Jongeren lopen met knuppels en machetes door de straten

Genocide dreigt in de CAR zoals in Darfur. Daarom stuurde Frankrijk een interventiemacht.

In de wijk Fouh van Bangui, de hoofdstad van de Centraal -Afrikaanse Republiek (CAR), stond gisteren een moskee in brand. Aangestoken. Jongeren liepen met met houten knuppels en machetes over straat. „Moslims willen we hier nooit meer zien’, zei een van de aanvallers tegen een journalist van AFP.

Sinds dit weekeinde zijn er 1.600 Franse militairen in het land om een „bloedbad” te voorkomen, zoals president Hollande gisteravond zei op het vliegveld van de hoofdstad Bangui, waar hij een tussenlanding maakte na een bezoek aan Zuid-Afrika voor de herdenking van Nelson Mandela.

De aanslag op de moskee leek op bijltjesdag in Bangui, waar sinds vorige week donderdag naar ruwe schatting 500 doden vielen bij gevechten en afrekeningen tussen christenen en moslims. Zo is de situatie in de CAR negen maanden na de verdrijving van president François Bozizé door een losse alliantie van islamitische strijders onder de naam Séléka. Séléka – een allegaartje van islamitische extremisten, gewone misdadigers, economische gelukzoekers, stropers en gerekruteerde kindsoldaten – heeft het toch al straatarme land nog verder in de ellende geduwd. Islamitische huurlingen uit de buurlanden Tsjaad en Soedan hielpen een handje. De controle over goud- en diamantmijnen spelen hierbij ook een belangrijke rol.

Met name de christelijke bevolking, ruim 80 procent, moest het ontgelden. Hulpverleners en diplomaten waarschuwden steeds nadrukkelijker voor een humanitaire ramp en zelfs een dreigende genocide – net als eerder in Darfur. Naar schatting een half miljoen mensen is sinds maart op de vlucht geslagen, 10 procent van de bevolking van 5,2 miljoen zielen in een land groter dan Frankrijk. Veel streken zijn zo afgelegen, dat informatie over slachtingen daar maar mondjesmaat naar buiten komt. Er hadden al duizenden doden kunnen zijn als Frankrijk donderdag niet snel de eerste militairen van een interventiemacht van in totaal 1.600 man naar de CAR had gestuurd, zei de Franse minister Laurent Fabius (Buitenlandse Zaken).

Dit weekeinde scheerden Franse helikopters boven Bangui. Maandag begonnen de Franse militairen met het ontwapenen van milities in de stad. Sindsdien is het geweld geluwd. Maar veilig is het er nog allerminst. In de nacht van maandag op dinsdag werden zeker zes moslims gelyncht, uit vergelding voor wreedheden die islamitische strijders eerder begingen. En in dezelfde nacht sneuvelden twee Franse soldaten toen ze in de buurt van het vliegveld onder vuur werden genomen.

Politieke logica is ver te zoeken in de CAR, waar perspectief op goede banen voor jongeren ontbreekt. Het conflict in het land heeft een scherp religieus karakter gekregen. Op het platteland hebben zich de afgelopen maanden zogeheten Anti-Balaka strijders georganiseerd, de meesten christenen, uit zelfverdediging tegen de islamitische aanvallers. De jongste geweldsgolf werd vorige week donderdag ingezet toen zulke christelijke milities Bangui aanvielen, en strijders van Séléka belaagden die de hoofdstad bezetten. Tienduizenden inwoners zochten een veilig heenkomen, bij het door de Fransen gecontroleerde vliegveld en in kerken, kloosters en moskeeën. Dat veroorzaakte in een paar dagen een vluchtelingenstroom van 100.000 mensen, aldus de VN. Anderen begonnen zich te bewapenen, met geweren en machetes.

Volgens Thibaud Lesueur, analist van de International Crisis Group (ICG), is de komst van de Franse troepen en die van de Afrikaanse Unie een zeer welkome ontwikkeling, maar nog geen garantie dat de rust nu weerkeert. De christelijke milities trokken zich donderdag terug op het platteland rond Bangui. Ze zijn nog steeds zeer goed bewapend. Er gaan geruchten dat ze steun krijgen van voormalige regeringssoldaten die zeggen loyaal te zijn aan de in maart verdreven president François Bozizé.

Denkbaar is het scenario van een „stadsoorlog en religieuze slachtingen”, schrijft Lesueur op zijn blog. Gevreesd moet worden dat de Franse troepen te gering in aantal zijn om zo’n massale clash tussen strijders van Séléka en Anti-Balaka in te dammen. Ook is mogelijk dat de christelijke milities Bangui niet zullen aanvallen, maar dat de stad „tactisch en psychologisch onder belegering” blijft. Slechts in het gunstigste scenario is ontspanning mogelijk, maar dan moeten moslim- en christelijke leiders voldoende gezag kunnen uitoefenen om de strijders tot ontwapening en verzoening te bewegen.

„Niemand kan dat beantwoorden”, zei de Franse ambassadeur bij de VN, Gérard Araud, op vraag of de Franse troepensterkte en die van de Afrikaanse Unie komende maanden voldoende is om de situatie in de CAR te stabiliseren. Gisteravond kwam de Franse president François Hollande alvast poolshoogte. Hij wilde de Franse militairen een hart onder de riem steken, na het sneuvelen van twee landgenoten. En hij wilde een hartig woordje wisselen met Michel Djotodia, de rebellenleider die zich in maart namens Séléka liet uitroepen tot de nieuwe president.

Djotodia zei de komst van de Franse militairen toe te juichen, maar in de praktijk blijkt hij niet of nauwelijks grip meer te hebben op de verschillende milities van zijn Séléka. Dat maakt een uitweg uit de huidige crisis alleen maar ingewikkelder. Parijs heeft al laten doorschemeren hem zo snel mogelijk weg te willen hebben.

    • Wim Brummelman