Een stevige tik op de vingers van staatssecretaris Teeven

Minister Opstelten (VVD) van Justitie en Veiligheid zal moeten aftreden. Zijn partijgenoot, premier Rutte, heeft het zelf gezegd. En anders moet staatssecretaris Teeven (ook VVD) maar gaan. Tenslotte heeft hij getracht te voorkomen dat Volkert van der G. proefverlof krijgt, en dat is hem niet gelukt.

Natuurlijk hoeft Opstelten noch Teeven het kabinet te verlaten. Ook al heeft de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) gisteren het besluit van de staatssecretaris vernietigd om de moordenaar van Pim Fortuyn geen proefverlof te verlenen. Hiermee is maar gezegd dat een minister-president ook in verkiezingstijd zijn woorden zorgvuldig hoort te kiezen. Rutte noemde het in een tv-debat „ondenkbaar” dat Van der G. proefverlof zou krijgen en mocht het toch zo ver komen, „dan is dat dus het einde van de minister van Justitie”.

De premier was gisteren tot de realiteit bekeerd. „We leven in een rechtsstaat”, zei hij en dus heeft de rechter in zulke kwesties het laatste woord. Het was een inzicht waar andere lijsttrekkers in dat debat (Roemer, SP, Samsom, PvdA) tussen het tandenknarsen door al wel blijk van gaven. Rutte heeft nu herhaald dat hij de regels voor proefverlof wil aanscherpen. We zullen zien.

Intussen heeft de RSJ in stevige bewoordingen een oordeel gegeven over de beslissing van staatssecretaris Teeven, die de raad als „onredelijk en onbillijk” kwalificeert. De bewindsman had het proefverlof buiten de gevangenismuren afgewezen omdat hij onrust in de maatschappij vreesde en meende dat Van der G. gevaar liep. Geen irreële verwachtingen, op zichzelf. Het probleem is dat Teeven daar zelf geen nader onderzoek naar liet doen, terwijl de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) juist tot de conclusie was gekomen dat deze risico’s met een aantal speciale maatregelen in te dammen zijn. Die maatregelen komen er nu ook, als Van der G. uiterlijk 1 februari met proefverlof gaat.

Voor dit proefverlof zijn de procedures gevolgd zoals ze te horen worden gevolgd. Van der G. is een dader met niet meer of minder rechten dan andere daders. Het laatste woord is ook in zijn geval aan de rechter, al wil een politicus als Wilders (PVV) dat niet inzien. Van der G. moet volgens hem zijn volledige straf van achttien jaar uitzitten. Alleen: daar gaat geen Kamerlid of minister over. Onafhankelijke rechtspraak, het is een kernpunt van de maatschappij. Politici die dat niet inzien, krijgen vast applaus, maar ze gedragen zich onverantwoordelijk.