Charles Aznavour zal altijd doorgaan

Charles Aznavour (89) treedt dit weekeind twee keer op in Amsterdam. Hoe een kleine Armeniër met een vreemde stem dankzij wilskracht de grootste Franse zanger werd. En toch altijd somber en wantrouwend bleef.

Charles Aznavour in het Parijse theater Olympia, 1973

De wereldwijd beroemdste Franse zanger wordt levenslang geplaagd door angst en twijfel, schrijft hij in zijn dit jaar verschenen autobiografie Tant que battra mon coeur (‘Zolang mijn hart klopt’). Het is al zijn vierde autobiografie – hij wantrouwt de wereld te zeer om de beschrijving van zijn leven aan buitenstaanders over te laten. Angst weerhoudt hem er niet van te blijven optreden, tachtig jaar nu al, sinds zijn acteerdebuut als negenjarige in een Parijs theater. „Artiesten hebben met moordenaars gemeen dat ze altijd terugkeren naar de plaats van de misdaad.”

Het publiek dat de 89-jarige Vaneragh Aznavourian, beter bekend als Charles Aznavour, dit weekeinde gaat bewonderen in de Heineken Music Hall in Amsterdam kan gerust zijn: hij is niet van plan op het podium te sterven. „Ik heb helemaal geen zin in doodgaan. Het is juist het leven op het podium dat mij altijd geluk heeft gebracht”, schrijft hij, zonder spoor van ironie.

Nee, als lachebekje is hij in 1924 bepaald niet ter wereld gekomen, dit kind van twee Armeense ouders – vader Mischa, een Armeniër uit Georgië, en moeder Knar, uit Turkije waar in de Armeense genocide van 1915 vrijwel haar hele familie het leven had gelaten. Nadat deze twee dolende zielen elkaar in Thessaloniki hadden ontmoet, wachtten ze in Parijs op een Amerikaans visum om in de VS een nieuw bestaan op te gaan bouwen. Maar toen kwam Vaneragh. Het was de Franse vroedvrouw die hem als ‘Charles’ bij de burgerlijke stand aanmeldde, omdat ze daar met zo’n rare Armeense naam niet overweg konden.

Van het Amerikaanse visum kwam niks terecht, de Aznavourians strandden in Parijs. Het gezinnetje van vier personen – Charles had een één jaar ouder zusje, Aida – huisde in een kamer van 25 vierkante meter in het zesde arrondissement. Mischa en Knar waren artiesten: hij zanger, zij actrice. Ze traden op in het milieu van emigranten, van wie het in deze jaren in Parijs wemelde: Russen op de vlucht voor moordlustige bolsjewieken, Armeniërs op de vlucht voor moordlustige Turken, joden op de vlucht voor zo’n beetje iedereen. Vader Mischa had geen gelukkige hand van zakendoen: achtereenvolgens gingen zijn restaurant Le Caucase en een café op de fles. Het was geen liefhebberij die de kleine Charles al in 1933 naar een acteeropleiding en de bühne dreef – het was om te overleven.

Op 12-jarige leeftijd hoorde hij voor het eerst Maurice Chevalier, de zwierige vedette van het charmante lied en revuester, en besloot: dat wil ik. Helaas had hij de natuur niet mee: een klein ventje (1,63 meter), een enorme Armeense neus, en een enigszins raspend stemgeluid omdat hij sinds zijn geboorte een stemband miste – heel zijn leven raadde elke dokter de kleine man een zangcarrière sterk af.

Wie hard werkt, kan elke handicap overwinnen – vond en vindt Aznavour. Zeventien uur per dag bijvoorbeeld. Hij bleef acteren, op de planken en in kleine filmrollen. Daarnaast zong hij, vanaf 1941 vaak door hemzelf geschreven repertoire: in onaanzienlijke revues, in tingeltangels waar niemand echt luisterde, in het voorprogramma van bioscopen tussen de acrobaten en doorgezaagde weesmeisjes. Als er al eens een journalist kwam kijken, dan ging het meestal over zijn geringe gestalte, zijn vreemde stem en zijn onhandige motoriek.

En inderdaad kan ijver het lot beïnvloeden, leek het: in de grauwe bezettingsjaren in Parijs werd hij ontdekt door Edith Piaf, de grote vrouwelijke vedette van die jaren. Zij beval hem zijn neus operatief te laten verkleinen, en nam hem in dienst als secretaris en chauffeur. Aznavour is een van de weinige mannen in de omgeving van Piaf geweest met wie de ster geen seksuele verhouding aanging. Daar stond veel tegenover: contacten met impresario’s, en zelfs een tournee met Piaf door de Verenigde Staten, in 1946. Daar leerde Aznavour zelfs goed Engels, tot op de huidige dag een zeldzame vaardigheid onder Franse artiesten.

Zo ging het langzaam opwaarts: van vedette anglaise (derde plaats op de concertaffiche), naar vedette américaine (tweede), naar hoofdattractie. Buitenlandse tournees door de VS, West-Europa, de Sovjet-Unie. Een jacht en huis in Saint-Tropez. Een landgoed van 40.000 vierkante meter bij Avignon. Een Rolls-Royce. Wanneer je veel platen verkoopt en je bovendien zelf de auteur bent van je repertoire, kan het aardig oplopen.

Zijn repertoire, dat ongeveer 1.200 nummers omvat, bestond van aanvang af uit tragische en weemoedige nummers. De flirterige crooner met de voor vrouwen onweerstaanbare bariton – type Maurice Chevalier – is hij nooit geworden. „Zoals een kleermaker een kostuum afstemt op de cliënt, zo zing ik liedjes die fysiek bij me passen. Niet iedereen is nu eenmaal Julio Iglesias.”

De angst dat de wereld klaarstaat om zijn kunnen te kleineren, heeft hem nimmer verlaten. In de jaren zeventig werd zijn wantrouwen sterk gevoed door de Franse belastingdienst: tot zijn immense verontwaardiging werd hij tot twee keer toe veroordeeld wegens belastingontduiking. Sindsdien woont hij in Zwitserland, met zijn derde vrouw, Ulla, een Zweedse blondine die beduidend langer en jonger is dan hijzelf. Hij zweert bij gescheiden slaapkamers, „die in een huwelijk het mysterie bewaren”.

Hoewel hij slecht Armeens spreekt, die taal niet kan lezen of schrijven en zich in de eerste plaats Fransman voelt, heeft hij zijn achtergrond nooit verloochend. Na het onafhankelijk worden van de sovjetrepubliek Armenië in 1990 leverde hem dat een erestaatsburgerschap en een naar hem genoemd plein in de hoofdstad Jerevan op, en zelfs een ereambassadeurschap van Armenië in Zwitserland en bij de VN in Genève. Er bestaat een prachtige documentaire van Mireille Dumas over zijn triomftocht door Armenië in 1996: stadions vol juichen de beroemde verloren zoon toe, die zelf onovertroffen eenzaamheid en wantrouwen lijkt uit te stralen.

„Al heel mijn leven verberg ik mijn twijfel achter een glimlach”, heeft hij geschreven. Die glimlach schiet er vaak bij in. U moet dus, dit weekeinde in de Heineken Music Hall, vooral heel hard voor hem klappen: tachtig jaar op het podium is niet niks. Of hij dan ook gaat geloven dat u écht van hem houdt, blijft echter een beetje de vraag.

Concerten Charles Aznavour, zaterdag 14 dec (uitverkocht) en zondag 15 dec in de Heineken Music Hall, Amsterdam. Inl: heineken-music-hall.nl