Wie schilderijen op foto zet, vergeet ze snel weer

Mensen vertrouwen op geheugen van hun camera

Expositie van schilderijen in Museum de Buitenplaats in Eelde. Foto Hollandse Hoogte

Fototoestel meenemen naar het museum? Of gewoon lekker kijken? Wie de volgende dag nog wil weten wat hij gezien heeft, kan beter het laatste doen, blijkt uit Amerikaans onderzoek, gepubliceerd in het wetenschappelijke blad Psychological Science (5 december).

Het was natuurlijk geen gewoon ontspannen museumtochtje waar de onderzoeker haar proefpersonen (enkele tientallen studenten) voor had uitgenodigd. De deelnemers aan het onderzoek liepen langs zo’n dertig objecten: schilderijen, sculpturen, keramiek, gereedschappen, sieraden en mozaïeken. Ze moesten eerst steeds hardop de naam van het kunstwerk voorlezen, waarna ze er ongeveer een halve minuut naar keken. Tot slot namen ze een foto van een vooraf bepaald deel van de kunstwerken. Ondanks de extra tijd die de deelnemers doorbrachten bij de kunstwerken die ze fotografeerden, en het feit dat ze er dus actief ‘iets mee deden’, konden ze over juist die kunstwerken de volgende dag minder vragen correct beantwoorden.

De onderzoekers denken dat mensen er automatisch op vertrouwen dat de camera het kunstwerk wel voor hen zal onthouden. Ze verwijzen naar onderzoek uit 2011, waaruit bleek dat mensen informatie minder goed onthouden als ze weten dat die later nog op te zoeken is. Mensen zijn dus geneigd geen dingen te onthouden die ze niet hoeven onthouden – heel efficiënt van ons brein. Het is ‘gedistribueerde kennis’, die ook tussen mensen onderling bestaat. Wie weet dat hij altijd die ene bevriende filmgek kan bellen onthoudt zelf minder goed wie in welke film speelt.

Dit foto-onderzoek zegt natuurlijk niets over de rol die eenmaal genomen foto’s spelen in het leven van mensen. Foto’s kunnen mensen wel helpen om op langere termijn gebeurtenissen te blijven onthouden – mensen zeggen zelf ook dat ze daarom foto’s nemen. Maar ook daar is de onderzoeker enigszins sceptisch over. Mensen nemen tegenwoordig zoveel foto’s, schrijft ze, dat ze er nauwelijks meer aan toekomen om er, al dan niet samen, nog eens naar te kijken. Dat bleek al eerder uit onderzoek.