Het verdriet van de Kaukasus, twintig jaar later

Hoeveel oorlog is genoeg? Fotograaf Oleg Klimov versloeg er misschien één te veel voor NRC Handelsblad, zo blijkt uit de documentaire ‘Brieven aan jezelf’, vanavond te zien op tv.

Zelf zag ik Oleg Klimov ooit met een zware camera om zijn nek een stoffige heuvel in Noord-Afghanistan ophollen, achtervolgd door stoffonteintjes van mitrailleurkogels in het zand. Het leek wel een film. Het was in november 2001 bij Chwadja Bahauddin, van waaruit de ‘Noordelijke Coalitie’ van Afghaanse stammen met hulp van Amerikaanse clusterbommen de Talibaan onder de voet zou lopen. Het front was rustig: vanaf een heuvel lobde een tank bedaard één granaat per minuut over ons hoofd naar de Talibaan, verderop in de oase ratelden lichte wapens, een jeep voerde nu en dan een lijk af.

Toen ik eind 2000 als correspondent voor NRC Handelsblad in Rusland arriveerde, revalideerde Klimov met een verbrijzeld been in Amsterdam: hij had een auto-ongeluk gehad. Dus was het krap een jaar later een slecht idee om richting de loopgraven van de Talibaan te hinkelen voor een foto. De schoten kwamen van ver en waren geluidloos, maar de stoffonteintjes naderden snel: toen Klimov zich hijgend en rood aangelopen in veilige bunker op de heuveltop wierp, had ik de slappe lach. „Stop met lachen, dit is niet grappig”, snauwde hij.

Oorlog is niet grappig, dat is waar. Maar lachen en wrede grappen helpen. Drank ook, en drugs. Om de knagende angst te onderdrukken die Oleg Klimov treffend beschrijft in Oleg Klimov, Brieven aan jezelf, een documentaire van Masja Nokovika die Holland Doc vanavond uitzendt. Dat onbehaaglijke, tintelende gevoel dat iemand door het kruisje van zijn vizier naar je achterhoofd staart en overweegt te schieten. Bij fotografen is dat gevoel vaak nog iets sterker omdat ze door een raampje kijken en er een beetje buiten staan, voor hun gevoel.

Dat is het tegendeel van de jeugdige onkwetsbaarheid waarmee Klimov zijn eerste oorlog inging. Afghanistan 2001 was Klimovs laatste oorlog in een reeks die ergens in 1988 begon, toen de Sovjet Unie verkruimelde, wat leidde tot vele bloedige oorlogjes aan de randen van het oude imperium: tussen Armenen en Azeri , Georgiërs, Abchaziërs en Osseten, Moldaviërs en Russen, Oezbeken en Kirgiziërs. Ruim 21 jaar was hij metgezel van de Russische correspondenten van NRC Handelsblad, waarvoor hij vanaf 1991 beeldbepalende foto’s maakte: een Armeense Madonna met een kalasjnikov, melancholieke soldaten achter een piano tijdens een gevechtpauze in Batoemi.

Hoeveel oorlog is teveel? Het is de opeenstapeling, zegt Oleg Klimov in Brieven aan jezelf, waarin hij twintig jaar later de mensen van zijn oorlogsfoto’s opzoekt. Zij herinneren zich hun oorlogen als glorietijd of trauma: het overkwam ze. Klimov ging er uit vrije wil heen. Niet uit idealisme, zegt hij, maar om de romantiek van de oorlog. Avontuur, geschiedenis die zich voor je ogen ontrolt, kan ik het aan? Hij werd geen adrenalinejunkie, verslaafd aan het gevaar en de heldenstatus; eerder trok elke oorlog een nieuwe voor in zijn ziel. Lijken, tranen, wanhoop: het stapelt zich op.

De oorlog in de opstandige Russische deelrepubliek Tsjetsjenië in 1994 was er misschien één teveel. Als Rus was hij niet langer welwillend buitenstaander toen een dronken, suf geblowde Tsjetsjeense strijder met rode ogen hem de loop van zijn kalasjnikov in de mond stak. Tijd vloeide als stroop, Klimov kan zich de rouwranden onder de nagel van de Tsjetsjeense trekkervinger nog precies voor de geest halen. Een Gradraket redde zijn leven: Tsjetsjenen en Russische journalisten zetten het samen op een rennen en doken een kelder in terwijl er meer raketten insloegen. De solidariteit van het overleven bluste de bloeddorst.

In Tsjetsjenië sneuvelde ook de laatste illusie over het jonge Rusland: in dit gedeelte krijgt de documentaire zijn relevantie. De speknekken in uniform, de cynische spionnen, de gangsters, de opportunisten, de plunderaars: zij wonnen. En zij zijn nog steeds aan de macht. Goede mensen overleefden. Als het meezat.

In een fraaie collage in de documentaire zien we Klimov in april 2000 op een pantserwagen de tot puin geschoten Tsjetsjeense hoofdstad Grozny intrekken, en daarna het Grozny van 2013. De stad is met Russische wederopbouwroebels voorzien van showkerken, moskeeën, torenflats en absurde straatkunst – posters van gangsterpotentaat Ramzan Kadirov en diens Franse vriend Gérard Depardieu.

Rivieren van bloed, en de schoften wonnen. Brieven aan jezelf toont buitengewoon indringend het verdriet van Rusland, dat grote land waar het nooit meer goed komt, en dat toch maar niet wil luisteren naar onze lessen in verlicht wereldburgerschap.

Holland Doc: Oleg Klimov, Brieven aan jezelf. Vanavond, Ned. 2, 23.00-23.55u.

    • Coen van Zwol