Nee, de allochtonen krijgen deze keer niet de schuld van de crisis

In de Sociale Staat van Nederland staat wat wij vinden van ons leven en elkaar Het SCP-rapport verscheen gisteren We zijn milder over allochtonen, ongerust over de economie, kritisch over Europa

verslaggever

De jaren van polarisatie rond allochtonen zijn misschien nog niet helemaal voorbij, maar de grootste gevoeligheid is er wellicht vanaf. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) noemde het gisteren in zijn tweejaarlijkse temperatuurmeting „opvallend”: juist nu steeds meer mensen de gevolgen van de economische crisis ook persoonlijk beginnen te voelen, wordt het denken over allochtonen milder. Mensen met een buitenlandse achtergrond krijgen dit keer niet de schuld van de crisis.

Deze trend springt eruit in de Sociale Staat van Nederland, het tweejaarlijkse overzichtsrapport dat de nieuwe SCP-directeur, Kim Putters, gistermiddag aanbood aan de Tweede Kamer. In 2002, het jaar van de moord op Pim Fortuyn, vond bijna de helft van de Nederlanders nog dat er te veel mensen van een andere nationaliteit in het land woonden. Dit jaar denkt nog iets minder dan eenderde er zo over. Ook meent voor het eerst meer dan de helft van de mensen dat ‘de meeste moslims in Nederland respect voor cultuur en leefwijze van anderen hebben’. In 2004 was dat nog minder dan eenderde.

Het rapport vat de tendensen samen in de leefomstandigheden van Nederlanders en hun vertrouwen in de economie, in elkaar én in de instituties. In het algemeen blijven de scores gunstig vergeleken met die van andere landen. Met de tevredenheid over eigen leven, inkomen en kansen is het goed gesteld.

De vraag is wel hoelang dat zo blijft. Zo verslechterde tussen 2010 en 2012 voor het eerst in dertig jaar de „kwaliteit van leven” – welvaart en welzijn samen. De meeste huishoudens gingen er in koopkracht op achteruit (vooral zelfstandig ondernemers), het aantal armen groeide. En dan moeten de gevolgen van de meeste bezuinigingen nog voelbaar worden, onderstreept het SCP – onder meer voor ouderen, die tot nu gespaard bleven. De ‘leefsituatie’ ging vooral achteruit bij de meest kwetsbaren – mensen met een lage opleiding, een laag inkomen en een slechte gezondheid – zo’n 6 procent van de bevolking.

Net als in de vorige editie, uit 2011, blijkt opleidingsniveau een belangrijke voorspeller voor allerlei opvattingen. Hoe lager de opleiding, hoe minder vertrouwen, ook in de democratie. De tevredenheid met de economie is gedaald van 81 procent in 2008 tot 47 procent in juli 2013.

Europa is een stuk minder populair geworden: nog maar 37 procent heeft vertrouwen in de Europese Unie. Bij het begin van de crisis, in 2008, was dat nog twee op de drie. De voorstanders van de EU vormen nu een minderheid – maar wel de grootste: 40 procent vond het Nederlandse EU-lidmaatschap in juli nog een goede zaak, 32 procent was ‘neutraal’ en 28 procent vulde in: ‘oneens’.

    • René Moerland