Terechte brede parlementaire steun voor de missie naar Mali

Met alleen de stemmen tegen van de SP, PVV en Partij voor de Dieren heeft de Tweede Kamer zich gisteren uitgesproken voor de Nederlandse militaire missie naar het Afrikaanse Mali. Het betekent dat de uitzending van 368 militairen en een tiental civiele politieagenten de steun heeft van meer dan tweederde van de Tweede Kamer. Dit is een ruim en veelzeggend parlementair mandaat.

Recente andere grootschalige Nederlandse missies naar het buitenland, om een bijdrage te leveren aan VN-operaties, moesten het doen met minder steun. Te denken valt bijvoorbeeld aan de trainingsmissie in het Afghaanse Kunduz, die het moest stellen met een zeer krappe, bij elkaar gesprokkelde meerderheid.

Onder de tegenstanders van de uitzending van militairen naar Mali bevond zich de inmiddels bij dit soort beslissingen vertrouwde combine van SP en PVV. De SP zet vraagtekens bij de effectiviteit van de VN-missie en vreest dat het bereiken van verzoening zal worden ondermijnd door de inzet van grootschalige militaire middelen en de daarbij vergeleken geringe humanitaire bijdrage.

Dit is op zich een valide argument, maar roept wel de vraag op of de SP met het schetsen van een mogelijk effect ooit wel voor een militaire inzet zal stemmen. De breed gelegitimeerde VN-missie is immers juist bedoeld om te voorkomen dat het land door toedoen van allerlei strijdgroepen nog verder wordt overgeleverd aan chaos.

In die zin is ook de tegenstem van de PVV curieus. Uitgerekend deze partij laat niet na te waarschuwen voor het oprukkende gevaar van islamitische jihadisten. Nu in Mali, dat geografisch bezien behoort tot de achtertuin van Europa, actie wordt ondernomen tegen het islamitisch terrorisme, haakt de PVV af. Omdat, aldus de partij, andere landen in de regio maar eens moeten „acteren”. Het is wel een erg doorzichtige vorm van schonehandenpolitiek.

Een grote meerderheid van de Tweede Kamer is dus voor de Nederlandse militaire betrokkenheid bij Mali. Dat het deze kant op zou gaan, stond eigenlijk al van meet af aan vast. Maar positief is dat de Tweede Kamer zich heeft weten in te houden en niet zoals bij voorgaande uitzendingen allerlei eigen randvoorwaarden is gaan stellen. Absurde discussies zoals ten tijde van het debat over de trainingsmissie naar Kunduz – toen vanuit de Haagse vergaderzalen een ‘agentvolgsysteem’ voor de Afghaanse zandvlakten werd geëist – zijn uitgebleven. De terechte zorg van de Kamer bleef beperkt tot de vraag over voldoende helikoptercapaciteit.

‘We’ gaan. De Nederlandse krijgsmacht kan er wederom op uittrekken. Door bij te dragen aan een missie van de VN wordt invulling gegeven aan een in de Grondwet omschreven taak. Nederland neemt terecht verantwoordelijkheid.