Het jaar in boeken: de New Yorker, Book Riot & The Economist

Wat bracht 2013 ons aan boeken? De redacties van kranten, tijdschriften en websites maken aan het eind van het jaar de balans op. Een eerste overzicht, met de favorieten van de New Yorker, Book Riot en The Economist.

Bij het Amerikaanse tijdschrift New Yorker zag men het afgelopen jaar zo veel goede boeken langskomen dat een overzichtsstuk niet volstaat. In aflevering een de voorkeuren van onder andere Rivka Galchen en Joyce Carol Oates, die beiden regelmatig in het blad publiceren.  Laatstgenoemde  wijst onder meer op A Permanent Member of the Family van Russell Banks, een boek dat “wonderfully narrated short stories of loss, sorrow, accommodation, and compromise” bevat. Een andere favoriet is The Pushcart Prize: Best of the Small Presses, dat Oates een “required reading for writers and poets of all ages” noemt. Het boek is een bloemlezing van verhalen en gedichten die bij de kleinere uitgeverijen verschenen.  Galchen tipt onder meer Professor Borges, een compilatie van lezingen die Jorge Luis Borges in 1966 gaf over Engelse literatuur. De beste gedichtenbundel van 2013 is volgens Dan Chiasson Metaphysical Dog van Frank Bidart. Het is niet alleen Bidarts “strongest book ever”, maar ook zijn “most accessible”: “for readers who are new to Bidart’s work, this is the best place to start”.

Bij Book Riot komen ze met een lijst op de proppen “that’s just as eclectic and idiosyncratic as we are” en zijn er zowel usual suspects als The Lowland van Jhumpa Lahiri en James Salters All that is in aan te treffen als Paddle Your Own Canoe, de memoires van acteur, schrijver en timmerman (!) Nick Offerman. Offerman is weliswaar een macho tot op het bot, maar hij laat daarnaast in het boek ook een “a depth of character “ zien,  die “not often found in Hollywood” is. Het in Nederland gemengd ontvangen The Goldfinch van Donna Tartt is “a Dickensian masterpiece,  all told in Tartt’s languid, luxurious style”, Stephen Kings Joyland een “combination of murder mystery, theme-park funkiness, and coming-of-age tale” en The Cuckoo’s Calling van J.K. Rowling, pardon, Robert Galbraith,  is “a primer for any wanna-be author” in het detective-genre omdat er (a) geen detective-cliché in te vinden is en (b) omdat er de beste naam voor een prive-detective in te vinden is (Cormoran Strike).

Fictie dus voornamelijk tot nu toe, maar het gebrek aan non-fictie wordt ruimschoots gecompenseerd door de redacteuren en medewerkers van The Economist. Wie helemaal naar onderen scrolt in de lijst van het blad komt onder andere The Luminaries van Booker-winnares Eleanor Catton en Tartts Goldfinch tegen, maar verder is er voornamelijk aandacht voor wetenschappelijke  en politieke boeken en biografieën. In die laatste categorie scoort het levensverhaal van Margaret Thatcher bijvoorbeeld goed, het is “a masterful account of how she came, she saw and she conquered”. En ook de biografie van zanger Johnny Cash is goed: “The definitive biography of an American original, a poor Arkansas boy who struggled with women and drugs, and became a bestselling singer and songwriter.” En dan is er ook nog de biografie van Gabriele d’Annunzio, de omstreden Italiaanse dichter en fascist: een “deserving winner of the 2013 Samuel Johnson prize for non-fiction”. Onze (half)eigen Ian Buruma is tevens in de lijst te vinden, met zijn boek Year Zero: A History of 1945.

    • Sebastiaan Kort