Slovenië kan wankele banken op eigen kracht redden

Opluchting in Europa over aanpak van bankencrisis zonder beroep op noodfonds

Maanden leek het erop dat Slovenië als zesde euroland naar het noodfonds moest, om herkapitalisatie van zijn wankele banken te bekostigen. Gisteren bleek dat dit, voorlopig althans, niet hoeft. Aangezien de kleinste eurolanden tot nog toe voor de meest dramatische bail outs en financiële turbulentie hebben gezorgd, haalt de eurozone opgelucht adem.

Acht Sloveense banken hebben 4,77 miljard euro aan extra kapitaal nodig, bleek uit stresstests, waarvan de resultaten gisteren in Ljubljana werden bekendgemaakt. De regering zegt dat zij dit grotendeels zelf kan ophoesten.

Het meeste geld, 3,1 miljard euro, moet meteen naar de drie grootste banken, NLB, NKBM en Abanka, die vrijwel geheel in handen zijn van de staat. 440 miljoen wordt gefourneerd door obligatiehouders te korten. Het overige kapitaal moeten banken, waaronder dochters van twee Oostenrijkse banken en het Italiaanse Unicredit, zelf ophalen.

Staatssteun

Het probleem is veroorzaakt doordat steeds meer leningen niet worden terugbetaald. Van bijna 18 procent van alle leningen is terugbetaling vertraagd. Zodra de Europese Commissie de staatssteun voorwaardelijk goedkeurt – waarschijnlijk over enkele dagen – willen de drie grootste banken 1,7 miljard aan slechte leningen overhevelen naar een bad bank die in 2012 is opgezet.

Europees commissaris Olli Rehn bevestigde meteen dat „het duidelijk is dat Slovenië met de reparatie van de financiële sector kan beginnen zonder financiële hulp van haar Europese partners”. Voorzitter Jeroen Dijsselbloem van de eurogroep (met Letland vanaf januari achttien landen) repte van „vertrouwen”, dat de Slovenen het probleem zelf de baas kunnen. De rente op Sloveense staatsobligaties zakte gistermiddag naar het laagste niveau in zeven maanden.

De Sloveense premier Alenka Bratusek had, sinds haar aantreden in maart, de gang naar het noodfonds ESM resoluut van de hand gewezen. Zij leek, zoals andere regeringsleiders vlak voor hún doek viel, in een ontkenningsfase te verkeren. Maar haar afkeer van leningen leek ook versterkt te worden door de haat jegens de trojka die in Griekenland, Portugal, Ierland en Cyprus is opgelaaid.

Trojka

Deze trojka – vertegenwoordigers van de Europese Commissie, Europese Centrale Bank en Internationaal Monetair Fonds – legde hen in ruil voor leningen zó veel maatregelen en wetten op, dat democratische processen worden verstoord.

Spanje, dat aan een volledige ‘bail out’ ontkwam door zelf hard te bezuinigen en hervormen (alleen banken hadden euroleningen nodig), wordt door anderen benijd, omdat het zo de trojka buiten de deur had weten te houden. „Wij zijn vernederd, zij hebben hun trots nog”, vatte een Portugese functionaris nog onlangs de onvrede samen.

Europese functionarissen vreesden afgelopen zomer dat Slovenië dit Spanje niet na zou doen. Maar afgelopen weken werden zij wat optimistischer. Niet alleen had Slovenië in november, mede dankzij de rust in euroland, probleemloos 1,5 miljard op de markten geleend. Ook was Bratusek „begonnen met hervormen”, zei een hunner. De pensioenleeftijd stijgt, sociale verworvenheden worden getrimd, staatsbedrijven worden eindelijk geprivatiseerd.

Cliëntelisme

Komende jaren worden pijnlijk voor de Slovenen. Zij moeten doen wat andere ex-Oost-Europese allang hebben gedaan: hun cliëntelistische systeem afbreken en de economie moderniseren. Omdat Slovenië in 1991 al na twee weken oorlog onafhankelijk werd van Joegoslavië, bleef het de destructie bespaard die de andere deelrepublieken te verduren kregen.

Het Sloveense bewind in Ljubljana wendde zich meteen richting EU. Het land werd in 2004 lid en kreeg in 2007 de euro. Door zijn lage staatsschuld en zakelijke uitstraling zagen velen niet dat banken met vriendjespolitiek gerund werden.

Volgens gouverneur Bostjan Jazbec, centrale bank, is dit „de hoofdzonde”. Staatsbedrijven kregen altijd leningen, of uitstel van betaling, en hebben mensen op de loonlijst die niet of nauwelijks werken. Slovenië heeft maar 2 miljoen inwoners en wordt als een dorp gerund. Buitenlandse investeerders blijven weg. De economie kromp sinds 2008 met 11 procent. De staatsschuld zal door de bankensteun stijgen tot 75 procent van het bbp.

    • Caroline de Gruyter