VN: waarschijnlijk chemische wapens gebruikt op vijf plekken in Syrië

Ake Sellström (links), hoofd van de missie in Syrië, overhandigt het rapport aan VN-secretaris-generaal Ban ki-Moon Foto Reuters/ Lucas Jackson

Op vijf plekken in Syrië zijn er dit jaar waarschijnlijk chemische wapens gebruikt. Dat is de conclusie van de inspecteurs van de Verenigde Naties die in het land onderzoek hiernaar deden.

De inspecteurs, onder leiding van de Zweedse professor Ake Sellström, onderzochten het vermeende gebruik van chemische wapens op in totaal zeven plekken. Volgens hen was er op twee plekken te weinig informatie om het gebruik te bevestigen. De inspecteurs hadden slechts toestemming gekregen vast te stellen óf er chemische wapens werden gebruikt, niet wie daarachter zat, de regering van president Assad of de oppositiestrijders.

De plekken waar de inspecteurs bevestiging vonden voor de chemische wapens waren Khan al Assal (buiten Aleppo), Jobar (bij hoofdstad Damascus), Saraqueb (vlak bij Idlib in het noordwesten) en Ashrafiah Sahnaya (bij Damascus), schrijft persbureau AP. In twee gevallen waren er aanwijzingen dat het zenuwgas sarin werd gebruikt.

Geen van de partijen in het land hadden ontkend dat er in Khan al Assal chemische wapens waren gebruikt, alleen beschuldigden beide kanten elkaar over en weer. De Syrische regering sprak van het mogelijk gebruik van de wapens in Jobar en Ashrafiah Sahnaya, Groot-Brittannië en Frankrijk deden dat voor Saraqueb.

Aanval in Damascus al eerder bevestigd

In een eerste rapport, verschenen op 16 september, hadden de inspecteurs al geconcludeerd dat het vaststond dat er in Ghouta, in Damascus, bij een grote en dodelijke aanval in augustus chemische wapens waren gebruikt. Die aanval heeft uiteindelijk tot internationale actie geleid, met als voorlopig resultaat een door de Verenigde Staten en Rusland geleid akkoord om Syriës arsenaal aan chemische wapens te vernietigen voor de tweede helft van volgend jaar.

    • Frank Huiskamp