Wantrouw die prins op het witte paard

De animatiestudio van Walt Disney is weer toonaangevend, na jarenlang te zijn afgetroefd door Pixar. Met prinsessen die zelf hun mannetje staan. ‘Frozen’, de nieuwste van de studio, is een triomf.

Even lijkt het of er sinds Doornroosje (1959) niets is veranderd. Prinses Anna van sprookjesrijk Arendelle leeft een teruggetrokken leven in een kasteel waarvan de poorten altijd dicht zijn. Ze is niet zoals haar oermoeder honderd jaar in slaap getoverd, of gevangen gezet door haar stiefmoeder zoals haar generatiegenootje Rapunzel onlangs (Tangled, 2010).

Nee, Anna heeft een ingewikkelde, door sociaal onwenselijke toverkracht gekwelde zus, Elsa, die de mensen liever op afstand houdt. Ze wonen samen in het ouderlijk kasteel (het koningspaar kwam tragisch om bij een schipbreuk) maar contact is er sinds hun vroege jeugd nauwelijks. Door de jarenlange afzondering is Anna volkomen wereldvreemd en nogal eenzaam. Als typische jarenvijftig-Disney-prinses fantaseert ze dat een man haar komt redden.

Op de dag dat Elsa tot koningin wordt gekroond mogen de poorten eindelijk open. En hop, daar loopt de naïeve Anna al in de eerste tien minuten van Frozen recht in de sterke armen van prins Hans.

Hij is knap, hij is rijk, hij is charmant. Dat moet liefde zijn. Op het eerste gezicht. Ze denken exact hetzelfde op hetzelfde moment en maken moeiteloos elkaars zinnen af. In een aanstekelijk gearrangeerd maar verder mierzoet lied zingen ze: „Our mental synchronisation can have but one explanation: you and I were just meant to be.” Ze willen trouwen. En wel meteen.

Even zit je dan met samengeknepen billen in de bioscoop. Ho, wacht. Ware liefde? Nu al? Zo gemakkelijk? Het kan toch niet zo zijn dat een Disney-heldin anno 2013 daarmee genoegen neemt?

En dat is ook niet zo.

Regisseurs Chris Buck en Jennifer Lee zijn niet in die oude Disney-val van hulpeloze, naar prins hunkerende prinses getrapt. Het blijkt toch allemaal net even anders te liggen. Behalve cruciaal voor de plot is deze overhaaste liefde een gimmick: een vette, zelfverzekerde knipoog naar het eigen filmverleden. En dat kan de Walt Disney Studio zich weer permitteren.

Renaissance

Want Frozen is een artistiek en commercieel succes. In het openingsweekend in de VS eind november bracht de nieuwe film van de fameuze studio meteen 93,6 miljoen dollar op. Het 3D-computeranimatiesprookje is de belangrijkste kanshebber voor een Oscar voor beste lange animatiefilm. Het is na Tangled (2010) en Wreck-It Ralph (2012) de derde hit van Disney op rij, nadat de studio decennialang was achtergebleven bij dochterbedrijf én grootste concurrent Pixar. Amerikaanse kranten spreken van een Disney-renaissance. Frozen kreeg vrijwel uitsluitend lovende kritieken.

In de jaren dat Pixar hit na hit had met onder meer Finding Nemo (2003), Ratatouille (2007) en Up (2009), en in tien jaar tijd zeven keer de Oscar voor beste animatiefilm won, produceerde Disney een hele reeks dure flops. Dinosaur (2000), Atlantis (2001) en Brother Bear (2003) bleven artistiek en commercieel ver achter bij successen van de jaren negentig zoals Beauty and the Beast, The Lion King en Tarzan. Toen Disney zich net als Pixar op de computeranimatie stortte, werd het verschil in niveau helemaal pijnlijk duidelijk. Het flauwe Chicken Little (2005) haalde het niet bij de inventiviteit van de Pixar-films.

Disney lag in een ‘creatief coma’, schreven critici. De paniek leidde tot zwalkend beleid: de studio sloot de traditionele ‘platte’ animatieafdeling ten gunste van 3D en kondigde aan geen films naar sprookjes meer te maken – terwijl juist die van oudsher het imago en succes van Disney hebben bepaald. Beide omstreden beslissingen werden later snel teruggedraaid.

De overname van Pixar en daarmee de terugkeer van Pixar-baas John Lasseter naar Disney, waar hij ooit als tekenaar begon, in 2006, moest de ommekeer inluiden. Maar die liet nog even op zich wachten; computeranimatiefilm Meet the Robinsons (2007) viel nog tegen. Met Bolt (2009) krabbelde Disney weer enigszins op; die film werd in elk geval weer genomineerd voor een Oscar (die vervolgens naar Pixars Wall-E ging). Maar een poging om de grote successen uit het verleden te doen herleven in een subtiel gemoderniseerde verpakking, het traditioneel getekende The Princess and the Frog (2010) met de eerste zwarte Disneyprinses ooit, mislukte.

De echte heropleving van de legendarische studio kwam pas bij Tangled – gewoon weer naar een sprookje van Grimm, over gewoon weer een prinses met lang blond haar in een toren. Maar de 3D-computeranimatie is snel en flitsend, de toon is eigentijds en de prinses dapper en ambitieus, vol humor en zelfspot.

Tangled kende bovendien een serieus, goed uitgediept psychologisch thema: Rapunzel lijdt aan het stockholmsyndroom. Zij wordt gegijzeld gehouden door haar gevaarlijk innemende stiefmoeder Gothel, en ze houdt hartverscheurend veel van haar. Deze Gothel is ook een fraai gelaagde slechterik. Ogenschijnlijk liefdevol houdt ze Rapunzel met subtiele manipulatie onder de duim. „Jij naar buiten? Maar lieverd, daar ben je toch veel te naïef-onhandig-slecht gekleed-onaantrekkelijk voor?” Het geestige, vileine lied Mother Knows Best maakte Gothel tot de leukste Disneystiefmoeder uit de geschiedenis.

Behalve een aanstekelijk muzikaal sprookje is Tangled ook een serieus verhaal over de overgang naar volwassenheid. Rapunzel ontsnapt uit haar toren en bevrijdt zichzelf van angst en schuldgevoel. Dat ze al doende haar grote liefde vindt en en passant een verdwenen prinses blijkt te zijn, doet er maar nauwelijks toe. Het gaat om haar emancipatie. Niet voor niets verruilt ze aan het slot haar glanzend gouden lokken voor een kort bruin rattekopje.

Eerste vrouwelijke regisseur

Maar het was niet alleen de terugkeer van Lasseter die de heropleving inluidde. Toen hij vastliep bij Wreck-It Ralph haalde scenarist Phil Johnston zijn oud-studiegenoot Jennifer Lee erbij, die de film omwerkte tot een succes. Lee werd teruggevraagd bij Frozen, en tijdens het maakproces gepromoveerd tot co-regisseur.

Het maakt haar tot de eerste vrouwelijke regisseur in de geschiedenis van Disney. Maakt dat uit? Ja. De komst van Lee lijkt de psychologische diepgang van de film ten goede te zijn gekomen. Meer nog dan Rapunzel is Anna een geloofwaardige vrouwelijke hoofdpersoon. Een jonge vrouw met fouten, dapper maar onhandig; een fantast en een drammer – met het hart op de juiste plaats. Geen archetypische, goedgelovige prinses zoals de Disney-traditie lang voorschreef, maar een eigentijdse, levensechte, herkenbare heldin.

Frozen gaat op dezelfde voet verder als Tangled, maar met meer spanning, vaart en humor, met niet één, maar twee prinsessen, en twee potentiële amants: naast droomprins Hans is er plots bosman Kristoff. Maar de film concentreert zich, anders dan het duet met Hans doet vermoeden, op de liefde tussen de twee zussen.

Ook Frozen kent een coming-of-agethema: sneeuwkoningin Elsa heeft haar magische krachten altijd verborgen moeten houden, zelfs voor haar kleine zus. Haar eigen kracht maakt haar bang, ze houdt zich in, sluit zich op en zondert zich af. Als de buitenwereld haar geheim ontdekt kan ze zich voor het eerst in haar leven laten gaan. Eindelijk kan ze zichzelf zijn – al bevriest ze daarmee onbedoeld wel het hele land. Zich niet meer te hoeven schamen voor haar kracht is een bevrijding, maar daarvoor moet ze wel eerst de storm in zichzelf bedwingen, en zich leren beheersen. Een mooie metafoor voor de puberteit.

Anna op haar beurt moet boven zichzelf en haar kinderlijke liefdesfantasie uitstijgen om de band te herstellen met haar zus. Want die liefde, hoe gecompliceerd ook, gaat boven alles. De ware, onbaatzuchtige liefde bij Disney anno 2013 is niet meer die van prins voor prinses, maar die van zus tot zus. Zo had Frozen bíjna zonder de stiekem toch wel knappe Kristoff gekund.

    • Herien Wensink