Ondertussen op kantoor

Japke-d. Bouma geeft elke week onmisbare tips om te overleven op kantoor. Deze week: omgaan met je baas.

Van alle relaties in de kantoorjungle is die met je baas het gevaarlijkst. Je gewone collega’s kun je uitlachen, pesten, beledigen en te kakken zetten. Je kunt met ze flirten, dansen en bami eten. Met je baas kan dat allemaal niet. Of althans, het kán wel, maar het heeft consequenties. Altijd hangt het functioneringsgesprek boven je hoofd, het zwaard van Damocles van de kantoorjungle. En alles telt op. Dacht je goed bezig te zijn geweest, kan hij zich er niks meer van herinneren. Heb je avonden met hem in de kroeg gezeten, ben je te klef; wijs je zijn avances af, ben je frigide. Doe je te veel, ben je een bedreiging, doe je te weinig, lig je eruit. Niet gek dus dat veel mensen me vragen: hoe ga ik in godsnaam met mijn baas om?

Er zijn veel soorten bazen. Je hebt de Bokito, die voor 100 procent uit testosteron bestaat, en wiens woede-uitbarstingen altijd weer als een verrassing komen. De slechtgeklede baas met zijn telefoon aan de gordel. De baas die je aanbidt en tegen wie je niks durft te zeggen. De jaloerse baas bij wie je moet onderpresteren, de gekke baas die je meeneemt naar de sauna, de incompetente baas die alles goed vindt, en de excentrieke baas die op een woonboot woont.

Er is iets wat ze gemeen hebben. Alle bazen zijn een beetje eng, laten we wel wezen. Met de anderen erbij gaat het nog wel, maar alleen… In de lift bijvoorbeeld, of op een borrel. Waar heb je het in godsnaam over. Wat víndt hij eigenlijk van je? Dat kun je nu niet vragen toch? Of wel? Telt dit ook als werktijd? Ik had een baas die mijn bier betaalde omdat ik te veel van hem wist. Een soort omerta met schuimkraag.

Wat níét werkt bij bazen, is afstand. Des te meer ze op je nek gaan zitten. Aandacht is beter. Wat dus altijd goed werkt: behandel je baas als een puppy. Je gooit een bal op en hij brengt hem terug. Je ruimt zijn shit op, maar verwacht geen diep inhoudelijke gesprekken, je krabbelt hem achter zijn oren en houdt je stem laag. Verder keer je hem nooit de rug toe, en gedraag je je voortdurend zelfverzekerd, vooral als je dat niet bent. Je maakt geen onverwachte bewegingen en laat nooit merken dat je bang bent. Doe je het goed, dan zal hij anderen beginnen te bijten. Hij is de baas, maar jij bent het baasje.

Het kan ook met een tandje meer compassie. Dan behandel je je baas als je kind. Je prijst hem (wat een mooie tekening heb je gemaakt!), je liegt dat het gedrukt staat en je komt altijd op zijn feestje. Verder tel je tot tien als je voelt dat je boos wordt, je begint nooit over seksualiteit, en je lacht om zijn grapjes. Zijn driftbuien vat je niet persoonlijk op en je houdt alcohol en ironie uit de relatie. Je houdt altijd in het oog: zonder jou is hij niets.

    • Japke-d