Innemende mannen die vijf keer trouwden

Kees Brusse in zijn laatste interview (2011, AVRO).

Naast dat van Nelson Mandela werden er gisteren nog twee fascinerende levens herinnerd op televisie: van acteur Kees Brusse (1925-2013) en fotograaf Eddy de Jongh (1920-2002). Er waren zowaar onderlinge overeenkomsten, zoals een soms manische werkdrift, die wortelde in een getroebleerd verleden, en de constatering dat zij zich regelmatig de vrouwen van het lijf moesten slaan. Beiden trouwden vijf keer en waren innemend, in verschillende betekenissen van dat woord.

In de woorden van De Jongh, in een brief aan de moeder van zijn zoon David, die gedurende tien jaar allerlei beeld- en geluidsbronnen verwerkte tot een complex portret: „Het neuken staat me nader dan het lachen.” De in Het uur van de wolf (NTR) uitgezonden documentaire Foto-Eddy, Negatieven van Mijn Vader ging maar een beetje over fotografie. Hoofdonderwerp was het onvermogen goed te leven van een man die in de oorlog moest onderduiken, zijn Joodse familie vermoord zag worden en hard probeerde daar niets over te voelen. De schitterende vorm van korte getuigenissen, mededelingen op antwoordapparaten en in agenda’s, foto’s en amateurfilms documenteerde met brille de onmacht van de dierbare naoorlogse bohème,steeds in de ban van die rotoorlog: een meesterproef van documentairemaker David de Jongh.

Daarbij vergeleken was het al in 2011 samengestelde TV Monument (AVRO) voor Brusse minder dramatisch. Het laatste interview van Han Peekel met de acteur, praktisch blind en spelend met zijn zuurstofslang, was nogal conventioneel. Peekel zegt vreselijke dingen, zoals „wij gedenken de acteur, de cineast maar bovenal de mens Kees Brusse.”

Maar zijn leven was wel een groot succes en het interview buitengewoon nuttig. De kijkers van RTL Nieuws werd immers weinig meer gemeld dan dat Brusse in tv-spelletjes als Wie van de Drie had meegedaan.

In werkelijkheid was Brusse de eerste echte film- en televisieacteur van Nederland, die met zijn onderacteren en warme timbre niet declameerde of schmierde, maar authentieke mensen speelde. Het is nu nauwelijks meer voor te stellen wat voor een openbaring dat betekende. Brusse was de jeune premier in de enige Nederlandse neorealistische film, De Dijk Is Dicht (Anton Koolhaas, 1950), en gaf het vroege televisiedrama van de jaren 50 (altijd op de donderdagavond, live en dus verloren voor het nageslacht) een gezicht.

Het nadeel van Brusses naturel was dat hij altijd min of meer hetzelfde personage speelde, van de bedachtzame, dicht bij zichzelf staande, zachtaardige man. Tegenwoordig zouden we hem misschien een metroman noemen, en het is de vraag of hij daarmee geslaagd zou zijn in het verwezenlijken van zijn diepste wens: de volle aandacht van zijn vader, de sociaal bewogen NRC-journalist M.J. Brusse (1873-1941).

Na de onvermijdelijke psychoanalyse werd Brusse een meester in zijn vak. Innovatief, zoals in de door hem geregisseerde documentaire Mensen van Morgen (1964) over de toenmalige ‘jeugd van tegenwoordig’, maar ook publiekslieveling in de AVRO-serie Mensen Zoals Jij en Ik. Dat was spel, want doorsnee was Brusse in ieder geval niet.

    • Hans Beerekamp