Column

Simone Zelfdiscipline

‘Als ik voor de grap aan zo’n FEBO-automatiekdeurtje trek, gaat-ie bij wijze van spreken vanzelf open.’ Aan het woord is Idriss van zeventien en zijn leven is makkelijk. Of moeilijk juist, want alles is voorhanden. Alle deurtjes kunnen open. Voor je het weet eet je je – ‘voor de grap’, omdat het kan – moddervet.

In het boek 17 and the City portretteert journaliste Santje Kramer de vrienden van haar tienerdochter uit Amsterdam Oud-Zuid. Bloedmooi en zelfbewust zijn ze en de wereld vermoeit hen tot burn-outs aan toe. De kamer van dochter Tessel moest prikkelvrij worden gemaakt voor ze zich op haar huiswerk kon concentreren.

Ook onder twintigers wordt het reguleren van prikkels in allerlei methoden gegoten. NRC-columniste Rosanne Hertzberger verruilde haar smartphone voor een ‘ouderwetse’ mobiel: haar proefschrift moet af. Ik zet bij het schrijven een SelfControl-app aan (met een doodshoofd als icoontje) waarmee je websites kunt blokkeren. Toen ik een medewerker in de Apple-winkel over deze timer vertelde, kreeg ik spontaan korting op mijn aankoop.

Dat zijn nog alledaagse hulpmiddelen, maar veel jongeren zoeken opvallendere vormen van zelfdiscipline op, zo bleek afgelopen woensdagavond in een twintigersdebat over onthouding. Een jongen ging een jaar lang offline, een meisje kocht niets nieuws meer, iemand douchte een maand lang koud en een moslima dronk niet.

De moslima die niet dronk, kon op de meeste instemming rekenen: zij had iets heiligs om zich aan te meten. Iedereen knikte, terwijl de jongen die zich gewoon gezonder voelde zonder drank voor saaie sukkel werd uitgemaakt.

Bij religieuze overtuiging gaat zelfkastijding nog gepaard met een belofte, een beloning in het hiernamaals. Onthouding anno nu is een bewijs van zelfcontrole en een roep om zingeving. Lamgelegd door een overvloed aan mogelijkheden pleitte iemand voor bewuster leven. „Wanneer je een astma- of paniekaanval hebt gehad, weet je weer hoe fijn zuurstof is.” Hij leek te geloven dat bewust ademen uiteindelijk beloond wordt – met karma ofzo. Maar het lot laat zich niet opsparen. Er is geen God die een eerlijke verdeling maakt en dus bidden we ten einde raad met chia-zaad, koudwaterdouches en alcoholvrije dagen.

Is het tijd dat we ons laten helpen, zoals Tessel haar vader inschakelde en een isoleercel van haar kamer maakte? Moeten we de frikandel vervangen voor een duurzame staaf zonder paard of plofkip erin zodat de overvloed niet zo onverantwoord is? Of moeten we de FEBO-deurtjes dichtschroeven? Het lijken me verordeningen die tot weinig meer leiden dan schijncontrole.

Een beetje angst maakt van het leven meer dan een vrijblijvende grap. Zoals een zeventienjarige uit 17 and the City al weet: „Tegenslagen ken ik niet, dat maakt me een beetje bang want dan kunnen ze alleen maar komen.”

Inderdaad, de deurtjes klappen vanzelf weer dicht. Er zit niet voor niets een springveer in het mechaniek: na het uitrekken komt krimp.