Ai ai ai Ajax, gemiste kans

Ajax was dicht bij een stunt: plaatsing voor de achtste finales Maar de ploeg maakte het niet af tegen AC Milan

De Deense middenvelder Christian Poulsen van Ajax in duel met de Braziliaanse aanvaller Kaká van AC Milan. Foto Reuters

Redacteur Voetbal

Frank de Boer maakte een einde aan zeven magere jaren bij Ajax toen hij in mei 2011, een half jaar na zijn debuut als hoofdtrainer, landskampioen werd. Maar de zeven magere Europese jaren voor Nederland, zonder vertegenwoordiger in de knockoutfase van de Champions League, worden er acht. Ajax speelde gisteravond tegen AC Milan driekwart wedstrijd met een man meer, maar die goal, die overwinning die nodig was om door te stoten naar de achtste finales en alvast 3,5 miljoen euro op te strijken, bleef uit: 0-0.

De laatste ploegen die in Nederland drie keer achter elkaar landskampioen werden, bekroonden hun nationale suprematie met een krachttoer in Europa. Het Ajax van Louis van Gaal in de jaren negentig, het PSV van Guus Hiddink in de jaren tachtig en halverwege afgelopen decennium. Maar het Ajax van De Boer, dat sinds de overwinning op FC Barcelona vorige maand internationaal aandacht trok, zal moeten wachten. Bittere realiteit na de haast mythische overwinning op FC Barcelona.

Die dag doorbrak Ajax de routinematige geseling door een Spaanse topclub van de laatste jaren, en het geloof in meer groeide. Tegen AC Milan, gisteravond, leek weinig fout te kunnen gaan toen Milan-aanvoerder Riccardo Montolivo bovenop de enkel van Christian Poulsen trapte.

Scheidsrechter Howard Webb, die tijdens de WK-finale in 2010 een karatetrap van Nigel de Jong nog met een gele kaart afdeed, greep kordaat in: rood. Gezien de belangen voor het kwakkelende AC Milan, negende in de Serie A en met een trainer onder zware druk, kan Montolivo een totaal gebrek aan professionaliteit worden verweten. Webb toonde geen mededogen, maar de frustratie van het publiek keerde zich richting slachtoffer Poulsen. Hij was toch al gehaat in San Siro. Toen de blonde Deen nog voor Schalke 04 speelde, schopte hij sterspeler Kaká eens onder de zoden. Maar de man kan ook heus voetballen – zie zijn technisch knappe kopbal op de paal in de openingsfase gisteravond.

In de rust werd Poulsen geofferd voor spits Danny Hoesen. Meer voetbal in de ploeg, en dat betaalde zich uit. Milan was nergens meer. Ajax heerste in San Siro. Gevaarlijke en minder gevaarlijke voorzetten hadden alleen niemand om ze binnen te koppen, en Milan hield stand. „Je kan het gevoel hebben dat je beter bent, die Italianen kan dat niets schelen”, had De Boer al gezegd bij de NOS. Zoal AC Milan een excuus nodig had om alles op de verdediging te gooien dan kwam dat in de vorm van de rode kaart van Montolivo, die opgelucht kon ademhalen na afloop.

Vierentwintig pogingen had Ajax, waarvan twaalf op doel. De frustratie nam toe bij de Ajacieden naarmate bij Mario Balotelli de vallende ziekte weer opspeelde, en trainer Massimo Allegri de bal uit de handen van Stefano Denswil sloeg.

Een ultieme omhaal van Davy Klaassen, in de 95ste minuut, vloog langs de paal. Een halve meter scheelde het, een halve meter tussen niets of 3,5 miljoen euro, eer, glorie en de bevestiging dat een Nederlandse club ondanks de financiële beperkingen tot de laatste zestien van de Champions League kan doordringen in deze tijden van het grote geld.

Of nou ja, niets: wat rest is de Europa League, opnieuw een treetje lager. Dat levert alvast twee ton op.