Kamer steunt missie in Mali

De uitzending van militairen naar Mali maakt weinig debat los. De ambities van het kabinet zijn wat overdreven, zei de Kamer gisteren. En er is zorg over de beschikbaarheid van helikopters.

Wie tijdens het Kamerdebat over de missie naar Mali hoopte op het politieke vuurwerk en gekissebis dat de militaire expedities naar Afghanistan kenmerkte, werd gisteren teleurgesteld. Zo omstreden als de operaties in Uruzgan en Kunduz is de inzet van bijna vierhonderd militairen rond de stad Gao niet. Misschien omdat de missie kleiner is en de situatie in Mali minder vijandig, maar vooral omdat de politieke situatie in Nederland is veranderd.

Voor deze missie is in de Tweede Kamer een natuurlijke meerderheid van de twee coalitiepartijen. Daarnaast staat het grootste deel van de oppositie welwillend tegenover de bijdrage aan de VN-vredesmacht. Alleen SP, PVV en de Partij voor de Dieren waren uitgesproken kritisch over het sturen van commando’s en Apachehelikopters om in het noorden van Mali inlichtingen te verzamelen over terroristen en smokkelaars.

Verschillende Kamerleden benadrukten gisteravond tijdens het debat – dat vanmiddag vervolgd zou worden – dat uitzending van militairen hun zwaarste verantwoordelijkheid is. Maar in tegenstelling tot recente missies betekent dat niet dat ze die militairen tot in detail gaan vertellen wat ze wel en niet mogen. Vooral de Kunduz-missie, waar het kabinet-Rutte I steun van D66, GroenLinks en de ChristenUnie voor nodig had omdat gedoogpartner PVV tegen was, werd behangen met beperkingen. Die caveats maakten het trainen van politieagenten in Noord-Afghanistan lastig en deden de internationale reputatie van Nederland geen goed.

SGP-Kamerlid Elbert Dijkgraaf verzuchtte gisteren dat hij „gelukkig” niemand dingen hoorde zeggen als „niet schieten binnen de bebouwde kom”. Raymond Knops (CDA) wilde „niet op de stoel van de deskundigen gaan zitten” door de kabinetsplannen aan te passen. En zelfs Bram van Ojik (GroenLinks) was blij dat niet, zoals bij Uruzgan, in eufemismen is verhuld dat er gevochten gaat worden. „Niemand heeft iets aan verhullend taalgebruik.”

Wel sprak de Kamer zorgen uit over de ambitie van de missie. Ministers Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) en Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) hebben grote woorden gesproken over de doelen van de missie. Die zou geslaagd zijn als in Mali een stevig bestuur komt en het land geen vrijhaven voor terroristen en doorvoerroute voor criminelen meer is.

De coalitiepartijen vinden dat streven veel te hoog gegrepen voor de kleine bijdrage die Nederland tot en met 2015 levert. „Dit soort verheven doelstellingen maken dat de Nederlandse missie eigenlijk al bij voorbaat niet kan slagen”, zei Han ten Broeke (VVD). Hij waarschuwde: „Let’s not overpromise and underdeliver.” Dat is slecht voor het draagvlak van dergelijke missies. De oppositie verwacht juist wel forse ambitie van het kabinet. CDA’er Knops noemde het „ een beetje eenvoudig” om de inzet alleen af te rekenen op het verzamelen van inlichtingen. „Dan kan de hele VN-missie mislukken en dan gaan wij nog hoog houden dat we het goed hebben gedaan.”

Het meest heikele punt in de Kamer was niet de motivatie, doelstelling of inhoud van de missie, maar de afwezigheid van transporthelikopters. De VN heeft Nederland expliciet gevraagd ook die te leveren, maar Defensie wil dat niet doen. Volgens Hennis zijn ze „niet noodzakelijk voor onze bijdrage” en zou het sturen van drie Chinook-helikopters de missie 50 miljoen euro duurder maken. Volgens deskundigen laat ze de Chinooks liever thuis omdat Nederland er zo weinig heeft dat inzet in Mali zou betekenen dat eenheden thuis niet meer kunnen oefenen.

Oppositie en coalitie hebben „zorgen over de effectiviteit, mobiliteit en flexibiliteit” van de missie als er geen transporthelikopters zijn, zoals Raymond Knops zei. Ze willen bovendien niet afhankelijk zijn van landen die minder veilig materieel hebben. In Afghanistan kwamen immers twee militairen om bij de crash van een gehuurde helikopter.

Hennis wist de zorgen gisteren gedeeltelijk weg te nemen. De „actieradius”, de ring om de basis in Gao waar de Nederlandse militairen hun kamp opslaan, zou nauwelijks vergroot worden met eigen helikopters. Bovendien heeft ze „indicaties” dat een ander, betrouwbaar land wel wil leveren. En mocht ter plekke blijken dat Nederland toch echt zelf transporthelikopters nodig heeft, dan is ze „dapper genoeg” om die alsnog in te zetten.

De Tweede Kamer lijkt daarmee genoegen te nemen, maar wil wel een deadline van de minister. Wanneer andere landen niet op tijd leveren, moet zij het alsnog doen. Ook daar leek de minister weinig voor te voelen. Als ze nu aan de Kamer belooft straks toch helikopters te leveren, zullen andere landen minder happig zijn. „Die luisteren mee.”

    • Emilie van Outeren