Terugkijken: de oorlogsjaren van fotojournalist Oleg Klimov

Fotojournalist Oleg Klimov heeft, onder anderen voor NRC, twaalf jaar lang het uiteenvallen van de Sovjet-Unie vastgelegd. In deze documentaire bezoekt hij twintig jaar later mensen die hij fotografeerde, en vertelt hij over zijn oorlogstrauma.

Bij nagenoeg alle conflicten en etnische spanningen in de jaren 90 was Klimov aanwezig. Zijn foto’s verschenen op de voorpagina’s van vele westerse kranten, als stille getuigenissen van het oorlogsgeweld in de voormalige Sovjet-Unie. Tussen 1991 en 2012 was hij in dienst van NRC Handelsblad en hij leverde freelance werk aan titels als The Guardian, Le Monde, The Independent en The Washington Post.

In de 21 jaar dat hij voor NRC werkte was hij metgezel van de Russische NRC-correspondenten, waarvoor hij vanaf 1991 beeldbepalende foto’s maakte: een Armeense Madonna met een kalasjnikov, melancholieke soldaten achter een piano tijdens een gevechtpauze in Batoemi.

Hoeveel oorlog is teveel?

Deze jaren hebben op het werk en het persoonlijke leven van de fotograaf veel invloed gehad. Na jaren kampt hij nu onverwachts zelf met een oorlogstrauma. Op zoek naar innerlijke rust keert Oleg terug naar enkele gebieden waar hij in oorlogstijd heeft gefotografeerd: Nagorno-Karabach, Abchazië en Tsjetsjenië. Hoeveel oorlog is teveel? Het is de opeenstapeling, zegt Oleg Klimov in Oleg Klimov, brieven aan jezelf , een documentaire van Masja Nokovika die gisteren werd uitgezonden, en nu online te bekijken is:

Coen van Zwol, momenteel filmjournalist voor NRC, werd in 2000 correspondent in Rusland voor NRC, waar hij Klimov ontmoette. Gisteren schreef hij over deze documentaire:

“Oorlog is niet grappig, dat is waar. Maar lachen en wrede grappen helpen. Drank ook, en drugs. Om de knagende angst te onderdrukken die Oleg Klimov treffend beschrijft in deze documentaire.

Dat onbehaaglijke, tintelende gevoel dat iemand door het kruisje van zijn vizier naar je achterhoofd staart en overweegt te schieten. Bij fotografen is dat gevoel vaak nog iets sterker omdat ze door een raampje kijken en er een beetje buiten staan, voor hun gevoel.”

In Tsjetsjenië sneuvelde ook de laatste illusie over het jonge Rusland: in dit gedeelte krijgt de documentaire zijn relevantie, aldus Van Zwol:

“De speknekken in uniform, de cynische spionnen, de gangsters, de opportunisten, de plunderaars: zij wonnen. En zij zijn nog steeds aan de macht. Goede mensen overleefden. Als het meezat.

In een fraaie collage in de documentaire zien we Klimov in april 2000 op een pantserwagen de tot puin geschoten Tsjetsjeense hoofdstad Grozny intrekken, en daarna het Grozny van 2013. [...]

Rivieren van bloed, en de schoften wonnen. Brieven aan jezelf toont buitengewoon indringend het verdriet van Rusland, dat grote land waar het nooit meer goed komt, en dat toch maar niet wil luisteren naar onze lessen in verlicht wereldburgerschap.”