Het vangnet van een veenkolonie

Het gebruik van sociale regelingen verschilt sterk per regio. Inwoners van Hoogeveen hebben er relatief veel: van bijstandsuitkeringen, toeslagen en kwijtscheldingen tot rugzakjes voor het speciaal onderwijs. Hoe kan dat?

Slepend met zijn linkerbeen strompelt hij het vakbondskantoortje binnen. Een imposante spierbundel van bijna twee meter lang, met een kaal hoofd en een paar blinkende gouden tanden. In nog geen twee hinkstapsprongen staat hij voor de gepensioneerde vrijwilliger. „Neemt u me niet kwalijk, meneer Joosten”, zegt hij tegen de vakbondsman. „Maar ik sta op ontploffen vandaag.”

Edison Bertinus (42) was ijzervlechter. Totdat hij in een pand in aanbouw naar beneden viel, door een gat dat een stagiair vergeten was af te dekken. Hij raakte gedeeltelijk arbeidsongeschikt en zit nu in de bijstand. Omdat de gemeente Hoogeveen in ruil daarvoor een tegenprestatie verlangt – voor wat, hoort wat – hielp hij de plaatselijke honkbalclub opzetten en schoffelde hij in plantsoenen.

Maar ook daar, in de groenvoorziening, ging het mis. Edison struikelde februari vorig jaar. Zijn been lag opnieuw in de kreukels en de artsen maten hem een brace aan. Die krijgt hij niet vergoed, zodat hij nu elke maand 70 euro opzij legt – „terwijl ik elke week van een paar tientjes moet eten”. Daarom probeert hij samen met de vakbond de gemeente aansprakelijk te stellen. En helpt meneer Joosten hem bezwaar te maken tegen de afgewezen bijzondere bijstand.

Van bijstandsuitkering tot schoonmaakhulp. Van aftrek bijzondere ziektekosten tot rugzakje voor het speciaal onderwijs. Inwoners van Hoogeveen zijn kampioen sociale regelingen. Ze maken drie keer zo vaak gebruik van één van de 25 toeslagen als een gemiddeld huishouden in Nederland. Bij het vakbondskantoor zijn ze daar „best een beetje trots” op. Het bewijst, zegt vrijwilliger Krijn van den Bos, dat we „een succesvol vangnet” hebben gespannen voor Hoogeveners aan de verkeerde kant van de streep.

Al vier jaar helpt het FNV-kantoor minima in Hoogeveen „de weg te vinden naar de regelingen en potjes”. Vrijwilligers bekijken of werklozen, AOW’ers en bijstandtrekkers recht hebben op aanvullende (rijks)toeslagen of kwijtscheldingen van de gemeente. Ze wijzen de weg naar de voedsel-, de kleding- en speelgoedbank en proberen, zegt initiatiefnemer Krijn van den Bos, „er voor iedereen zoveel mogelijk uit te slepen”.

Ook helpen ze werknemers met budgettips, belastingadvies of na ontslag. Een vijftiger die na scheiding de hypotheek niet langer kan betalen. Een echtpaar dat in de Wajong en de schuldsanering zit en moet rondkomen van 40 euro in de week. Of laatst nog de schoonmaaksters die de straat op werden gestuurd toen de gevangenis haar deuren sloot.

Noeste veenarbeiders

De crisis treft Hoogeveen in het hart, vertelt PvdA-wethouder Klaas Smid in het oude raadhuis. De voormalige veenkolonie heeft 55.000 inwoners. Veel nakomelingen van de noeste veenarbeiders zijn laagopgeleid, voor hen is steeds minder (productie)werk. De blikfabriek, Kip Caravans en Fokker slankten af. De spinaziefabriek ging dicht en in 2004 verliet Philips de Drentse provincieplaats – en was Hoogeveen Senseo-City af.

Afgelopen oktober sloot ook gevangenis De Grittenborg. Dat kostte 200 Hoogeveners hun baan. 14 procent van de beroepsbevolking is nu werkloos, in sommige wijken loopt dat op tot 20 procent. Tel daarbij de Drentse volksaard die bescheidenheid hoger aanslaat dan ambitie, en je hebt het recept voor een hardnekkig werkloosheidsprobleem dat in sommige gevallen van vader op zoon, van moeder op dochter wordt doorgegeven.

Zelf „opgegroeid in een arbeidersgezin”, prijst de wethouder zich rijk met het vangnet van vakbonden, kerken en andere vrijwilligersorganisaties. „Het bereik van de minimaregelingen is dankzij hun inspanningen veel groter geworden", zegt hij. „En ik hoop dat het Rijk die regelingen niet gaat dichttimmeren. Maar signalen wijzen op het tegendeel. Neem het voornemen dat je voortaan vier weken moet wachten op je uitkering. Dat is onredelijk. Mensen gaan zich in de schulden steken. Zo maak je de problemen alleen maar groter.”

Maakt de gemeente Hoogeveen zich daar zelf ook niet schuldig aan? Verdringt de wethouder met werkplekken voor uitkeringsgerechtigden geen laagbetaalde banen in bijvoorbeeld de supermarkt? Vakbondsvrijwilliger Krijn van den Bos zegt van wel: „Daar wordt de klauw mee gelicht.” Of neem het uitgangspunt dat Hoogeveen huldigt voor inwoners onder de 27 jaar: zij krijgen geen bijstandsuitkering, maar moeten zich inschrijven voor een opleiding. Dan kunnen ze een beroep doen op studiefinanciering.

Geen vloerbedekking

Dat overkwam Noëlle, een gescheiden moeder van 25 met twee peuters. Twee weken geleden betrok ze een flat met uitzicht op de snelweg. We zitten in een kale woonkamer op plastic tuinstoelen als ze haar verhaal doet. Er ligt nog geen vloerbedekking, op het aanrecht in de keuken staat een computer, ernaast een tv. Denken ze nou echt , vraagt Noëlle, dat iemand die na een scheiding helemaal opnieuw moet beginnen nog teruggaat naar school? „Ik heb geeneens een diploma.” Daarom heeft ze „eigen zaakjes” opgezet. Ze verkoopt goedkope sigaretten uit Duitsland en knipt af en toe plantjes. „Wietplanten, ja. Daarom kan de auto niet de deur uit.”

De makke van veel regelingen, reageert wethouder Smid, is dat ze worden opgelegd vanuit Den Haag. Als het gaat om de bijstand, is de gemeente medebewindvoerder. „De wet bepaalt dat je tot 27 jaar moet studeren. Alleen in bijzondere gevallen kunnen we een uitzondering maken en krijgen ze een bijstandsuitkering.”

Maar als iemand ervoor kiest zich in te laten met criminaliteit, overtreedt hij de wet. „Wij tonen onze betrokkenheid als overheid door mensen er weer bij te halen. Dat doen we met thuiscoaches, arbeidscoaches, budgetcoaches en, ja, ook een eigen afdeling handhaving. Die handhavers controleren op zwart werk en het vermoeden van een gezamenlijke huishouding.”

Is dat sociaal? Bemoeizorg en dwang terwijl er niet genoeg banen zijn? De PvdA-wethouder knikt: „Ja. Ik vind het sociaal als je je bemoeit met mensen, ook achter de voordeur. We brengen inwoners met een uitkering in stelling om zich actief in te zetten als vrijwilliger en in de groenvoorziening. Door ze achter de broek te zitten, krijgen ze regelmaat en voelen zich gewaardeerd.” Laatst nog klampte een oude bekende de wethouder aan: „Godverdorie, Klaas, zei ze: wat ben ik blij dat je me aan het werk hebt gezet. Een jaar geleden liep ik nog zonder gebit en nu heb ik een parttimebaantje in de thuiszorg.”

Jokeren

In buurthuis De Pompe in de Oranjebuurt van Hoogeveen steekt Tiny Hartzmann een sigaret op als ze is uitgejokerd. Zij ontvangt thuis zo’n vijf toelages, schat ze. Dat komt zo: haar man werkt in de sociale werkvoorziening en ze hebben een gehandicapte zoon van 37. Hij gaat met de taxi naar de dagbesteding – dat wordt betaald – en hij hoeft geen eigen risico voor de zorgverzekering te betalen.

En, o ja, dan zijn er nog bijzondere ziektekosten die ze terugkrijgen, en er is nog „iets met de AWBZ”. Maar om nou te zeggen dat het voor ‘stapelaars’ als Tiny een vetpot is: „Ben je mal.” Huursubsidie krijgen ze niet omdat hun zoon bij hen inwoont. „Als je alle vaste lasten ervan aftrekt, moeten we leven van 40 euro per persoon per week. Die kerstboom komt er dit jaar niet.”

„Mensen die van de soos leven”, zegt Rein Hoorn, „hebben het beter als jij, Tiny.” Hij pakt zijn baal Pall Mall en rolt drie sigaretten. Een machientje spuwt ze één voor één uit. En mensen die van alleen een AOW’tje leven, vult de 74-jarige Gé Metselaar aan, worden vergeten. „Ik heb voor twee uur in de week thuishulp omdat ik de ladder niet meer op durf. Dat is alles.”

Zou de wethouder dat in de gaten hebben? Moeten we hem op Oudejaarsdag vragen, roept Rein. „Komt-ie toch carbidschieten.”