Lachen om mijn vlaggen

Zelfs Sinterklaas vindt het leuk dat ik scheidsrechter ben geworden. Na een gedicht waarin hij allerlei scheldende en knokkende spelers opvoert, de rode kaarten door de lucht vliegen en ik ten slotte per traumahelikopter naar de dichtstbijzijnde intensive care („die was gelukkig niet zo ver”) word afgevoerd, beloont de goedheiligman mij dit jaar met een prachtig, langwerpig pakje.

„Wat is dát?”, vraagt mijn schoonzus als ik twee zwarte handvatten uit een kunstlederen tasje trek.

„Dat zijn nou grensrechtervlaggen.” Ik bewonder mijn rood-geel geblokte cadeau met een glimlach op het gezicht. Dit zijn precies de vlaggen die ik wilde hebben. Ik kijk kort naar mijn moeder, die met een zichtbaar opgeluchte blik naar me knikt.

„Waarom in godsnaam?”

Mijn schoonzus vindt het feit dat ik scheidsrechter ben al redelijk raadselachtig, laat staan dat ze nu begrijpt wat ik met deze nogal prijzige set moet.

„Ja”, wil ook mijn broer weten. „Wat ga je er eigenlijk mee doen?”

„Volgens mij vroeg de Sint zich dat ook al af”, merkt mijn moeder, die binnen ons gezin bekendstaat om het klakkeloos opvolgen van verlanglijstwensen, vanuit een hoek van de kamer op. „Liggen die dingen niet gewoon bij elke club?”

Ik kijk de kring rond. Niemand schijnt te snappen dat het súperhandig is om als scheids je eigen vlaggen mee naar een wedstrijd te nemen. Het is me al meerdere malen gebeurd dat ik een setje versleten stokken in mijn handen kreeg gedrukt. Soms waren het zelfs twee verschillende exemplaren, vaak genoeg zaten de gekleurde lapjes stof er zo slecht aan vast dat ze er al bij het eerste het beste vlagsignaal vanaf donderden.

„Nou en?”, zegt mijn broer. „Dat is toch niet jouw probleem?”

Ik leg uit dat het niet professioneel is om zulke armoedige spullen aan je assistenten te moeten overhandigen. Om mijn ingewilligde cadeauwens nog wat beter te legitimeren, vermeld ik erbij dat heel veel scheidsrechters een eigen setje vlaggen in hun sporttas hebben zitten.

„Zo te horen zijn die allemaal klaar voor de Eredivisie”, zegt mijn broer.

Ik denk aan een internetforum waar collega-scheidsrechters over het laatste scheidsrechtersnieuws praten, elkaar met spelregelvragen bestoken en vele digitale bladzijden lang over de beste accessoires discussiëren. Men vraagt er waar je een kaart kan kopen die in plaats van oranje wél echt rood is, welk fluitjesmerk bij anderen favoriet is en met wat voor een muntje je het beste de toss kunt verrichten. Ik lees al een tijdje langs de zijlijn van dat forum mee en in de eerste weken moest ik telkens weer om die discussies grinniken. Het vooroordeel van krankzinnige scheidsrechters werd er constant bevestigd.

Komend weekend neem ik mijn eigen vlaggen mee. Misschien moet ik voor die tijd maar eens lid van het forum worden.

    • Menno Fernandes