Reportage In de Centraal-Afrikaanse Republiek vertrouwt niemand elkaar

Koert Lindijer, al dertig jaar correspondent in Afrika, was vorige maand nog in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Hij schreef toen over de ‘dreigende genocide’ in het land. Een passage uit zijn verhaal, dat op 23 november in NRC Weekend werd gepubliceerd.

Het is akelig stil in Zèré. Tot in het lege dorp met verbrande huizen het gehamer van een stuk ijzer op een autovelg de rust verscheurt. Het sein dat de kust veilig is. Het dorpshoofd had het team van Artsen zonder Grenzen (AzG) beloofd een kerkklok te luiden, maar er is geen kerk meer.

Uit het olifantsgras en het bos van dikke mangobomen verschijnen mensen. Eerst druppelsgewijs een paar, dan komen grote groepen. De baby’s, van wie de moeders angstvallig hun mondjes hebben gesnoerd, beginnen nu te krijsen. Mannen tikken hun voorhoofden tegen elkaar als begroeting. Enkelen van hen dragen machetes, speren of een antiek jachtgeweer. Na tien minuten klinkt een kakofonie van opgewonden stemmen.

Een oude man grijpt de arm van een verpleegkundige. „We verbergen ons hier in de omgeving en leven als beesten in de bush”, jammert hij. „We hebben geen kleren meer, geen zout, geen zeep, niets meer om te overleven. De soldaten plunderden al onze spullen. Onze kippen, geiten, ons graan.”

Hij laat me Zèré zien. In de kliniek liggen naalden en pillen tussen het gruis. In de kerk zijn verkoolde balken op de kansel gevallen. Sommige inwoners werden verbrand in hun huizen toen strijders in de middag van 7 september het dorp in brand zetten. Bij de resten van een woning ligt een door varkens aangevreten lijk. [...]

De moslims van Zèré vertrokken aan de vooravond van de aanval door de Séléka. De dorpsoudste Pané Noumagbei raakt geagiteerd als hij zijn verhaal vertelt. „Wij christenen leefden altijd vreedzaam met moslims samen. Maar nu hebben ze ons verraden. Op de dag voor de aanval kwamen de soldaten van de Séléka hen ophalen en brachten hen met al hun eigendommen naar de stad Bossangao. Alle moslims zijn handlangers van de Séléka, ik wil ze hier nooit meer zien.”

In een klein ontheemdenkamp voor moslims in Bossangoa geeft Adidje Hassan een andere versie van de gebeurtenissen. Zij woonde in Zèré en beschuldigt de Anti Balaka, een militie van christenen. „Strijders van de Anti Balaka vielen een dorp in de buurt aan en sneden twee moslims in stukjes. De moslims in Zèré zouden hun volgende doelwit worden. Daarom haalden de Séléka-soldaten ons weg. Ik vertrouw de christenen niet meer. Ik wil nooit meer terug naar Zèré.”

Lees het hele verhaal (Rauwe haatgevoelens krijgen vrij spel) van correspondent Koert Lindijer uit NRC Weekend terug via bit.ly/1koVjHr