Nog even wachten op de klappers

Weer waren er dit jaar minder fusies en overnames in Nederland. En dus hadden de zakenbankiers minder werk. Maar er komen betere tijden, denken ze.

Foto Thinkstock, Bewerking fotodienst NRC

Volgend jaar wordt het beter, zeggen ze. Maar vanavond vieren ze al een feestje. Zakenbankiers, advocaten en andere adviseurs komen in de Amsterdamse Beurs van Berlage bij elkaar voor de uitreiking van de jaarlijkse ‘M&A awards’. Prijzen voor professionals op het gebied van fusies en overnames (mergers & acquisitions).

Het zijn dealluwe jaren. En dit jaar was nog wat slechter dan het vorige: tot nu toe waren er 853 fusies en overnames waarbij een Nederlands bedrijf betrokken was, blijkt uit cijfers van financieel persbureau Thomson Reuters. Vorig jaar waren dat er nog ruim duizend.

De totale waarde van de deals nam dit jaar wel toe, naar 68,5 miljard euro – een stijging van ruim 10 miljard euro. Met dank aan miljardenovernames als die van de Duitse KPN-dochter E-Plus en koffiebedrijf D. E. Master Blenders 1753. Ook de nationalisatie van bank en verzekeraar SNS Reaal, goed voor 3,7 miljard euro, telt mee.

Nee, dan een paar jaar geleden. Précrisis. In topjaar 2007 werden nog bijna 1.500 deals gesloten door Nederlandse bedrijven. Die hadden een totale waarde van zo’n 270 miljard euro. Dat waren nog eens de betere reden voor champagne.

Niet alleen Nederlandse bedrijven zijn minder druk aan het fuseren en overnemen. Wereldwijd nam het aantal transacties volgens Thomson Reuters bijna 8 procent af. De totale waarde daalde bijna 5 procent.

Het is wereldwijd „een relatief zwak jaar” geweest, zegt zakenbankier Richard Govers van de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs, die onder meer aan tafel zat bij de overname van D.E. „Zeker de eerste helft van het jaar was er weinig vertrouwen bij bedrijven om te investeren.” En wie geen vertrouwen heeft, wacht liever even af.

Langdurige relatie

Het lage animo voor fusies en overnames is onfortuinlijk voor zakenbankiers en andere adviseurs die ze begeleiden. Geen deals, geen werk. Het is dus zaak om in ieder geval aan tafel te zitten bij de transacties die wél gesloten worden. Of in ieder geval bij zoveel mogelijk.

Dus proberen zakenbankiers de potentiële klant – een bedrijf dat overneemt of overgenomen wordt – ervan te overtuigen dat zíj de bank zijn die ze het best kan helpen. Zij weten wat er speelt in de markt, zij kennen de sector waarin het bedrijf opereert en zij hebben een wereldwijd netwerk vol potentiële kopers.

Maar een bank moet ook voor er werk te doen is al in de klant hebben geïnvesteerd – in de vorm van tijd en aandacht. Liefst al jaren. „Je moet niet wachten op de beauty contest en op komen dagen als er een deal te vergeven is”, zegt Maurits Duynstee, hoofd van de zakenbanktak van ING. „Dan ben je te laat.”

Een langdurige relatie is misschien nog wel belangrijker als er werk is. „Een hit and run-mentaliteit werkt voor ons niet op lange termijn”, zegt Hugo Peek, hoofd van de zakenbanktak van concurrent ABN Amro. „Wij zijn, anders dan veel Angelsaksische huizen die in en uitvliegen, vooral uit op een bestendige relatie.” Volgens Nederlandse zakenbankiers is dealchasen, achter grote, prestigieuze transacties aanjagen, niet de beste strategie.

Wereldwijd netwerk

Toch waren het Amerikaanse zakenbanken die dit jaar vooral bij de grootste Nederlandse transacties aan tafel zaten. Goldman Sachs adviseerde telecombedrijf KPN over de verkoop van dochter E-Plus. JP Morgan begeleidde bij de verkoop van de ingrediëntendivisie van vleesverwerkingsbedrijf Vionen en bij de overname van vermogensbeheerder Robeco door het Japanse Orix. Morgan Stanley stond de Nederlandse staat bij bij de overname van bank verzekeraar SNS Reaal.

Internationale zakenbanken winnen het bij grote deals vaak van lokale door hun wereldwijde netwerk en specialistische sector- en productkennis, zegt zakenbankier Peter Krowinkel van Morgan Stanley. „Zij kunnen daardoor bijvoorbeeld beter inzicht bieden in wie potentiële kopers zijn en hoe een transactie het best gestructureerd en gefinancierd kan worden.”

Als er minder werk en meer concurrentie is, kan de prijs omlaag – normaal gesproken. Geldt dat ook voor fusie- en overnameadviseurs? Volgens internationale zakenbankiers is dat bij hen niet altijd het geval. „In eerste instantie kijken klanten: wie is het best in staat deze deal te laten slagen?”, is de ervaring van Krowinkel van Morgan Stanley. „Dan pas kijken ze naar de prijs. Als een transactie mislukt, kost het ze veel meer.”

Vertrouwen groeit

Lokale banken, die veelal kleinere fusies en overnames begeleiden, concurreren wel op prijs, zeggen Nederlandse zakenbankiers. „Fees zijn lager geworden”, zegt Pieter Stor, hoofd fusies en overnames van Rabobank. „Bedrijven letten meer op de prijs.” Hugo Peek van ABN Amro beaamt dat: „Tarieven zijn gedaald, doordat er lange tijd onvoldoende werk te verdelen was.” Met hoeveel, is moeilijk te zeggen. De prijs, meestal een percentage van de totale transactiewaarde, is afhankelijk van te veel factoren om er in algemene zin iets over te zeggen.

Maar de markt is opgewekt. De schatting is dat de waarde van fusies en overnames volgend jaar wereldwijd met 17 procent toeneemt, blijkt uit een internationale peiling van Thomson Reuters – van pessimisme werd nog nooit iemand beter. En ook over de Nederlandse fusie- en overnamemarkt zijn zakenbankiers optimistisch. Het vertrouwen groeit, rentes zijn laag en aandelenkoersen weer hoger – die lopen traditioneel voor op de drang tot fuseren en overnemen.

Ze zeiden het misschien al eerder. Maar nu gaat het dus echt gebeuren.

    • Teri van der Heijden