Vertroeteld door woestijnpiraten

Een half jaar zat journalist Judith Spiegel met haar man Boudewijn Berendsen gevangen in de Jemenitische woestijn. Gisteren kwamen de twee opgelucht en ongebroken aan op Schiphol. De mannen die hen bewaakten waren „grappig vanwege hun klunzigheid”. Maar ze leefden ook constant in angst, bang te worden verkocht aan Al-Qaeda. De Jemenieten zijn warm en gastvrij, zo schreef ze al voor haar ontvoering.

Spiegel en Berendsen, gisteren op Schiphol. Hun handen zijn beschilderd met henna omdat ze verkleed als Arabische vrouw langs controleposten werden geloodst. Foto’s Maurice Boyer

Daar zitten ze dan in een strak ingericht perszaaltje op Schiphol na een half jaar van angst en gevangenschap in de Jemenitische woestijn. Judith Spiegel en Boudewijn Berendsen geven elkaar een zoen en grappen wat met de fotografen. „Hebben jullie nou nog niet genoeg kiekjes?” Hun handen zijn beschilderd met henna, een herinnering aan hoe ze dit weekend vrijkwamen: verkleed als vrouw langs controleposten geloodst.

Het contrast met het ontvoeringsfilmpje van de Nederlandse journalist en haar man dat in juni opdook, is groot. Ze leken te vrezen voor hun leven. „We zijn heel, heel, heel erg bang”, zei Berendsen in de camera. „Deze mensen zijn gewapend”, zei Spiegel. „Als er niet over tien dagen een oplossing is gevonden, dan zullen ze ons doodschieten. Familie, media, Nederlanders doe iets. We moeten hier uit zien te komen.” Ze barstte in tranen uit.

Maar de tranen van Judith waren geacteerd, bekende het stel gisteren tijdens de persconferentie op Schiphol. „Het was vooral goed toneelspel van Judith”, zei Berendsen. De twee waren een maand eerder ontvoerd in de Jemenitische hoofdstad Sana’a. Omdat er geen schot zat in de onderhandelingen, wilden de ontvoerders een filmpje opnemen. Spiegel: „Ze dachten dat het een hoop publiciteit zou genereren en dat mensen zich zouden melden met een grote zak geld.”

„Eigenlijk giebelden we nog vlak voor de opnames”, zei Berendsen. Het filmpje moest zo dramatisch mogelijk zijn. De ontvoerders twijfelden nog even of ze een geweer op hun hoofd moesten zetten. Berendsen kreeg de opdracht te huilen. „Ik heb best veel gehuild, maar toen lukte het niet. Dus heb ik maar gezegd dat ik heel bang was.”

Het is tekenend voor het verloop van de ontvoering. De bewakers waren soms grappig in hun klunzigheid, vertelden Spiegel en Berendsen, en behandelden hen met Jemenitische gastvrijheid. De twee hadden redelijk wat privacy, konden televisie kijken en kregen goed te eten. Tijdens de ramadan werden ze zelfs verwend met bergen fruit en mueslirepen.

Wat ze wilden, dat kregen ze

„Het was geen leuke tijd voor ons, maar een nog minder leuke tijd voor onze familie en vrienden die niet wisten hoe het met ons ging”, zei Judith. „Maar het ging best goed. Wat we wilden, dat kregen we. Het enige dat we voor het thuisfront konden doen: zorgen dat we gezond bleven en dat we er niet als verzuurde types uit zouden komen. Dat is volgens mij gelukt.”

Hoewel ze zes maanden zijn vastgehouden door mannen met geweren in de woestijn, vertelden Spiegel en Berendsen vol humor en zelfspot hun verhaal – met grappige anekdotes, want ook al was er constant de angst te worden doorverkocht aan Al-Qaeda, ze hebben zeker ook gelachen.

Spiegel en Berendsen werden op klaarlichte dag ontvoerd, toen ze op weg waren van de wasserette naar huis, een wandeling van 300 meter. Er stopte een terreinwagen, waar vijf, zes mannen met geweren uitsprongen die hen dwongen in te stappen. Ze wisten meteen dat ze ontvoerd werden. Er was volgens Spiegel één voordeel: ze hadden schone kleren bij zich.

Die eerste momenten waren enorm beangstigend. Ze reden langs controleposten, maar Spiegel hoopte dat ze niet zouden worden aangehouden, want een vuurgevecht zou weleens bloederig af kunnen lopen. Ook later hebben ze moeilijke ogenblikken doorgemaakt. Maar Spiegel zei dat ze gewend raakte aan de angst, al werd ze elke ochtend met gebalde vuisten wakker.

Hun grootste vrees was doorverkocht te worden aan Al-Qaeda. Maar hun gijzelnemers maakten niet de indruk moslimextremisten te zijn. Ze noemden zichzelf piraten, zei Spiegel na haar vrijlating, en dat waren ze waarschijnlijk ook: piraten van de woestijn. „We hebben nooit over religie gesproken om onze positie niet in gevaar te brengen en Judith kleedde zich zoals ze wilde”, zei Berendsen. „Ze droeg korte shirtjes, waar Jemenitische mannen zich niet comfortabel bij voelen. Ook rookte ze een pakje per dag. En tijdens de ramadan mochten we gewoon eten, ook overdag.”

Ze keken realityseries op MTV

Hun eerste schuilplaats was een lemen huisje met een douche en een toilet. „Een hok, heel spartaans.” Ze hebben zoveel mogelijk gedaan om in conditie te blijven. Ze hadden een dagritme en deden lichamelijke oefeningen. „Dan blijf je ook geestelijk gezond.” Zo vulden ze flesjes met zand, die ze als gewichten gebruikten. Na twee weken kregen ze een televisie, die voor afleiding zorgde. Ze werden fan van „de meest merkwaardige programma’s”, zoals Catfish een realityserie op MTV over dating.

Op een dag vertelde hun bewaker doodleuk dat er een half uurtje later een tribale oorlog zou uitbreken vlakbij hun huis. Maar ze hoefden zich geen zorgen te maken. Even later hoorden ze de eerste schoten. Toen er een granaat vlakbij insloeg, reageerde hun bewaker doodnerveus. Ze werden verplaatst naar een nieuwe plek. „Een mooie kamer voor Jemenitische begrippen, met een douche en een ventilator.”

Ze hebben overwogen om te ontsnappen – Spiegel schroefde met de achterkant van een lepel een raam los – maar ze vonden het risico uiteindelijk te groot. „We zaten in de woestijn en we wisten niet wat we buiten zouden aantreffen. Misschien liep er wel familie van de mensen die ons vasthielden. We gingen er vanuit dat de kans op een goede afloop groot was.”

Vijf weken geleden leken ze vrijgelaten te worden, maar dat bleek vals alarm. „Daarna geloofden we niks meer”, zei Spiegel.

Met boerka’s aan de woestijn in

Maar de verlossing kwam toch. Ze moesten boerka’s aantrekken. Hun ontvoerders beschilderden hun handen met henna, zodat ze eruit zouden zien als vrouwen. Daarna ging het de woestijn in. Mannen met sjaals en kalasjnikovs pikten hen op. „Even vreesden we te zijn doorverkocht aan Al-Qaeda, maar uiteindelijk zijn we als een pakketje afgeleverd bij de Nederlandse ambassade in Sana’a.”

Ze zeggen niet precies te weten hoe de onderhandelingen over hun vrijlating zijn verlopen en of er losgeld is betaald. „Dat wil ik zelf ook graag weten”, zei Spiegel.

Voorlopig gaan ze niet terug naar Jemen, wat ze zeer betreuren. Want in de afgelopen vier jaar zijn ze zielsveel van het land en de mensen gaan houden. ‘Achter de woeste koppen blijkt het warmste volk te schuilen dat ik ooit heb ontmoet’, schrijft Spiegel in haar boek Een hoofddoek tegen kogels, dat begin volgende week verschijnt. Dat was ook zo moeilijk aan die ontvoering: het voelde als verraad. „Ik word nu verneukt door het land, waar ik zo goed voor ben geweest”, zoals Spiegel het verwoordde. Toch heeft de ontvoering hun liefde voor Jemen niet doen bekoelen.

Ontvoeringen zijn een symptoom van de diepere problemen van Jemen. De enorme armoede, het analfabetisme, het gebrek aan investeringen, de stammentwisten, het terrorisme, de overheid die buiten de hoofdstad nauwelijks macht heeft. Daarover hebben Spiegel en Berendsen tijdens hun gevangenschap veel nagedacht – en over het feit dat je zo makkelijk op klaarlichte dag kan worden ontvoerd. „We wisten dat het een risico was, maar we hebben dat risico bewust genomen. We hebben overwogen weg te gaan, maar je hebt er vrienden, werk, een leven, een hond, je gaat niet zomaar weg.”