Gevraagd: weer een akkoord, nu over een sociaal leenstelsel

Het kabinet-Rutte II is er weer eens onomwonden mee geconfronteerd dat het regeerkracht ontbeert zonder akkoorden met oppositiepartijen die de coalitie van VVD en PvdA aan een meerderheid helpen. Minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) zag zich gisteren genoodzaakt het wetsvoorstel in te trekken om een sociaal leenstelsel voor studenten in te voeren. Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) werd eerder deze week in de Eerste Kamer duidelijk gemaakt dat hij voorlopig niet op een meerderheid hoeft te rekenen voor zijn plan om de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht samen te voegen.

De senaat trok daarmee de consequenties uit eerder aangenomen moties, zoals die van ruim een jaar geleden. Unaniem vroeg de Eerste Kamer het kabinet daarin om een aanpassing van de bestuurlijke organisatie in Nederland te laten voorafgaan door een integrale visie daarop. Een visie op de provinciale herindeling, maar ook op de omvang van de gemeenten en de herstructurering van de Raad van State. Hoezeer modernisering van het openbaar bestuur in Nederland ook wenselijk is, het is Plasterk tot nu toe niet gelukt daarvoor genoeg overtuigende argumenten aan te dragen. En of het hem zal lukken, is twijfelachtig. Instituties werken zelden enthousiast mee aan hun eigen opheffing of inkrimping.

Dan maakt minister Bussemaker meer kans om de studiebeurzen toch te vervangen door een uitbreiding van het bestaande systeem van leningen. Dat het met haar huidige voorstel niet zou lukken, was eigenlijk al duidelijk vanaf het moment dat het kabinet een begrotingsakkoord sloot met D66, ChristenUnie en SGP. GroenLinks haakte daarbij af. Juist die partij kan samen met D66 het kabinet aan een meerderheid in de Eerste Kamer helpen voor een sociaal leenstelsel; ze hadden een dergelijk stelsel beide in hun verkiezingsprogramma staan. ChristenUnie en SGP zijn er juist tegenstander van, evenals CDA, SP en PVV.

Bussemaker heeft zich nu een jaar uitstel verschaft, wat niet tot een structureel begrotingsprobleem hoeft te leiden. Haar wacht nu de taak het ‘sociaal leenstelselakkoord’ te sluiten. Dat zal een balanceeract vergen: tegemoetkomen aan de wensen van GroenLinks, zoals handhaving van de OV-kaart voor studenten , betekent dat er minder geld bij komt voor de kwaliteit van het onderwijs, een uitgesproken wens van D66, de andere potentiële oppositiepartner.

Intussen is het wel gewenst dat het sociaal leenstelsel voor studenten er komt. Het is redelijk dat hoger opgeleiden, die dikwijls op een goed betaalde baan kunnen rekenen, een groter deel van hun inkomen gebruiken om hun studie af te betalen. Een sociaal leenstelsel is uit oogpunt van welvaartsverdeling eerlijker dan een onvoorwaardelijke beurs, subsidie die ongeacht de draagkracht wordt verstrekt. Hetzelfde geldt voor een systeem waarbij de hoogte van de aflossingen afhankelijk wordt gemaakt van het inkomensniveau.