‘Meeste scheidingen na de feestdagen’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

Heb je net de sinterklaascadeautjes op Marktplaats gezet, ligt de Kerst alweer op de loer. Vreselijk, vindt schrijfster Sofie Rozendaal. Ze beklaagt zich in een opiniestuk in nrc.next van vorige week maandag over de familieverplichtingen rondom de feestdagen. ‘Kerst vieren is een vorm van presteren. Dat kan het slechtste in een mens naar boven halen’, schrijft Rozendaal. ‘En op wie wordt dat afgereageerd? Inderdaad, degene die het dichtst bij je staat: je partner.’ Niet zo vreemd dus, dat ze de volgende bewering noteert: ‘Na de feestdagen worden de meeste echtscheidingen aangevraagd.’ Dat gaan we checken.

En, klopt het?

Een op de drie huwelijken loopt stuk. Het is zo’n uitspraak die iedereen weleens gehoord heeft. En het klopt ook. Sterker nog: het is zelfs iets meer. Het Centraal Bureau voor de Statistiek berekende dat in 2012 37 procent van de huwelijken in een scheiding eindigde. Sinds 2000 steeg dat percentage licht, met zo’n 3 procent. Scheiden is dus populair.

Maar doen mensen dat echt vaker na de feestdagen? Rozendaal verwijst in haar stuk naar de vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsmediators (vFAS). Deze organisatie heeft zo’n duizend leden: gespecialiseerde familierechtadvocaten die vaak ook scheidingsmediator zijn. Op zich mag iedere advocaat scheidingszaken doen, maar de meeste advocaten doen het niet. Het merendeel van de scheidingen in Nederland wordt behandeld door de advocaten en scheidingsmediators van de vFas.

De vFAS liet in 2006 een onderzoek doen naar de aanvraag van echtscheidingen onder bij de organisatie aangesloten advocaten. Van de benaderde advocaten, 745 in totaal, antwoordden er 297. Een gedegen onderzoek, zegt Lex Olivier, ombudsman van MOA, Center for Information Based Decision Making & Marketing Research. Er zijn voldoende respondenten, die op de hoogte moeten kunnen zijn. Erg recent is het niet, maar zoals gezegd is het aantal scheidingen maar een klein beetje toegenomen, dus dat is geen bezwaar.

De advocaten is dus gevraagd naar hun ervaringen met echtscheidingen, onder meer naar de timing van scheidingsverzoeken. Op de vraag wanneer de meeste echtscheidingen worden aangevraagd zijn er meerdere keuzes mogelijk. Van de advocaten zegt 61 procent ‘na vakanties en feestdagen’, 38 procent zegt juist ‘het hele jaar door’ (samen dus 99 procent, bijna iedereen).

Omdat meerdere antwoorden mogelijk waren, is ook een klein ranglijstje gemaakt bij de seizoenen. De herfst staat daar bovenaan: 13 procent van de respondenten noemt dit jaargetijde als moment waarop de meeste echtscheidingen worden aangevraagd. Dit antwoord moet wel afkomstig zijn van mensen die zeiden ‘na vakanties en feestdagen’, want ‘het hele jaar door’ is het niet. Dat zou dus een kleine piek kunnen betekenen na de herfstvakantie, of – wat ruimer, maar ook logischer – na de zomervakantie.

Dat brengt ons meteen op het bezwaar tegen de uitspraak van Rozendaal. In de enquête worden de feestdagen en vakanties op een hoop gegooid, maar in het stuk wordt alleen gesproken over ‘de feestdagen’. Uit de context maak je op dat de Kerst wordt bedoeld, maar er zijn ook meer feestdagen dan Kerst alleen. Dus hoe Kerst scoort, weten we gewoonweg niet.

Dan nog iets anders. Kersthater Rozendaal betoogt dat de Kerst stellen richting echtscheiding duwt. Maar over oorzaak-gevolg weten we ook al niets. De feestdagen kunnen het slechte huwelijk juist hebben verlengd. Misschien was de bungalow al geboekt en de reepoulet groot ingeslagen.

Conclusie

Uit onderzoek blijkt dat 61 procent van ondervraagde familierechtadvocaten denkt dat er een piek zit in echtscheidingsaanvragen na vakanties en feestdagen. Het opiniestuk in nrc.next ging alleen over feestdagen. En niet eens alle feestdagen: alleen Kerst. Dan is de stelling dat de meeste echtscheidingen na de Kerst worden aangevraagd, op zijn zachtst gezegd overmoedig. Want misschien ligt de grootste piek wel na de zomervakantie. Dit blijft onduidelijk. We beoordelen deze uitspraak als ongefundeerd.