Helemaal thuis in de kantoorkolos

Jammer voor bedrijven, goed voor woningzoekenden. De leegstand van kantoren is enorm, en in kantoren kun je heel goed wonen.

De Meentwal na de verbouwing. De appartementen werden dit najaar opgeleverd. Foto Rob Huibers.

Voor een ton heb je een appartement in Geinzicht, in Nieuwegein. Goed, je woont aan een drukke weg, maar de overlast door herrie is opgelost door de bouw van balkons met een glazen wand ervoor.

Je kunt ook gaan wonen in de Meentwal, een zandgeel blok. De verlichting achter de ramen is minder fel dan die van de kantoren eromheen, in het mistige donker van deze vroege avond. Net als bij Geinzicht zijn er balkons aan het gebouw bevestigd.

Beide kolossen waren kantoren. Tot ze jaren geleden leeg kwamen te staan. En leeg bléven staan. Nu zijn ze twee van de vele kantoren waar mensen wonen in plaats van werken.

Er staat in Nederland zo’n 8 miljoen vierkante meter aan kantoorruimte te koop of te huur, ongeveer 16 procent van het totaal aantal ongebruikte vierkante meters. En dat percentage blijft oplopen.

Een groot deel van de kantoren moet worden gesloopt. Maar een deel kan tijdelijk of permanent bewoonbaar worden gemaakt. Sinds afgelopen zomer mogen kantoorpanden maximaal tien jaar als woonruimte worden verhuurd, in plaats van vijf. Dat is vooral interessant voor starters, omdat zowel het kopen als huren van een ruimte in een voormalig kantoor betaalbaar is.

Gerace en gedoe

Kevin de Groot (24), vrachtwagenchauffeur, is sinds begin november eigenaar van een appartement in de Meentwal. Samen met zijn vriendin Maroucha van Gulik (21) heeft hij 56 vierkante meter. Daarvoor betaalde hij 134.750 euro. „Lekker rustig”, vindt hij het, om te wonen op een kantorenterrein. „Hier heb je tenminste niet al dat gerace en gedoe door je straat.” Bovendien is het handig met parkeren: na vijven is hier altijd plek.

Een ‘gewoon’ appartement in de omgeving kon hij niet betalen. „Het was moeilijk om iets te vinden dat niet te klein was, en toch betaalbaar.”

Hetzelfde gold voor Marco Attevelt (26), serviceadviseur bij een autobedrijf, en Robin Veldhuizen (ook 26), installatiemonteur. „Het is voor een starter lastig om een mooie woning te krijgen”, zegt Veldhuizen, „En niet alleen om financiële redenen”, zegt Attevelt. „Als je in Nieuwegein wilt huren, sta je acht jaar op de wachtlijst.”

De twee zijn bevriend, en kochten beiden een appartement in de Meentwal, op dezelfde verdieping. Vanavond eten ze samen op de 45 vierkante meter – à 120.000 euro – van Veldhuizen. De gebakken hamburgerlucht verdrijft de geur van nieuw die in het hele pand hangt. Het werd in oktober opgeleverd, op de blauwe vloerbedekking in de gangen ligt nog plastic. Attevelt laat een foto op zijn telefoon zien van vóór de transformatie. Een grote, lege kantoorvloer, systeemplafonds.

Volgens Kevin de Groot herinneren alleen de liften nog echt aan de vroegere bestemming. En het klinkt overal wat hol, zegt hij. „Doordat alles van beton is.”

Gescheiden mannen

De meeste bewoners van de Meentwal zijn twintigers. Zij zijn de pioniers, zegt Dionne Baaré, projectleider kantorenaanpak bij de gemeente Nieuwegein. Zij is ook lid van het landelijke Expertteam Kantoortransformatie, vorig jaar opgericht door minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA). Baaré: „We dachten dat we het vooral voor starters deden. Maar nu melden zich ook andere doelgroepen. Gescheiden mannen, bijvoorbeeld. Wonen in een voormalig kantoorpand is goedkoper, de locaties zijn vaak goed – dichtbij het gezin. Deze mannen komen vaak niet in aanmerking voor sociale huurwoning, of moeten daarvoor lang op de wachtlijst staan.”

Evert Zijdel (52) is de enige oudere bewoner van de Meentwal. Vroeger was hij ondernemer, maar sinds een gewelddadige overval is hij afgekeurd. Hij bezit 50 vierkante meter – (à 125.000 euro) op de bovenste verdieping. Met uitzicht op het Merwedekanaal. „Fantastisch, ik kijk zo om me heen.”

Zijdel is alleenstaand. Een goed huis vinden in je eentje, dat is moeilijker dan een huis vinden voor twee, zegt hij. Het appartement dat hij hiervoor huurde in IJsselstein, was duurder en kleiner. „Ik krijg geen huurtoeslag, geen zorgtoeslag. In een groot huis is alles duurder verwarming bijvoorbeeld. Hier hoef ik niet veel te stoken, het is zo goed geïsoleerd.”

Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken schiet het ombouwen van kantoren in woonruimte nog niet voldoende op. Harde cijfers zijn er niet, maar woordvoerder Hanneke Vuuregge van het ministerie zegt dat er volgens heel grove schattingen een paar honderd verbouwingen per jaar zijn. Voor een deel komt dat doordat veel kantoren staan op plekken waar niemand wil wonen. En omdat de regelgeving het eenvoudig omvormen van een gebouw in de weg staat. De financiële risico’s van nieuwbouw zijn kleiner dan die van aanpassing van een gebouw – onder meer omdat bij nieuwbouw de regelgeving vooraf bekend is.

Evert Zijdel ziet zijn appartement als investering. „Ik woon goedkoop, op vijf minuten lopen van het centrum en ik heb een liftje.” Als hij straks met pensioen gaat, kan hij het verkopen en weer gaan huren. „Het is nu al meer waard dan toen ik het kocht.”

    • Anne Dohmen