Ik durf nu vrij te zijn in mijn muziek

Gesprek met de 42-jarige Calvin Broadus die zich na een carrière als rapper-superster Snoop Dogg dit jaar ineens presenteerde als reggaezanger Snoop Lion. Nu heet hij Snoopzilla en promoot een retro-funkalbum.

Foto AP

Calvin ‘Snoop Dogg’ Broadus (42) is de cartoonheld onder de rappers. Zie hem zitten in De Smet in Amsterdam, op het puntje van zijn bank, met een Stevie Wonder-achtige zonnebril, dreadlocks en een Adidas-jas en joggingbroek, terwijl hij steeds opnieuw een promotietekst inspreekt voor een Duitstalige radiozender, net zolang tot het in ieder geval klinkt als Duits. Het is Snoop ten voeten uit; lijzig, ironisch en met een komisch uitvergroot accent.

Naast hem hangt Damon ‘Dâm-Funk’ Riddick ontspannen onderuit in de wietdampen, de funkproducer met wie de boomlange rapper uit Long Beach, Californië duoproject 7 Days of Funk oprichtte. Hun gelijknamige album, dat deze week in de winkels ligt, is gestoeld op een gedeelde liefde voor het subgenre P-Funk – een afkorting voor ‘pure funk’ – van pioniers als Bootsy Collins en George Clinton.

Hiphopmiljonair Snoop maakt vaak de indruk in het verkeerde tijdperk te zijn geboren. Zijn werk ademt de sfeer van blaxploitationfilms, funk, r&b en meer zwarte muziekgenres uit de jaren zeventig. Op Snoops cruciale solodebuut Doggystyle, dat 20 jaar geleden verscheen, was de muzikale erfenis van P-Funk al dominant. Snoops mentor, hiphopmaestro Dr. Dre, ontwikkelde zijn eigen hiphopvariant G-Funk – de ‘G’ staat voor ‘ghetto’ of ‘gangsta’ – met hoge piepjes, vette bassen en messcherp knallende drums. De jonge Snoop, lid van de Crips-bende, rapte daar op ontspannen stroperige wijze zijn rauwe, onderkoelde teksten overheen.

G-Funk veranderde het genre gangstarap volledig. De producties werden muzikaler, de raps trager. „Iedereen was aan het rennen, nu wandelen ze gewoon”, zei Snoop daar twee jaar geleden over tegen deze krant. In datzelfde gesprek noemde hij de invloedrijke funkbassist Collins zijn „hiphopvader”.

Voor zijn nieuwe album vol synthesizerfunk, diepe bassen en harmoniezang, dat deze week verschijnt, heeft Snoop zichzelf een nieuwe naam gegeven: ‘Snoopzilla’. Het is, net als zijn dj-naam ‘Snoopadelic’ en bijnaam ‘Snoopy Collins’, een naam waarmee hij zijn liefde voor de pioniers van de P-Funk verder onderstreept.

Twee jaar geleden vertelde u over Bootsy Collins, met wie u optrad op North Sea Jazz. U zei dat hij u leerde plezier te hebben op uw platen. Op uw nieuwe project presenteert u zich als zijn directe artistieke nazaat. Waarom nu?

„Het voelde goed. Deze muziekstijl is altijd van invloed geweest op alles wat ik deed, maar ik heb het nooit zo op de voorgrond gebracht. Ik wilde gewoon funken met een producer, zeven dagen lang, en dat is wat we hebben gedaan: gestoord funken. Het is zoals je zegt: Bootsy Collins heeft me de geest gegeven om vrij en geanimeerd te zijn in mijn muziek. Deze plaat is daar een uiting van.”

Dit jaar bracht u een reggaealbum uit als Snoop Lion, en nu dit retro-funkalbum. U zingt steeds meer. Het lijkt alsof u zich elk jaar muzikaal vrijer voelt.

„Ik denk dat ik me comfortabeler ben gaan voelen in het maken van muziek, in het afdwalen naar melodieuze harmonieën. Ik vertrouw niet meer alleen op mijn rapstem maar ook op mijn zangstem. Dat is wat me als kind inspireerde: ik wilde altijd een funkzanger zijn, of een r&b-zanger. Nu ben ik in staat dat echt te doen. De muziek van Dâm-Funk brengt het ook bij mij naar buiten.”

Kunt u het werken met Dâm-Funk vergelijken met uw samenwerking met andere voor uw carrière belangrijke producers, zoals Dr. Dre en Pharrell?

„Pharrell is mijn kleine homie in de studio, en ik ben de grote homie. Hij kijkt naar mij voor richting en advies. Wanneer ik met Dr. Dre in de studio zit, weet je dat ik de kleine homie ben die in principe zijn lijn volgt, waarbij ik input geef en soms leidend kan zijn. Met Dâm-Funk is het meer ontspannen achterover hangen. De muziek is al zo energiek, ik hoef alleen nog wat verf op de auto te spuiten.”

U bracht dit jaar albums uit in twee genres die cruciaal waren voor de ontwikkeling van hiphop: reggae en funk. Hiphop heeft vaak een actueel geluid dat massaal wordt gekopieerd; hoe zit het volgens u met de waardering van die muzikale geschiedenis?

„Die is er veel te weinig. Ik maakte eerder dit jaar een reggaealbum omdat het paste bij hoe ik me voelde, maar ook omdat ik vond dat reggae nooit het respect heeft gekregen dat het verdient. Ik wilde daaraan bijdragen door het zelf te maken. Deze funkplaat is iets wat in onze beide carrières al lang een keer had moeten gebeuren.”

U verwees in uw muziek altijd nadrukkelijk naar uw muzikale wortels.

„Dat is hoe ik begonnen ben. Ik was twintig jaar geleden op Doggystyle de eerste rapper die op zijn debuut een hit van een andere rapper opnieuw uitvoerde. Ik wilde Slick Rick en Doug E. Fresh eren. Ik vond dat zij een van de beste nummers ooit hadden gemaakt [La-Di-Da-Di uit 1985, red.] en wist geen andere manier om ze te lauweren dan door zelf een versie op te nemen, precies zoals de grote r&b-zangers vroeger met hun helden deden.”

Dat nu twintig jaar oude album ‘Doggystyle’ is een mijlpaal in de hiphop en funk. Hoe zou u de impact van dat album omschrijven?

„Het is een album dat ook nu, twintig jaar later, nog steeds klinkt zoals het klinkt, omdat Dr. Dre een manier vond om heel mijn wereld in één project te proppen. Ik hield van [blaxploitation]films als Super Fly en The Mack en van funkmuziek, en hij slaagde erin al mijn invloeden op die plaat tot leven te brengen.”

Het waren gouden tijden, voor u en uw muziek. Hoe probeert u nu dat gevoel van toen terug te halen wanneer u in de studio bent?

„Je moet zorgen dat het leuk is, met wie je ook bent, dat is het belangrijkst. Toen we vroeger die platen maakten, hadden we ook veel plezier, ongeacht waar we over rapten, hoe agressief we waren of hoe negatief je ook dacht dat we waren.”

Producer Dâm-Funk voegt toe: „Het was in die tijd leuk in Los Angeles. We reden rond en luisterden naar de muziek van The Chronic en Doggystyle. Dat was de soundtrack van ons leven. Onze wereld bestond niet alleen maar uit gang-geweld; het was leuk, er waren vrouwen, het was fantastisch.”

Hoe zou u nu, twintig jaar later, het actuele geluid van funk omschrijven?

Snoop: „Het geluid van funk zit nog steeds in hiphop.”

Dâm-Funk: „Zeker wel.”

Snoop: „Ik hoor het overal in hiphop, vooral in de westkustrap. DJ Mustard is geworteld in funk, maar ook producers als Mike Will Made It, Pharrell, Timbaland, Battlecat, DJ Quik... Funk leeft nog steeds, maar wordt gemarginaliseerd omdat er geen aparte categorie meer voor is. Ik zie het zo: we gebruiken geen funk in hiphop, nee, funk is hiphop.”

Eerder dit jaar ging u op reis naar Jamaica, waar u als Snoop Lion een documentaire en reggae-album opnam en op zoek leek naar nieuwe invulling van uw leven en werk. U bent al twintig jaar superster; is het lastig een spirituele zoektocht te voltooien wanneer u fulltime omringd wordt door camera’s?

Snoop: „Nee, dat is het niet, want ik ben niet hypocriet. Wanneer ik iets nieuws doe, zoals mijn reis naar Jamaica... dat was geen toneelspel. Het heeft me een betere persoon gemaakt en dat draag ik iedere dag met me mee. Maar ben ik een perfecte rasta? Nee. Maak ik fouten? Ja. Eet ik nog steeds vlees? Ja. Doe ik nog steeds dingen op de verkeerde manier? Ja. Dat is het leven. Ik leer onderweg en probeer mezelf beter te maken.”

In de documentaire neemt u sterk afstand van uw repertoire als Snoop Dogg. U zegt: „Fuck Snoop Dogg en al die shit waar hij over rapte, de criminaliteit, het schieten...”

„Ik nam daar afstand van terwijl ik een reggaeplaat opnam op Jamaica. De schrijvers die daar voor me werkten, schreven nummers die ik zelf had kunnen schrijven maar ik wilde muziek die ergens anders vandaan kwam: een andere energie had, vrede, positiviteit, groei. Niet de oude Snoop Dogg maar de nieuwe Snoop Lion. Ik moest, waar zij bij waren, het oude afzweren.”

Uw verandering in Snoop Lion werd een hype.

„Veel mensen begrepen mijn stap naar reggae niet vanwege de hype rond de naamsverandering. ‘Hij is nu Snoop Lion.’ Zo zag ik het niet, dat is hoe de media het hebben uitvergroot. Ik heb ze hun gang laten gaan en me geconcentreerd op het maken van mijn reggaeplaat. Die fase was noodzakelijk in mijn groei van jonge man naar volledig volgroeide man. Nu ik dat ben, kan ik mijn tocht door de muziek vervolgen en alle stijlen muziek maken die ik wil. Niet alleen reggae, funk of rap, maar alles waar ik maar zin in heb.”

Het album 7 Days of Funk ligt nu in de winkel.

    • Saul van Stapele