Datgene wat je doorhebt krijg je nooit meer uit je systeem

Simpel gesteld gaat het romandebuut van Marijke Schermer (1975) over geluk. Maar ‘het is vreemd met geluk’, schrijft ze, dus daarmee is nog niets gezegd. Al even bedrieglijk eenvoudig is de opbouw van het boek: Mensen in de zon bestaat uit zeven dagen, van zondag tot en met de zaterdag waarop vijf jeugdvrienden elkaar misschien zullen treffen voor een reünie.

Twintig jaar eerder heeft een heftig auto-ongeluk hen uiteen gedreven. Clara is inmiddels wiskundige, Vik bestsellerauteur, maar mislukt romancier, en getrouwd met de werkverslaafde kunstenares Stella. Leo debatteert op tv als staatssecretaris van Financiën en Max liet een leven als kunstenaar aan zich voorbijgaan voor een carrière in de reclame. De oudere en welvarende IJsbrand is de mecenasfiguur die hen in ’93 verbond. Ook nu organiseert hij de reünie.

De titel van Schermers debuut is gebaseerd op een schilderij van Edward Hopper, People in the sun. Vijf mensen ‘zaten, ieder voor zich, op klapstoelen en keken naar het uitzicht’. Het uitzicht zelf zien ze niet. Ze wachten, grimassen vastberaden. Verleden en toekomst zijn uit beeld, er is alleen nog verstilde verwachting. Verbeeld is de belofte van geluk, het moment dat je denkt dat het leven nog niet echt begonnen is, dat niets nog vast ligt.

Twintig jaar later laat de opgerakelde reconstructie van het verleden een ontwrichtend licht op het heden schijnen. Natuurlijk is het wrang dat Vik onder pseudoniem een populair zelfhulpboek schrijft, Geluk in veertig dagen, terwijl hij zelf aan de grond zit. Of dat Max zo’n sacrale opvatting van kunst heeft dat hij zijn onhaalbare principes dan maar geheel overboord gooit en de reclame ingaat.

Maar Schermer valt niet voor gemakkelijk cynisme. Ze laat de tegenstrijdigheden bestaan, overzichtelijker wil ze het leven niet voorspiegelen: ‘mensen weten niet dat ergens anders niet bestaat. Het zijn dezelfde mensen die ook beweren dat je de dingen een plek moet geven. De dingen een plek. Alsof leven een vorm van topografie is.’

Dat ze die nuance bewerkstelligt in een boek vol perspectiefwisseling, is knap. En wanneer eenzelfde gebeurtenis van diverse kanten wordt bekeken is het verleidelijk om verschillen breed uit te meten. Vik heeft dat in zijn literaire, ‘artistieke’ reconstructie van het ongeluk gedaan: ‘Hij had hen allemaal nogal karikaturaal opgevoerd – Clara als een autist die niets begreep van de onderlinge verhoudingen.’ In Schermers vertelling leren we ze kennen middels hun eigen inzichten en opvattingen. Clara – ‘autist’ bij Vik – maakt haar solistische gedrag, in de versie van Schermer, heel aannemelijk. Immers: ‘Het beste van volwassen en goed opgeleid zijn, is dat je allerlei dingen die je niet wilt, ook niet hoeft te doen.’

Karikaturen zijn de personages bij Schermer zeker niet. Indrukwekkend aan Clara, Vik, Stella, Leo en Max is het existentiële verschil in hun stemmen. In de details die ze opmerken, hun interpretatie van wat ze zien en horen, tonen ze wie ze zijn. Zo verraadt Leo zijn manische alles-of-niets-karakter wanneer hij bij een minimale tegenslag denkt: ‘Om de een of andere reden is alles permanent uit evenwicht.’

Er zijn genoeg geheimen in Mensen in de zon, maar de verschillende versies van het verleden worden niet al te dramatisch onthuld. De realistische dialogen houden de vaart erin. Net als Hopper vertrouwt Schermer erop dat het publiek het onzichtbare uitzicht zelf wel zal invullen.

Even lijkt het einde matig en uitleggerig. Toch stelt ook het laatste hoofdstuk de vraag of een sluitende reconstructie van de gebeurtenissen van destijds wel bestaat en of de logica van een verhaal niet gewoon een kwestie van noodzakelijke kortzichtigheid is, van geloof. Want: ‘Dagboekschrijvers liegen altijd’. Schrijvers ook, natuurlijk. Maar de leugen van Schermer is er één die je bijblijft: ‘dat wat je doorhebt krijg je nooit meer uit je systeem.’

Simone van Saarloos

    • Simon(e) van Saarloos