Milan is het grote Milan niet meer

De successen uit het verleden kan AC Milan niet meer herhalen. De club kampt met financiële en bestuurlijke problemen. Sportief verval is het gevolg.

Spits Mario Balotelli van AC Milan raakte vorige maand geblesseerd in de competitiewedstrijd tegen Fiorentina. Foto AFP

Mario Balotelli zou een beroerde handballer zijn. De voetballers van AC Milan spelen deze middag op trainingscentrum Milanello, verscholen tussen de naaldbomen op de uitlopers van de Alpen, een spelvorm waarin de bal van hand tot hand gaat en uiteindelijk moet worden binnengekopt. Maar het weke decemberzonnetje kan Balotelli niet inspireren. De spits sjokt wat rond en lijkt de spelregels opzettelijk te negeren.

Trainer Massimiliano Allegri laat zijn topspeler begaan. Balotelli is niet het grootste probleem waarmee hij kampt. Zijn ploeg presteert uiterst matig in de Serie A; de achterstand op koploper Juventus bedraagt na vijftien wedstrijden liefst 22 punten. En vanavond speelt Milan een cruciale wedstrijd tegen Ajax in de Champions League. Bij verlies ligt de ploeg van Allegri uit het toernooi en is het seizoen zo goed als voorbij.

Toch wil de trainer niets weten van de suggestie dat zijn club niet meer het grote Milan van weleer zou zijn. Op de persconferentie, daags voor het duel met Ajax, reageert hij met een verhandeling over de groepen van de Champions League, die dit jaar meer dan voorheen in evenwicht zouden zijn. Na afloop verontschuldigt een Italiaanse journalist zich voor de nietszeggende antwoorden van Allegri.

De ontevreden tifosi van Milan kunnen een duidelijke datum aanwijzen waarop hun club de aansluiting met de top in Europa verloor: 18 juli 2012. Op die dag koos Milan-spits Zlatan Ibrahimovic voor de Qatarese olie- en gasdollars van Paris Saint-Germain. Vier dagen eerder had verdediger Thiago Silva dezelfde overstap gemaakt. In het elftal van nu is Balotelli weliswaar een wereldtopper, maar hij wordt omringd door veel jongere en minder goede spelers.

De eigenaren van AC Milan, met name Silvio Berlusconi, zijn zelf evenmin armlastig. Maar een blik op de jaarrekening van de club verklaart veel over de verkoop van de twee topspelers. Zonder hun overgang, waarmee naar schatting 63 miljoen euro was gemoeid, zou Milan over 2012 bijna 78 miljoen euro verlies hebben gemaakt.

Mediatycoon Berlusconi heeft Milan in de voorbije kwart eeuw gebruikt om zijn populariteit te vergroten. De vele successen van zijn club vergezelden zijn politieke opkomst. Maar de kansen zijn gekeerd. Twee weken geleden verloor hij zijn senaatszetel, waardoor zijn politieke carrière ten einde lijkt. Daarmee raakt Milan zijn functie kwijt als vehikel om de kiezersgunst te veroveren.

En de zakken van de multimiljardair zijn niet oneindig diep. Los van de jaarlijkse alimentatie van 36 miljoen euro aan zijn eerste vrouw moet zijn investeringsmaatschappij Fininvest een schadevergoeding van ruim een half miljard euro betalen aan een zakelijke concurrent, wegens corruptie bij de aankoop van een uitgeverij.

Bij Milan zit Berlusconi klem tussen zijn dochter en een van zijn oudste vrienden, die samen het bestuur van de club vormen. Vicepresident Adriano Galliani bood onlangs al zijn ontslag aan na herhaaldelijke kritiek van de 29-jarige Barbara Berlusconi. Vader Silvio praatte in op zijn vriend om toch te blijven. Volgens Milan-watcher Alessandra Bocci van de toonaangevende sportkrant La Gazzetta dello Sport kón Galliani niet vertrekken, omdat Milan zijn afkoopsom niet kan betalen.

Bocci verwacht dat de bestuurstaken binnenkort worden gesplitst: Galliani krijgt dan het sportieve deel onder zijn hoede en ‘Barbara’ – „die naam is zo’n begrip dat ik haar achternaam niet gebruik” – de rest, waaronder de financiën.

Dat is nodig ook. Vergeleken met clubs als Manchester United en Bayern München slaagt Milan er bijzonder slecht in om zichzelf te vermarkten. Het grootste probleem van de club, zegt hoogleraar economie Claudio Sottoriva van de Università Cattolica del Sacro Cuore di Milano, is het stadion. Waar topclubs in andere landen vele miljoenen verdienen met hun stadionexploitatie, moeten Milan en Internazionale juist betalen om San Siro – eigendom van de gemeente – te mogen gebruiken. „En dan is het ook nog een vervallen stadion. De wc’s zijn smerig, het is er koud en je moet lang in de rij staan voor een vies broodje. Mensen kijken liever thuis voetbal.”

Een ander pijnpunt, aldus Sottoriva, is de merchandising. „Real Madrid kan 100 miljoen euro uitgeven aan Gareth Bale omdat de club dat geld terugverdient met de verkoop van shirtjes. Italianen willen zich liever goed kleden dan in een voetbalshirt lopen. En rond het stadion worden ook nog eens nepshirts verkocht. Daar verdient Milan ook niets aan.”

Sottoriva, die kantoor houdt in een lommerrijk deel van het historische centrum, onderzocht de gevolgen van de invoering van financial fair play voor het Italiaanse voetbal. Ook daarmee kan Milan in de problemen komen: het kunstmatig wegwerken van grote verliezen met transfers is binnenkort niet meer toegestaan. Barbara Berlusconi zal externe investeerders moeten aanspreken om Milan weer gezond te krijgen.

Maar bij de buren van Inter heeft ze een afschrikwekkend voorbeeld gezien: daar verkocht eigenaar Massimo Moratti de club aan de Indonesische zakenman Erick Thohir. Ziedaar het dilemma, zegt Bocci: „Geld van een buitenlandse zakenpartner kunnen ze ook bij Milan wel gebruiken. Maar de familie Berlusconi wil het wel voor het zeggen houden.”

Tijdens de heenwedstrijd tegen Ajax, op 1 oktober, veroverde Balotelli een puntje voor Milan door in blessuretijd een strafschop te versieren. Datzelfde resultaat zou vanavond voldoende zijn voor overwintering in de Champions League. Maar dan zal Balotelli beter moeten presteren dan tijdens het potje handbal op de training – hij slaagt er zelfs in om bij het koppen hands te maken. Dat kan alleen het losgeslagen wonderkind overkomen.