Uit het stof moet hier een Parijs verrijzen

In een ambitieuze roman die barst van de energie stelt de Turkse Ece Temelkuran zowel het academisch leven in Oxford als de rampen in het Midden Oosten aan de orde. Een kluwen van ineengedraaide verhalen.

Kent u de Broodboom in Beiroet, in de christelijke wijk Ashrafiya, in de steile Jetawistraat? Het is een sinaasappelboom, waarin mensen iedere dag plastic zakken met brood hangen, die er door de armen uit de wijk worden opgehaald. Buitenlanders gaan soms op zoek naar de legendarische Broodboom. Maar natuurlijk bestaat hij niet echt. Alleen het verhaal bestaat.

In Het geluid van bananen laat de Turkse journaliste, schrijfster en dichteres Ece Temelkuran een duizelingwekkend aantal verhalen de revue passeren. Je vindt er het absurdisme van haar landgenote Perihan Magden, het kosmopolitisme van haar andere landgenote Elif Shafak en de grote greep van wie lak heeft aan conventies.

Op de eerste bladzijden pikt een Palestijnse taxichauffeur een klant op. Hij heeft ‘tientallen kompassen op het dashboard’ staan ‘met bewegende wijzers’. Dit boek zal alle kanten opgaan, maakt dit beeld ons meteen duidelijk, reken er maar niet op dat die kompassen ordentelijk naar het noorden wijzen, zoals wij dat in het Westen gewend zijn. Dat Westen wordt vertegenwoordigd door ‘het bedaarde, deftige’ Oxford, waar de Turkse onderzoekster Deniz, bezig aan een proefschrift over de islam en armoede, domicilie heeft gekozen. Ze koos voor de wetenschap omdat ze ‘geen zin had om aan verhalen verslaafd te raken’. Ze wilde zich verre houden van de rest van de wereld, ‘denken en schrijven en anders niets’. In drie jaar heeft ze zich de mores van de academie eigen gemaakt: op de ‘permanente receptie’ die Oxford is, moet je nooit iets zeggen dat écht betekenis heeft. Ze is ‘een hybride, precies tussen Oost en West in’.

Aan het andere uiteinde van het spectrum vinden we inwoners van Beiroet, de stad die geldt als ‘het onderbewuste van het Midden-Oosten’. Temelkuran volgt het succesvolle concept van de Egyptische auteur Alaa el Aswany en laat haar personages wonen in één en hetzelfde flatgebouw. Er is de conciërge Marwan, de verleider Djan, er is mevrouw Zeynab en haar Filippijnse dienstmeisje.

Filipina kwam naar Beiroet met in haar koffer de brieven van de vader die ze nooit heeft gekend. Hij schreef haar brieven toen ze net geboren was, in het vluchtelingenkamp Shatila, in juli 1982. Filipina’s moeder werd bij een aanslag gedood, een paar maanden later zou het beruchte bloedbad plaatsvinden. Het zijn hartverscheurende brieven over zijn leven in het kamp, ‘met muren gebouwd van vlees en bloed, straten geplaveid met kwetsbare kinderen, huizen opgetrokken uit ontheemding’. ‘Ik heb je niets anders te geven dan een verhaal’, schrijft hij haar over zijn eigen dood heen.

Maar er is ook de oude, dementerende meneer Hadi, die zich voortdurend afvraagt of de oorlog nu eindelijk is afgelopen, of zijn zoon nog leeft en hoe het komt dat er overal in de stad ruïnes staan. Hij is op zoek naar ‘een lijn die het heden van het verleden scheidt’, ‘waar is de tijd?’ Op weer een andere etage besluiten een Armeense en een soennitische Palestijn na een bezoek aan een gevangenkamp een clownstroep voor kinderen op te richten. Op een flikkerend televisiescherm is de roep te horen van de ‘coole, sexy Arabieren’ die eisen dat er eindelijk een einde komt aan de oorlog; en zo rijgen de verhalen zich aaneen.

Het is ‘een typisch oosterse denkstrategie om van alles één grote kluwen te maken’, zegt een personage, ‘en dan een ontsnappingsroute te zoeken’. Hoe anders gaat de westerling te werk: hij deelt een probleem in stukjes op en gaat op zoek naar een oplossing.

Een kluwen van ineengedraaide verhalen – kleurrijk, betekenisvol, kritisch over Oost en West en met losse eindjes – dat is wat Het geluid van bananen te bieden heeft. Oxford als een plek waar mensen proberen Iemand te worden, ‘ergens een plakkertje met hun naam achter te laten’. Mensen zijn er onbuigzaam, ze zijn ‘angstig en laf geworden door de zekerheid en voorspelbaarheid’. Beiroet daarentegen worstelt met geweld, een loodzware geschiedenis en een toekomst waarin steeds opnieuw een oorlog opduikt. Haar inwoners hebben een droom, ze hopen tegen beter weten in dat er ‘uit het stof opeens een Parijs verrijst’, waar ze een normaal leven kunnen leiden.

Het geluid van bananen is een ongelofelijk ambitieus boek dat barst van de energie. Temelkuran agendeert in één keer alle hete hangijzers – van het Palestijns-Israëlische conflict in historisch perspectief tot de Westerse vooroordelen over literatuur uit het Oosten. Dat dat niet allemaal even goed lukt vergeef je haar. Haar vlammende bevlogenheid is aanstekelijk genoeg.

In verstandige steden worden nu verstandige verhalen geschreven, schrijft Temelkuran. Voor die verhalen moet je niet bij haar zijn. Haar verhalen ‘jeuken als open wonden in de geschiedenis’.

Op 17 december geeft Ece Temelkuran de Vredeslezing in de Balie in Amsterdam.