Column

Hongaarse aardappels

Ik wil er nog even niet aan. Aan de reeruggen en de wildzwijnbouten. Aan de excellente varkensmedaillons en de ‘lukt altijd’-rollade. Ik wil nog even iets simpels. Ik kreeg dit recept van een vriendin met verre Hongaarse familieleden. Eenvoudig en erg lekker. Ik las dat er ook versies zijn van deze Paprikás Krumpli waarin spek en komijn verwerkt zijn. Maar ik vond het zo, in al zijn sobere eenvoud, heerlijk.

Schil de aardappels en snij ze in de lengte in vieren. Pel de uien en snij ze in halve manen. Fruit deze in wat ganzenvet als je dat toevallig hebt staan. Gebruik anders olijf- of zonnebloemolie.

Haal de zaadlijsten uit de paprika, snij ze in smalle repen en doe ze bij de ui. Bak dit alles op matig vuur tot alles zacht en glazig is. Zet dan het vuur heel laag en roer het paprikapoeder erdoorheen.

Zorg dat het niet aanbrandt, haal eventueel even de pan van het gas. Ik gebruikte gerookt paprikapoeder, vast volledig in strijd met Hongaarse spijswetten, maar wél heel lekker. Maar ‘gewoon’ paprikapoeder is eigenlijk beter op zijn plaats, maar wel de milde variant.

Doe de aardappelen erbij en schep alles goed om zodat alle stukken bedekt zijn met een paprikalaagje.

Doe dan de kippenbouillon erbij. Misschien heb je wat meer of wat minder nodig, dat ligt aan je pan. De aardappelen moeten goeddeels onderstaan. Breng alles aan de kook, roer goed om en laat ze op een zacht vuurtje, met de deksel erop heel zachtjes gaar pruttelen. Dat duurde bij mij een minuut of veertig. Controleer of de aardappels zacht zijn en breng op smaak met zout en peper.

Ik serveerde er – op aanraden van mijn vriendin – komkommersalade met bieslook en zure room bij. Zij eet er rookworst bij, ik een fikse gehaktbal. Wát een feestmaal. Maak vooral te veel, want de volgende dag zijn de aardappels nog lekkerder. Ik moet nog maar zien of het kerstdiner straks zo excellent smaakt.