Existentiële twijfel in fraai terloopse zinnen

Een vrouw meldt zich bij het loket van een drive-in-restaurant. Ze is komen lopen; haar lease-auto heeft ze in een levensmoe moment na een werkdag van zestien uur zojuist op de snelweg laten staan. Deze Shirley (Sarah Moeremans) beleeft een existentiële crisis. Bij het anonieme drive-in-loket zoekt ze wanhopig naar oprecht contact. Brian, de medewerker aan de andere kant (Maurits van den Berg) verschuilt zich in eerste instantie achter protocollen. Maar gaandeweg ontspint zich tussen hen toch een mooi, confronterend gesprek van mens tot mens.

Schrijver Rik van den Bos blinkt uit in terloops klinkende zinnen waarachter een wereld van filosofische verwondering schuilgaat. Het onthechte universum dat hij weet op te wekken komt goed tot zijn recht in de existentiële regie van Sanne van Rijn, die de twee acteurs achter een doek, onzichtbaar voor het publiek, voor een camera laat spelen. Het publiek ziet, superclose-up op groot scherm, alleen hun getergde gezichten, elk op een paneel van een triptiek.

De nadruk op hun gezichten en het scala van grote en kleine emoties dat erop voorbijtrekt maakt de handeling enerzijds prettig concreet, anderzijds allesomvattend. De acteurs, met als instrument enkel hun stem en gezichtsuitdrukking, weten met subtiel maar indringend spel hun onmacht en vertwijfeling over te brengen – razend knap. Met name de intense Moeremans maakt indruk.

Tussen hun gezichten is op het middelste doek een onheilspellende wolkenlucht geprojecteerd. De twee zullen elkaar nooit bereiken. Maar, toont het ontroerende slotbeeld, ze zijn één in hun kwetsbaarheid.

Herien Wensink

    • Herien Wensink