Strafrechters overwerkt en onbemind

Veel strafrechters en officieren zouden ermee op willen houden.

Het gaat niet goed bij de parketten en strafsecties van de rechtbanken en gerechtshoven in Nederland. Overwerkt, onbemind en wantrouwend, dat is het beeld dat uit een enquête van het weekblad Vrij Nederland oprijst. De rondvraag werd gehouden onder 689 rechters en officieren, ongeveer een kwart van het totaal aantal magistraten. Hun klacht: de werklast wordt steeds groter, de politiek bekogelt ze met ondoordachte plannen en de productie hapert. Intussen dienen strafrechters als schietschijf voor de publieke opinie.

Geldgebrek en afgedwongen fusies van parketten en rechtbanken verstoren de dagelijkse productie. Dossiers blijken incompleet, behandeltijden lopen op, strafzittingen worden aangehouden. „Rechters zijn het zat”, kopte het weekblad. Een kwart van hen zou de rechtspraak willen verlaten. Dat eerste klopt meer dan het tweede. Onvrede over werkdruk is al jaren met regelmaat van magistraten te vernemen. Eerder dit jaar schreef de president van de Hoge Raad nog in deze krant dat de rechtspraak al járen alarmsignalen uitzendt over werklast en kwaliteitsdruk. En dat er nou echt eens serieus aandacht aan gegeven moest worden. Aanleiding was toen het ‘Manifest van Leeuwarden’, een protest van ruim 500 rechters, ook uit andere rechtsgebieden dan ‘straf’.

Of een kwart van de rechters en officieren echt hun baan zal opzeggen is echter de vraag. De enquête werd beperkt tot leden van de beroepsvereniging, waar 70 procent van het rechterlijk personeel bij is aangesloten. Van hen vulde slechts een kwart de enquête in. En van dat kwart heeft 27,5 procent de afgelopen vijf jaar overwogen te stoppen met dit werk. Dat is dus een kleine minderheid.

En twijfelt niet iedereen die onder druk hard werkt en veel kritiek krijgt wel eens aan beroepskeuze en werkomgeving? Is er eigenlijk wel genoeg doorstroming in de strafrechtspraak; dat zou ook een zorg kunnen zijn. Niet alle problemen in de rechtspraak komen immers van buiten.

De Visitatiecommissie die in 2010 alle gerechten bezocht, beschrijft een nogal gesloten bedrijfscultuur: eilandenrijken met zwakke besturen. Binnen een rechtbank kent men elkaars werkwijzen vaak niet. Meelezen met elkaars vonnissen gebeurt weinig. Kritiek geven is beperkt tot wat de ‘krommetenen-toets’ heet: als het écht niet kan, zegt men er wat van. Digitalisering loopt erg achter.

Dat het strafrecht maatschappelijk in de frontlinie staat, is voor veel rechters dan ook wennen. Een effectieve manier om bij onbegrepen uitspraken tijdig publieke emoties te kunnen matigen, zonder voor subjectief of partijdig te worden aangezien, is nog niet gevonden. Dat strafrechters consequent als ‘slap’ worden weggezet stemt hen bitter – ook omdat het aantoonbaar onjuist is. Nederland is binnen West-Europa juist een streng land, wat uitgezeten celstraf betreft. Verder daalt de criminaliteit substantieel, en al jaren.

Onderling beraden strafrechters zich inmiddels op de tegenaanval. Zij ontwikkelen nu in eigen beheer een professionele standaard. Een drempel waaronder hun budget niet mag zakken, omdat rechters anders de kwaliteit niet meer willen garanderen. Moet iedere rechter het héle dossier lezen of kunnen er taken worden verdeeld. Ook met de stafjurist en de griffier? Daarmee stellen rechters intern hun eigen autonomie ter discussie. Behalve onvrede is er dus ook beweging.