Besmuikt gegrinnik over Europa

Soms schrikt iemand zó erg van de waarheid, dat hij alleen nog maar zenuwachtig kan lachen. Dat overkwam Maxime Verhagen, politiek veteraan en oud-minister van Buitenlandse Zaken, deze week in vertrouwde kring. Samen met zijn voorgangers De Hoop Scheffer en Bot, en zijn opvolger Rosenthal, nam hij in Den Haag deel aan een forum over het Nederlandse buitenlandbeleid. Alles netjes en beschaafd – tot Europa aan de orde kwam. Toen voltrok zich een ontluisterend schouwspel.

Een vragensteller, voormalig topambtenaar bij de Europese Commissie, waagde het om het onzegbare te zeggen. „Bent u het niet met me eens”, vroeg hij aan de oud-ministers, „dat nationale soevereiniteit een achterhaald begrip is geworden? Geen van de grote financiële of economische problemen valt toch meer nationaal op te lossen?”

Oeioeioei... die durfde. Nationale soevereiniteit achterhaald! Een besmuikt gegrinnik ging door het zaaltje vol Haagse insiders. Verhagen viel bijna van zijn stoel – hahaha! Maar toen herpakte hij zich: „Als uw woorden morgen in de krant staan”, zei hij streng, „dan zal de PVV weer stijgen in de peilingen, daar ben ik van overtuigd. Dit soort woorden is een recept om een anti-Europese meerderheid te krijgen.”

Misschien heeft Verhagen daar wel gelijk in. Maar moet de waarheid dan maar verdoezeld of verzwegen worden voor de kiezers? Want dat de aanname van de oud-topambtenaar klopte, dat ontkende Verhagen niet. Integendeel. „U heeft gelijk dat soevereiniteit in een geglobaliseerde wereld niets betekent”, zei hij zelfs. Maar ja, de kiezer wil daar niet van horen, dus houden we het maar stil.

Nog wat scherper werd het probleem geformuleerd door Bot, die voor hij minister werd ruim tien jaar ambassadeur was bij de Europese Unie. Alsof hij over een dierbare vriend sprak die ons al enige tijd geleden is ontvallen, zei hij: „Soevereiniteit bestaat nog steeds in het nationale bewustzijn – ook al weten wij, ontwikkelde intellectuelen, dat het waarschijnlijk niet meer is dan een hersenschim.” En tja, hoe vertel je dat slechte nieuws aan het Nederlandse volk?

Laten we zeggen dat het Nederlandse volk er zo langzamerhand wel een donkerbruin vermoeden van heeft. Er bestaat weinig enthousiasme over en veel ergernis, zelfs onder ‘ontwikkelde intellectuelen’. En het leidt tot gevoelens van onzekerheid. Maar zouden die ergernis en onzekerheid niet juist versterkt worden doordat kiezers haarfijn aanvoelen dat politici om de waarheid heen draaien, uit angst dat de boodschap verkeerd valt?

Op dit moment werken Europese regeringen samen aan een bankenunie, wat een enorme overdracht van soevereiniteit met zich meebrengt. Er valt veel voor die bankenunie te zeggen, net als er in het algemeen veel te zeggen valt voor de noodzaak van verdere integratie van economisch beleid. Het kabinet erkent dat ook, want het werkt mee aan de bankenunie. Maar het houdt er geen oprecht en vurig pleidooi voor. Het leidt liever de aandacht af, door te zeggen dat het juist op allerlei terreinen bezig is bevoegdheden ‘terug te halen uit Brussel’.

Dat is een zoethoudertje. In dat zaaltje in Den Haag stelde De Hoop Scheffer een alternatieve benadering voor: open kaart spelen met de kiezer. Eerlijk zeggen wat er in Europa gaande is en waarom. Niemand pakte de suggestie op. Te eng.

Maar bij de vorige verkiezingen werd Diederik Samsom niet afgestraft door de kiezer, toen hij in een tv-debat zijn nek uitstak en als enige zei: „We moeten meer bevoegdheden overdragen aan Europa dan we willen, als we de crisis willen oplossen.” Het was zelfs het begin van zijn come-back. Kiezers voelden zich serieus genomen. Daar zouden andere politici iets van kunnen leren. Of zijn ze zo zwak, dat ze hun eigen overtuigingen niet meer durven uitdragen?

Juurd Eijsvoogel schrijft iedere vrijdag op deze plaats over internationale kwesties.

    • Juurd Eijsvoogel