Al onze bouwsels spoelen ooit weg

Schrijver Frank Westerman debuteert als tv-presentator in de NTR-serie Nederland in 7 overstromingen. „We vragen ons af: hoe heeft de strijd tegen het water ons gevormd?” Foto René Gast

Nederland is vorige week aan een ramp ontsnapt. De Sint Nicolaasvloed van 2013 had heel anders kunnen uitpakken. Frank Westerman wil geen paniek zaaien, maar wel wat feiten noemen.

„We hadden op 5 december de hoogste waterstand sinds 1953. In Delfzijl was het op 1 centimeter na de hoogste waterstand ooit. Twee van de drie voorwaarden voor een ramp waren aanwezig: langdurige noordwesterstorm en springtij. Alleen een hoge waterstand van de rivieren ontbrak. De combinatie van die omstandigheden kan leiden tot een EDO, een Ergst Denkbare Overstroming.”

In dat scenario, de kans is één keer per 10.000 jaar, breken de dijken rond de Randstad door. Met als gevolg duizenden doden en miljoenen ontheemden. Het land is failliet en wordt verlaten. De EDO, een werkelijk bestuurlijk begrip, komt aan bod in de slotaflevering van de serie Nederland in 7 overstromingen, die vanavond begint bij de NTR. Aan de hand van grote overstromingen sinds 1170 onderzoekt de serie kenmerken van de Nederlandse volksaard. Liefdadigheid bijvoorbeeld, godvrezendheid, de noodzaak om samen te werken. Water als wapen, de weerzin om gewonnen land weer prijs te geven aan het water. Programmamaker Leontine van de Stadt bedacht het, schrijver Frank Westerman presenteert het.

Water speelt een prominente rol in Westermans boeken, hij is er door gefascineerd. In het voorwoord van het begeleidende boek schrijft hij over de zandkastelen die hij als jongetje bouwde langs de vloedlijn. „Al mijn bouwsels zijn golf voor golf weer afgekalfd en in een paar uur tijd: uitgewist.” Het zandkasteel, zegt Westerman, is eigenlijk een miniatuur van Nederland. We kunnen van alles bouwen, maar vroeger of later spoelt het weer weg.

Dat weinigen op pakjesavond zandzakken voor de deur zullen hebben gelegd, verbaast Westerman niet. „Eeuwenlang leefden Nederlanders met de dreiging van een overstroming, maar onze angst voor het water is totaal weggezakt. Alleen in Zeeland voelen ze de dreiging nog. Dat we niet bang zijn is begrijpelijk: met de Deltawerken en de rivierdijken hebben we alles redelijk onder controle. Maar we moeten ons wel blijven aanpassen. Door de klimaatverandering – over de oorzaak kun je twisten, maar verandering is zeker – stijgt de zeespiegel en krijgen we meer neerslag en stormen. Dat Nederland af zou zijn, is een illusie.”

Moet deze serie ons wakker schudden? Dient hij een educatief doel? Westerman stoot een verbaasd en afkeurend geluid uit bij de suggestie. „Ik wil zeker niet waarschuwen. Kom op zeg.”

Zo vreemd zou dat toch niet zijn? „Voor de serie hebben we preppers bezocht, mensen die zich met rantsoenen en rubberboten voorbereiden op de zondvloed. Ga maar kijken hier op zolder, er ligt bij mij geen noodvoorraad. Als het een waarschuwing zou zijn, is die in ieder geval aan de makers niet besteed.

„Veel interessanter vind ik het toetsen van hypotheses. Klopt het dat waterschappen de basis zijn van onze democratie, zoals de agora dat voor de Grieken is? Dat onze overlegcultuur – polderen, inderdaad – verbonden is met de strijd tegen het water. Een dijk kon je niet alleen bouwen, daar moest je voor samenwerken. In Zeeland gaan we op zoek naar het verband tussen ramp en geloof. Er zijn nog steeds mensen die de ramp van 1953 zien als straf van God. Dat is toch fascinerend?”

De serie wil iets zeggen over de Nederlandse volksaard. Maar wat is dat eigenlijk, volksaard? Westerman, Drent van geboorte, pakt een boekje uit de kast, Het Drentse volkskarakter uit 1946, uit een reeks over alle provincies. Hij citeert: „Zijn houding is aarzelend en naar de grond gebogen, even schraal als de grond waarop hij leeft”. Westerman: „Vreselijk toch? Net na de oorlog! Dit is geschreven vanuit de biologie. Onzin. Maar je kunt wel iets zeggen over culturele trekken van een Drent.

„Tijdens mijn studie in Wageningen heb ik geleerd: als je een volk wil leren kennen, moet je naar de grond kijken. In Drenthe zie je het verschil tussen zand en veen. Boeren die op zand zaten waren voorzichtig, namen geen risico’s. De veenontginners waren pioniers, gokkers. Dat verschil zie je nog bij een voetbalwedstrijd tussen Emmen en Nieuw-Amsterdam. Zelf heb ik dat zanddenken van me afgeschud.”

Voor het eerst moest Westerman samenwerken, ook voor de krant werkte hij altijd alleen. „Als ik schrijf doe ik ook de regie en montage, dat moest ik nu uit handen geven. Er zijn dingen die ik er graag in had willen hebben die er niet zitten, maar dat hoort er bij. We hadden veertig draaidagen en moesten zeven à acht minuten tv per dag binnenhalen. Dan moet je streng zijn als regisseur.

„Als schrijver moet ik ook veel weglaten. Bij Stikvallei, mijn laatste boek, had ik net zoveel materiaal over als in het boek zit. De werkwijze bij een tv-serie en een boek is op andere punten vergelijkbaar. Als ik schrijf bouw ik een betoog door rangschikking, stijl, belichting, suggestie en dat wat ik weglaat. De term ‘essay by reportage’ vind ik mooi, dat is wat ik probeer te doen. De aanpak van de serie is journalistieker: we spreken met mensen die iets hebben meegemaakt of ergens verstand van hebben. Ik stel vragen namens de kijker.”

Ook thematisch ziet Westerman verwantschap tussen zijn werk als schrijver en zijn debuut als tv-maker. „Het gaat over extreme situaties. Die halen het beste en slechtste in ons naar boven. Eendracht, veerkracht, compassie, maar ook prediking van de gesel Gods. Hoe reageren mensen op tegenslag? Ik vind het mooi om te zien hoe ons streven om er iets van te maken altijd weer stukloopt.”

Nederland in 7 overstromingen (NTR) 7 afl. op vrijdag t/m 24 januari, Ned. 2, 21.10u. Boek: auteur Leontine van de Stadt. Uitg. Walburg Pers, € 29,95, 176 pagina’s. Tentoonstelling: Zuiderzeemuseum Enkhuizen, t/m 22 maart.

    • Mark Duursma