Terecht dat de paus Persoon van het Jaar is

Hij is bekend, de ‘Person of the Year’ van weekblad Time. Het is: de paus. Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer, die woont in Italië, ziet hoe een ster geboren is. ‘Ik zie een man die waarlijk inspireert.’

De omslag van Time van deze week.

Volgens de katholieke mythologie waart bij het conclaaf de Heilige Geest rond in de Sixtijnse kapel, om aldaar de kardinalen te inspireren tot de juiste keuze van de nieuwe plaatsvervanger van Christus op aarde. Bij het laatste conclaaf, dat was geconvoceerd nadat paus Ratzinger de uiterst opmerkelijke stap had genomen met emeritaat te gaan, moet de Heilige Geest wel heel actief geweest zijn, want hij inspireerde tot de keuze voor iemand die werkelijk niemand op zijn lijstje had staan. Toen de naam van kardinaal Bergoglio uit Argentinië werd omgeroepen vanaf het balkon op het plein van de Sint Pieter, moesten door de wol geverfde Vaticaan-watchers diep graven in hun aantekeningen om op te zoeken wie hij was.

Nog verrassender dan die keuze was de manier waarop de nieuwe paus zich aan het publiek presenteerde. Hij verscheen op het balkon in een simpel wit gewaad, zonder de regaliën van zijn nieuwe waardigheid. Hij glimlachte en sprak de menigte aan met een ontwapenend „buona sera”. Vervolgens maakte hij een grapje over zijn Argentijnse afkomst: „Ze zijn deze keer helemaal naar het eind van de wereld gegaan om iemand op te vissen.” Die eerste indruk die hij achterliet op de wereld was verpletterend. Daar stond geen kerkvorst, geen nieuwe leider van een tweeduizend jaar oude institutie, daar stond een sympathieke man die zijn gewoonheid benadrukte in plaats van zijn belangrijkheid.

En in de korte tijd dat hij nu paus is, is hij keer op keer blijven verbazen met zijn bescheidenheid, zijn nederigheid en zijn aandacht voor slachtoffers van armoede en anderszins minder bedeelden. Hij heeft geweigerd zijn intrek te nemen in de pauselijke residentie. Hij woont, tot op de dag van vandaag, in het simpele gastenverblijf waar hij was ondergebracht tijdens het conclaaf. Medewerkers van het Vaticaan komen hem gewoon tegen in de lift. Hij draagt nooit de dure gewaden die hij eigenlijk uit hoofde van zijn functie zou moeten dragen. Hij presenteert zich nooit als paus, maar noemt zichzelf consequent bisschop van Rome, om te benadrukken dat hij slecht één van velen is.

Bij verschillende gelegenheden heeft hij benadrukt dat de kerk er moet zijn voor behoeftigen. Tegen nieuw gewijde bisschoppen zei hij: „Ik wil herders die stinken naar hun kudde.”

Daar sta je dan als kersverse bisschop, trots als een pauw met je mooie nieuwe mijter op je hoofd en je promotie naar een aanzienlijk hogere salarisschaal. En dan krijg je dat. Dan krijg je ingepeperd dat je nooit moet vergeten dat je thuishoort in de schaapskooi. En de paus liet zelf zien hoe dat moet, stinken naar je kudde. In de menigte op het plein van de Sint Pieter omhelsde hij langdurig een kwijlende, mismaakte en zwaar gehandicapte man.

„Ik wil een arme kerk”, zei hij, „en een kerk die er is voor de armen.” Dat is uit zijn mond meer dan loze retoriek. Hij geeft zelf het goede voorbeeld. Hij gaat ’s nachts, verkleed als een gewone priester, Rome in om aalmoezen uit te delen. Niet voor het oog van de camera’s, stiekem. Het is zo ongeveer een oorlogsverklaring aan grote, machtige instituten binnen het Vaticaan, waar astronomische geldbedragen rondgaan.

Indrukwekkende preek

De katholieke kerk is een multinational, de grootste vastgoedeigenaar ter wereld. De Bank van het Vaticaan, die zich grotendeels onttrekt aan de controle van de Italiaanse staat of van de Europese Centrale Bank, heeft aanzienlijk grotere belangen dan zij officieel toegeeft. Dat zij intensief wordt gebruikt door de maffia is niet bewezen. Maar het zou raar zijn als dat niet zo was. Dat de paus met zijn eerste besluit op zijn eerste werkdag de leiding van de bank ontsloeg, was dan ook een niet mis te verstaan gebaar dat getuigt van grote moed.

Zijn eerste reis was naar het eiland Lampedusa om de voeten te wassen van de daar aangespoelde bootvluchtelingen. Hij hield een indrukwekkende preek, waarin hij waarschuwde voor de „globalisering van onverschilligheid”. Schitterend gezegd. En het was weinig minder dan een provocatie. Terwijl politici met rode hoofden ruzieden over de manier waarop het immigratieprobleem zou kunnen worden opgelost en hoe die Afrikanen zouden kunnen worden tegengehouden, omarmde hij het probleem en liet hij zien dat die Afrikanen mensen zijn en niets minder dan hijzelf.

De paus vertegenwoordigt een instituut dat ik verfoei. Hij zal de kerk proberen te hervormen, maar het tij niet keren. Hij zal de secularisering en de leegloop van de kerken niet kunnen stoppen en ik zal daar niet rouwig om zijn. Maar dat betekent niet dat hij niets kan betekenen voor de wereld. Als ik hem op de televisie zie, zie ik een moedig man die waarlijk inspireert met een zeldzaam geworden vorm van militant altruïsme en pure goedheid. Ik zie een heilige man.