Bouwen doen we voortaan buiten de A10

Er is dringend behoefte aan meer woningen in Amsterdam. Maar binnen de Ring is eigenlijk niets meer mogelijk. De zone net daarbuiten wordt nu het speerpunt van de gemeente.

Amsterdam zet zijn kaarten op het gebied rond de Ringweg A10. De komende tien jaar moet ongeveer 40 procent van alle middelen voor ruimtelijke ontwikkeling hier naartoe gaan.

Dat blijkt uit het strategisch plan voor de stedelijke ontwikkeling dat verantwoordelijk wethouder Maarten van Poelgeest (GroenLinks) naar de gemeenteraad zal sturen. Het plan, dat geldt als een aanbeveling aan het nieuwe gemeentebestuur dat volgend jaar zal aantreden, is opgesteld na een reeks van gesprekken met bestuurders, investeerders en planologen. De conclusie: in de zogenoemde Ringzone „is het grootste maatschappelijk rendement te behalen”.

Uitgangspunt van het strategisch plan is de „spectaculaire” bevolkingsgroei van de stad. Sinds 2010 is de bevolking toegenomen met meer dan dertigduizend inwoners tot meer dan 800.000. En die groei houdt de komende jaren aan. Amsterdam zou in 2040 mogelijk 870.000 tot maar liefst 960.000 inwoners kunnen tellen.

De vraag is waar die mensen in de stad kunnen wonen en hoeveel woningen er voor hen beschikbaar zijn. De laatste jaren is de nieuwbouw teruggevallen tot een paar duizend woningen per jaar en voorlopig is er geen reden om aan te nemen dat deze productie snel zal stijgen. Het gevolg: „Jong en hoogopgeleid talent wil in de stad wonen, maar vindt steeds moeilijker een betaalbare plek.” Voor hen moet dringend ruimte worden gevonden.

De aanbeveling voor het volgende college luidt: „Formuleer hierbij een scherpe kwantitatieve ambitie tot 2025: inzet op honderdduizend nieuwe Amsterdammers en vijftigduizend nieuwe woningen.”

In het plan worden in de stad drie delen onderscheiden. Binnen de Ring is de ruimte vrijwel op. Als er al ruimte is, zien particuliere investeerders er zoveel kansen dat de markt er zijn werk kan doen. De gemeente ziet hier een bescheiden rol voor zichzelf weggelegd. „Voor extra ambities op het gebied van kwaliteit van de openbare ruimte zijn er vanuit de gemeente geen middelen beschikbaar.”

Buiten de Ring is de situatie problematischer („is de maatschappelijke opgave groot”, zoals dat in het rapport heet), „maar zijn de financiële middelen van zowel markt als overheid voor fysieke ingrepen beperkt”. Dat wil zeggen dat grootschalig investeren hier niet doelmatig wordt geacht.

Dat is wel het geval in de Ringzone. Hier „zijn stedelijke woon- en werkmilieus in hoge dichtheid mogelijk en is de bereikbaarheid het beste. Hier kan de stad volop ruimte bieden aan talent”. Ook investeringen van niet-gemeentelijke partijen concentreren zich de komende jaren „langs het metronetwerk en in het centrumgebied, vooral de Ringzone”.

Het zogenoemde middensegment van kleinere en betaalbare woningen – dat volgens het plan „een kernpunt zou moeten zijn in de gemeentelijke inzet” – is hier het meest kansrijk. Ook al omdat in deze zone allerlei kantoren, ziekenhuizen, scholen en andere gebouwen leeg komen te staan door fusies of opheffing. Die gebouwen zouden moeten worden omgezet in woonruimte. Overigens heeft wethouder Van Poelgeest dit al geprobeerd te stimuleren in de afgelopen collegeperiode – zonder al te veel resultaat.

De gebieden rondom de NS-stations Amstel en Sloterdijk worden aangewezen in de periode tot 2025 prioriteit te geven boven de andere onderdelen van de Ringzone. Samen met stakeholders wordt in de komende jaren een flexibele transformatiestrategie opgesteld. Beide gebieden hebben te maken met toenemende leegstand, en zijn goed bereikbaar.

Investeringen in de Ringzone hebben volgens het plan ook effecten daarbuiten. De strook rond de A10 zou wel eens „een belangrijke stepping stone voor het verbinden van de gebieden buiten de Ring met de gebieden binnen de Ring”, kunnen zijn.