In klimaatdebat winnen de dwarsliggers

De financiële crisis frustreert een effectief internationaal klimaatbeleid. Binnen Europa steekt protectionisme de kop op. Als bedrijven dreigen met verhuizen als de milieuregels strengen worden, zijn politici daar gevoelig voor.

Illustratie Roland Blokhuizen

Nog maar een paar jaar geleden kapittelde de Europese Unie in onderhandelingen de rest van de wereld omdat hun klimaatbeleid ver achterbleef bij dat van Europa. Maar klimaatbeleid is in Europa geen populaire thema meer. Toen in 2008 de financiële crisis begon, werden politici steeds voorzichtiger. Bij de recente klimaattop in Warschau was Europa bijna onzichtbaar. En in Brussel verzanden klimaatdebatten tegenwoordig in eindeloos gekissebis. De lidstaten denken nu in de eerste plaats aan hun eigen belangen. Of het nu gaat om luchtvaartemissies, verhoging van de CO2-prijs door versterking van het emissiehandelssysteem, het bijmengen van biobrandstof in benzine of de hoeveelheid CO2 in uitlaatgassen van auto’s, vaak bepalen bij het klimaatbeleid de machtigste dwarsliggers wat er gebeurt.

Dat het Europese klimaatbeleid faalt komt volgens de meeste deskundigen vooral door de lage prijs van kooldioxide (CO2). Vervuilers hoeven nauwelijks te betalen voor de mogelijke schade die ze met de uitstoot daarvan aanrichten. De prijs schommelt al geruime tijd rond de vijf euro per ton. Veel te laag, zeggen betrokkenen. Pas bij een prijs boven de 20 euro wordt het voor bedrijven aantrekkelijk om energie te besparen in plaats van hun vervuiling af te kopen.

Om die prijs te laten stijgen wordt nu een klein deel van de zogeheten emissierechten (tijdelijk) uit de markt gehaald. Daarover is in Brussel jaren gesproken, maar dinsdag heeft het Europees Parlement het plan eindelijk goedgekeurd, nadat het eerder was afgewezen. De meeste deskundigen verwachten niet veel van het uitstel. Het is een voorschot op een structurele versterking van de emissiehandel waar de Europese Commissie aan werkt.

De industrie lobbyt intussen hard om een prijsstijging te voorkomen, die zou concurrentievervalsend werken. Bedrijven dreigen te verhuizen naar landen die het minder nauw nemen met het klimaatbeleid als de energieprijzen te veel stijgen. In tijden van crisis zijn politici gevoelig voor dat argument. Zelfs als dat betekent dat energiebedrijven nauwelijks geprikkeld worden om schoner te produceren.

Zo kon het dan ook gebeuren dat de Europese markt nu wordt overspoeld met goedkope, maar zwaar vervuilende steenkool uit de Verenigde Staten, die zelf intussen overstappen op (iets) schoner schaliegas. Sommige critici zeggen dat Amerika zijn vuile brandstof op de Europese markt dumpt, maar het zijn de Europese energiebedrijven die die steenkool kopen. En het is de lage CO2-prijs die maakt dat steenkolen verbranden zo goedkoop blijft.

Energiewende

Hoe schadelijk dat is voor het Europese klimaatbeleid blijkt uit de cijfers van Duitsland, die met zijn Energiewende juist een snelle overgang wil maken naar duurzame energie. Uit berekeningen van het Global Carbon Project blijkt dat de uitstoot van CO2 in Duitsland in 2012 is gestegen met 1,8 procent – vooral door een toename (met 4,2 procent) van het gebruik van steenkool. In de EU als geheel is de uitstoot van broeikasgassen weliswaar met 1,3 procent gedaald, maar dat zou veel meer zijn geweest als de emissies van steenkool niet met 3 procent waren gestegen.

Yvo de Boer, oud-hoofd van het VN-klimaatbureau en tegenwoordig consultant duurzaamheidsbeleid bij KPMG, vindt de Europese flirt met steenkool onverantwoord. „In Europa worden nu kolencentrales gebouwd voor de komende vijftig jaar”, zei De Boer vorige maand in een interview met de website Euractiv. „Maar als je ook je emissies met 85 tot 90 procent wilt reduceren, kun je die centrale nooit vijftig jaar lang gebruiken.”

De economische crisis heeft volgens Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks) in het klimaatbeleid geleid tot een driedeling in de Europese Unie. „In Zuid-Europese landen heeft het onderwerp door de crisis geen enkele prioriteit meer”, zegt Eickhout in een telefoongesprek. „En in Oost-Europa is de belangstelling voor klimaatbeleid nooit erg groot geweest.” Vooral Polen – dat voor zijn energieopwekking afhankelijk is van kolencentrales – probeert geregeld aanscherping van het beleid te blokkeren. Landen als Hongarije en Tsjechië zijn minder assertief, maar wel blij met het Poolse verzet. Daardoor steunt volgens Eickhout het huidige klimaatbeleid helemaal op Noordwest-Europa. „Als daar één land tegensputtert, wordt het meteen lastig.”

Voorbeelden zijn er genoeg. Neem het maximeren van de eerste generatie biobrandstoffen (gebaseerd op voedingsmiddelen als maïs en rietsuiker en dus schaarse landbouwgrond inzetten voor brandstof) in benzine. De Commissie had eerder voorgesteld om maximaal 5 procent bij te mengen. Een compromis (maximaal 7 procent) waarover gisteren werd gestemd ging Polen en Hongarije nog steeds veel te ver. Terwijl landen als Denemarken, België en Nederland juist een lager plafond wilden. Frankrijk, die graag wat extra geld binnenhaalt voor zijn boeren, vindt het wel best.

Duitsland verzette zich, onder druk van onder andere BMW en Mercedes, tegen strengere richtlijnen voor dure personenauto’s en kreeg deels zijn zin. En nu Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk (lees Lufthansa, Air France/KLM, British Airways) alle drie de regeling voor luchtvaartemissies op een laag pitje willen zetten, uit vrees voor een conflict met de VS en China, is het bijna zeker dat dat gebeurt.

Toch kan het volgens Eickhout nog goed komen met het Europese klimaatbeleid. Voor het aanzien van de VN en VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon is het volgens Eickhout heel belangrijk dat er in Parijs in 2015 een klimaatakkoord wordt gesloten. „Europa zal daardoor onder druk komen te staan om meer te doen”, aldus Eickhout. Hij verwacht dat ook het rapport van het VN-wetenschapspanel IPCC, dat in maart verschijnt en gaat over de gevolgen van klimaatverandering, het Europese klimaatdebat weer zal aanwakkeren.

Ook de Europese verkiezingen zullen gevolgen hebben, voorspelt Eickhout. „Het Europees parlement zal eurosceptischer worden. Ik weet niet waarom, maar eurosceptici zijn ook bijna altijd klimaatsceptici. Daardoor zouden de christen-democraten, die zich nu nog wel eens verzetten tegen klimaatbeleid, iets naar links kunnen opschuiven. Dan ontstaat er een nieuwe dynamiek.”

    • Paul Luttikhuis