeft baat bij de schande van Milaan. Er is nu meer perspectief. Doorgroei. Opgefokte volwassenheid.

Niets van dit alles vind je bij PSV terug. Club in staat van ontbinding. Uitgeschakeld worden voor de Europa League door het nietige Tsjornomorets uit Oekraïne is voorlopig het zwartste hoofdstuk in het malaisefeuilleton. Dieptepunt met de kracht van een genadeklap.

Is PSV nog wel een club? Enige structuur is niet meer te herkennen. Bestuur en directie zijn totaal eerloos in hun beleid van verloedering. Het dolen van de spelers doet pijn aan de ogen. Ook nog met het valse sentiment van knuffeltroost bij de al even tranerige fans, na een blamage.

Coach Phillip Cocu lijkt een magneet voor rampspoed. Hij stond donderdag al even wezenloos en kwetsbaar op het veld als Daley Blind een dag eerder in Milaan. Nog steeds een man met beschaving, maar iemand moet hem uit zijn lijden verlossen. Hem duidelijk maken dat er in de augiasstal PSV voor hem niets meer te rapen valt. De trotse coach valt al weken in schilfers uiteen. Van zijn charme en bevlogenheid blijft alleen nog mistig geraamte over.

Het verschil tussen Phillip Cocu en Frank de Boer is dat de eerste een gefolterde cartesiaan is, terwijl de coach van Ajax als doctor honoris causa schouderophalend door het leven waait. Hij kan brullen als een gek, maar in wezen is Frank immuun voor euforie en tegenslag. Hij kauwt op succes, maar slikt het niet door.

Phillip is gevangene van zijn zachtmoedigheid. Zelfs voor een kwal als Ola Toivonen heeft hij mededogen.

De goudhaantjes Adam Maher, Memphis Depay en Zakaria Bakkali tollen mee in de dynamiek van de ondergang.

Enige oplossing voor PSV: napalm over de bestuurskamer. Desnoods over de hele Herdgang.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.

    • Hugo Camps