Mensenrechten leren

De Universele Rechten van de Mens, ach ja. Goed als decor voor Obama’s schitterende toespraak over Nelson Mandela: „When the night grows dark and injustice weighs heavy on our hearts [...] let us think of Madiba.

Gospeltaal. Warm gevoel. Traan wegpinken en maar even iets scherps twitteren. Bij Amnesty schreven bekende Nederlanders intussen vlijtig protestbrieven naar verre, foute landen. Zo’n Dag van de Mensenrechten vliegt echt om, ergens tussen de Week van de Ondernemer en de Week van de Vleeswaren. Zelfs de teek kreeg een hele week. Om nog maar te zwijgen van de Maand van de Snor, goddank ook net weer achter de rug.

Je zou dus bijna het Nationaal Actieplan Mensenrechten vergeten, dat minister van Binnenlandse Zaken Plasterk gisteren presenteerde in Den Haag. Dit gaat over de bescherming van de mensenrechten in ons fijne gidsland zelf. En je wílt het na lezing ook snel vergeten. Neem het hoofdstukje ‘Kinderen in de asielprocedure’. Maar liefst een halve pagina. Hier staan zinnen als: „Daarnaast is als uitgangspunt genomen dat minderjarigen in beginsel niet in vreemdelingenbewaring worden gesteld behoudens enkele bijzondere (limitatief neergelegde) situaties.” In beginsel. Behoudens enkele bijzondere (limitatief neergelegde) situaties.

Buitenlandse studenten kunnen zó een rij mensenrechten opdreunen, maar in Nederland ligt dit anders. Bij een enquête die het College voor de Rechten van de Mens liet uitvoeren, bleek nota bene dat eenderde van de ondervraagden niet één mensenrecht kende. Zelfs niet de vrijheid van meningsuiting, waarvan we hier toch altijd de mond vol hebben. Mensenrechten, dat werd in Nederland iets voor juristen. In het dagelijks leven raakten ze zoek tussen lifestyle en linkse hobby.

Bij Cambridge University Press verscheen gisteren een boek met de titel: Rights for Others, The Slow Home-Coming of Human Rights in the Netherlands. Geschreven door jurist en politicoloog Barbara Oomen, hoogleraar aan onder meer de Universiteit Utrecht. Zij zet op een rij waar het in Nederland zelf aan de mensenrechten schort, terwijl we zo graag naar anderen wijzen. Maar wil je dat opvallen, dan moet je ook eerst weten wat die rechten zíjn. Jarenlang probeerde Oomen het als voorzitter van het Platform Mensenrechteneducatie zover te brengen. Mensenrechtenonderwijs moest een verplicht onderwijsdoel worden, zoals in andere beschaafde landen. „Ik dacht, ik moet gewoon even aan onze ministers laten zien hoe ver wij achterlopen.”

Dat viel tegen. „De Nederlandse overheid behandelt mensenrechten als een geloof. Terwijl mensenrechtenonderwijs juridisch nog bóven de vrijheid van onderwijs gaat”, zei Oomen. Ze belde vanuit Sociëteit De Witte in Den Haag, waar het ‘actieplan’ net was gepresenteerd. Weer staat daarin dat iedereen het zelf maar een beetje mag uitzoeken.

Mijn zoon (11) oefent thuis zijn topografietoetsen. Ze zijn nu bij het Midden-Oosten. Hij weet al waar Musqat ligt, en Sana’a. In enge landen, begrijpt hij uit het journaal. Maar als hier om de hoek een asielzoeker wordt opgesloten, iemand om zijn kleur is aangehouden of als we misschien wel afgeluisterd worden, dan moet ik steeds weer uitleggen waarom dat niet kan. Want mensenrechten leert hij niet.

Margriet Oostveen (m.oostveen@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen (a.v.veelen@nrc.nl).