Kleinbedrijf heeft dat kapitaal harder nodig dan banken

Niet politici maar scenario’s geven aan hoeveel kapitaal ING nodig heeft, aldus Wilfred Nagel.

Politici en hoogleraren roeren de trom: „Luister niet naar de banken, verhoog hun buffers”. De opwinding stijgt en de geleerden met meningen en overtuigingen tuimelen over elkaar heen. Dat Nederlandse banken hun buffers sinds 2008 aanzienlijk hebben versterkt, blijft onvermeld. De kernvraag wordt niet of nauwelijks gesteld: hoeveel kapitaal heeft een bank nodig om te voorkomen dat extreme verliezen worden afgewenteld op spaarders of belastingbetalers? Graag geef ik u het antwoord van ING.

Traditioneel bepaalden banken de hoeveelheid kapitaal, in lijn met de Bazelse bankenregels, vooral door voor elke lening de kans op wanbetaling en het dan te voorziene verlies te schatten. Aan deze benadering kleeft, zo blijkt in de huidige crisis, ook een nadeel: zij houdt te weinig rekening met risico's van eenzijdige kredietverlening en heftige marktprijsschommelingen die de waarde van een onderpand kunnen beïnvloeden.

Daarom gingen banken sinds 2008 gebruik maken van scenarioanalyses. Dan wordt gekeken naar wat er gebeurt bij scherpe prijsdalingen van activa, extreme werkloosheid en hoge wanbetalingspercentages. Niet alleen historische gegevens worden in deze analyses betrokken, maar ook mogelijke nieuwe ‘rampen’ worden gemodelleerd. Zo kan nauwkeuriger worden bepaald hoeveel kapitaal nodig is om ook extreme onvoorziene verliezen te kunnen opvangen.

Informatie over de kapitaalspositie van ING is te ontlenen aan onze publieke cijfers. Ik beperk me hier tot de totale buffer waardoor onze spaarders zich beschermd weten.

Deze beschermingswal kent een aantal lagen: eerst komen onvoorziene verliezen ten laste van het operationele resultaat, dan van de voorzieningen en vervolgens wordt het risicodragende eigen en vreemde vermogen van de bank aangesproken. Bij ING gaat dit, uitgaande van de gemiddelde resultaten van de laatste jaren, om circa. 60 miljard euro, tien procent van de totale leningenportefeuille. Dit bedrag is zo’n twintig maal hoger dan het grootste verlies dat ING ooit op haar leningenboek heeft geïncasseerd. Het is aan de wetgever om te bepalen of dit voldoende is, maar ik zou denken van wel.

Temeer omdat de nieuwe ‘bail-in’-regels hier nog bovenop komen. Dan zullen bij rampscenario’s ook gewone obligatiehouders worden aangesproken voordat eventueel de belastingbetaler als redder in beeld komt. Voor ING betekent dit nog eens circa. 50 miljard euro potentiële verliesabsorptie. Al met al betekent dit dat de huidige risico’s voor spaarders en belastingbetalers, terecht, onvergelijkbaar veel kleiner zijn dan in 2008.

Dat brengt mij bij een laatste punt: banken zouden vanwege tekortschietend kapitaal de economie op slot zetten door ‘nee’ te verkopen aan ondernemers en vooral in staatsobligaties te investeren.

Voor ING is dit sowieso onjuist: onze portefeuille staatsobligaties is nu nagenoeg gelijk aan die in 2008, waarbij staatspapier overigens vooral wordt aangehouden vanuit liquiditeitsperspectief. Onze totale kredietverlening aan kleine en middelgrote ondernemingen is wel gekrompen, maar die krimp is vergelijkbaar aan die van ons bruto binnenlands product. Bovendien wordt deze niet veroorzaakt doordat wij meer kredieten afwijzen. De terugloop vloeit vooral voort uit afboekingen wegens wanbetaling. Daarnaast is het aantal kredietaanvragen met 50 procent gedaald; helaas niet ongebruikelijk bij economische tegenwind. Ook dit is geen argument om banken extra kapitaal aan te laten trekken. Kapitaalversterking moeten we, kortom, niet doen, omdat het kan. We moeten het doen als het nodig is. Zo niet, dan kan risicodragend kapitaal beter gebruikt worden: het midden- en kleinbdrijf heeft het nu harder nodig dan de banken.

    • Wilfred Nagel