Na 279 jaar alsnog een hit

De Matthäus-Passion is overal te horen rond Pasen Maar Bach schreef ook kerstmuziek: het Weihnachtsoratorium Dat is aan een opmars bezig

Het Weihnachtsoratorium, hier uitgevoerd door de reformatorische oratoriumvereniging Canto di Lode uit Rotterdam, gaat over de geboorte van Jezus. De tekst is minder dramatisch dan deMatthäus. Foto Canto di Lode

verslaggever

Rond Pasen kun je er in Nederland niet omheen: dan is het tijd voor de Matthäus-Passion. Talloze koren en orkesten buigen zich over het grote meesterwerk van Johann Sebastian Bach. De high society komt op Goede Vrijdag bijeen in Naarden, waar de Nederlandse Bachvereniging haar passietraditie in ere houdt, en iedere middelgrote stad heeft op z’n minst één amateuruitvoering. Het stuk gaat over de laatste dagen van Jezus Christus – logisch dat het rond Pasen klinkt.

Maar ook voor Kerst schreef Bach muziek: een grootschalig werk voor zangsolisten, koor en orkest. Dit Weihnachtsoratorium lijkt nu bezig aan een opmars. Het is moeilijk tellen hoeveel uitvoeringen er dit jaar in Nederland klinken, zeker is dat het stuk inmiddels tot het standaardrepertoire van de kerstperiode hoort.

Dat hoorde het pakweg vijftig jaar geleden niet. En in Bachs tijd ook niet. Sterker nog: anders dan zijn Matthäus-Passion (1727), die hij zelf meerdere keren uitvoerde, lijkt het erop dat hij zijn Weihnachtsoratorium als gelegenheidswerk beschouwde. De teksten sloten precies aan op de kerkelijke kalender van het jaar waarin hij het componeerde, 1734. Voor het volgende jaar was het niet geschikt. De eerstvolgende uitvoering was pas in 1857, in Berlijn.

Schaamteloos hergebruik

Er is wel meer raars aan het Weihnachtsoratorium. Het stuk bestaat uit zes delen die door Bach onafhankelijk van elkaar werden uitgevoerd. Samen duren ze in een moderne uitvoering rond de tweeënhalf uur. Bach smeerde het stuk niet alleen uit over zes dagen, hij liet het zelfs in twee verschillende kerken spelen. Als het stuk nu in zijn geheel wordt uitgevoerd, is dat dus eigenlijk – voor wie er waarde aan hecht – historisch onverantwoord. Vaak kiezen oratoriumverenigingen er trouwens voor om drie of vier delen uit te voeren.

Bach putte voor het stuk rijkelijk uit muziek die hij eerder had gecomponeerd. Dat deed hij vaker, en betekent niet dat hij geen inspiratie had. Ja, hij had weleens last van tijdgebrek (Bach componeerde aan de lopende band, terwijl hij ook musiceerde en lesgaf), maar dat hij zijn muziek hergebruikte, wijst eerder op het feit dat hij overtuigd was van de kwaliteit van zijn werk. Ook zijn Mis in b-klein, volgens velen zijn magnum opus, is voornamelijk uit eerder materiaal opgebouwd. Zie het als een greatest hits-plaat.

Een voorbeeld van de overlap: luister naar het openingskoor van het eerste deel, Jauchzet, frohlocket!, en zet daarna de cantate Tönet ihr Pauken! Erschallet, Trompeten! op. Zelfde muziek.

Qua drama haalt het Weihnachtsoratorium het niet bij de Matthäus, waarin Jezus wordt verraden en gekruisigd. In het kerstoratorium gaat het over de geboorte, over de ervaringen van de herders, de naamgeving en de komst van de wijzen uit het Oosten.

Een hit in Nederland

Waarom is het nu, 279 jaar na dato, dan toch zo’n hit? Omdat de muziek prachtig is, dat ten eerste. Er is waarschijnlijk geen land ter wereld waar Bach zo vaak wordt uitgevoerd als in Nederland. En dat het kerstoratorium meelift op het Nederlandse succes van de Matthäus, is evident.

Veel meer dan in andere landen is onze Matthäus-traditie gekoppeld aan Goede Vrijdag: in buurlanden kom je het stuk het hele jaar door in concert-agenda’s tegen. Andere landen hebben andere tradities. Zo hoort de Messiah van Georg Friedrich Händel in Engeland bij Kerstmis – Händel werkte lange tijd in Londen, en de Britten claimen hem ondanks zijn Duitse afkomst als ‘hun’ nationale componist.

In Bachs tijd was Pasen de belangrijkste kerkelijke feestdag. Katholieken zullen nog volhouden dat Pasen het belangrijkste feest is, maar in onze cultuur is Kerstmis Pasen voorbij gestreefd – ook commercieel.

En bij een belangrijk feest hoort muziek. Importeren we dan een traditie uit Engeland, of doen we Bach gewoon twee keer per jaar? Dat laatste natuurlijk. Bach laat ons jauchzen en frohlocken (jubelen). In Kerst- und Leidenszeit.

    • Merlijn Kerkhof