De mannen die hij speelde waren stuk voor stuk herkenbaar

Kees Brusse (1925-2013)

Op zijn best was hij in films van Bert Haanstra, maar Kees Brusse is vooral bekend van tv-series en de Zwitserleven-reclame.

Kees Brusse Foto Hans Vermeulen

Over het woord underacting had Kees Brusse altijd gemengde gevoelens. Alsof het zo makkelijk was om als acteur de indruk van volstrekte natuurlijkheid te wekken. Eerder was het omgekeerde waar, vond hij, want het spelen van een waarheidsgetrouw personage vereiste niet alleen een groot inlevingsvermogen, maar ook een uiterste aan beheersing. Zodat het zou lijken alsof hij zo weinig mogelijk deed. „Je bent een zoeker en een twijfelaar, Brusse”, zou een regisseur ooit tegen hem hebben gezegd. „En dat is waar”, concludeerde hij in zijn memoires.

Kees Brusse is maandagavond gestorven in het Rosa Spierhuis in Laren, waar hij een jaar geleden zijn intrek had genomen – zijn laatste adres na een jarenlang verblijf in Australië, waar hij met zijn vijfde vrouw woonde in een cottage in de bossen bij Perth, ver weg van zijn Nederlandse vakgenoten naar wie hij af en toe toch nog wel heimwee had. Hij was 88 jaar.

Een longemfyseem had hem de laatste tijd steeds hulpbehoevender gemaakt. Dat schiep een andere werkelijkheid dan de zonnige oude dag waarvan hij in de jaren negentig nog leek te genieten in een lange serie reclamespotjes voor de levensverzekeringsmaatschappij Zwitserleven – gefilmd op Bonaire, waar hij destijds woonde. Zo leek hij de belichaming van de gerieflijk levende pensionado. Al raakte zijn aanzienlijke oeuvre als acteur en filmmaker door dat reclamewerk wel enigszins overschaduwd. Eerder was hij immers ook al de o zo betrouwbaar ogende verteller in een reeks spotjes voor Shell geweest.

Als derde van de zeven zonen van de gerenommeerde NRC-journalist M.J. Brusse, die ook de opvoedkundige roman Boefje schreef, groeide Kees Brusse op in artistieke kringen. Al op zijn elfde, in 1936, debuteerde hij als broertje van de jonge held in de film Merijntje Gijzen’s jeugd. Vijf jaar later begon hij als volontair kleine rolletjes te spelen bij het gezelschap van de vooraanstaande toneelleider Cor van der Lugt Melsert. Daarnaast verscheen hij tijdens de bezetting ook in cabaretvoorstellingen van Mary Dresselhuys, Wim Ibo en Wim Sonneveld, waar hij sketches speelde en liedjes zong. Al snel voelde hij zich in die lichte speelstijl meer thuis dan in de gedragen toon die toen nog te vaak werd aangeheven bij het traditionele toneel.

In de jaren vijftig speelde Brusse met veel succes in klassieke en moderne stukken bij diverse gezelschappen. Maar in 1960 koos hij voor een carrière als freelancer, omdat hij intussen een ideaal podium had ontdekt bij radio, tv en film. De eerste rol die hem landelijk bekend maakte, was die van de ietwat monkelende zoon des huizes in de populaire radioserie De familie Doorsnee (1952-1958) van Annie M.G. Schmidt. Spoedig werd hij, wegens zijn naturel, ook een favoriet acteur voor tv-stukken en films. Zo overtuigde hij als de begripvolle onderwijzer in de eerste Ciske de Rat-film (1955) en als de eerste inspecteur Maigret in een Nederlandse tv-versie van de Simenon-verhalen (vanaf 1964).

Zijn regiedebuut maakte hij in 1956 met een korte pedagogische film voor Pro Juventute. En in 1962 volgde zijn eerste speelfilm, de psychologische triller Kermis in de regen, die werd geprezen om de film noir-sfeer die hij had gecreëerd, maar bekritiseerd om de lacunes in het scenario. Brusse was, hoe dan ook, „een stijlvol cineast”, oordeelde filmredacteur Jan Blokker in het Algemeen Handelsblad.

Televisie en film werden zijn belangrijkste werkterreinen. In zijn succesvolle bioscoopdocumentaire Mensen van morgen (1964) maakte Brusse een mozaïek (zelf sprak hij van „een psycho-montage”) van de vraaggesprekken die hij met veel luistertalent had gevoerd met dertien jongeren. De som van hun individuele verhalen riepen een beeld op van de nieuwe generatie. Als sensitief, genuanceerd acteur was hij op zijn best in de Bert Haanstra-films Dokter Pulder zaait papavers (1975) en Een pak slaag (1979). Ook bleef hij zelfs nog geloofwaardig in Blue movie (1971) en Dakota (1974) van Wim Verstappen, hoewel de scripts daartoe weinig aanleiding gaven. En in 1982 ontving hij de Televizierring voor de tv-serie Mensen zoals jij en ik, gebaseerd op korte verhalen van de Duitse krimi-auteur Herbert Reinicker met een hoofdrol voor Brusse in elk verhaal. De titel sprak boekdelen: de mensen die hij speelde, moesten stuk voor stuk voor iedereen herkenbaar zijn.

In zijn latere jaren maakte Kees Brusse in eigen beheer nog twee tv-documentaires waarbij hij zelf vóór en achter de camera stond: : Een bijzondere tocht, over een VOC-schipper die in Australië strandde, en Vader is zo stil de laatste tijd, over de introspectie die met de ouderdom komt. Bij de presentatie van het boek Kees Brusse, herinneringen, waarin tv-maker Henk van der Horst zijn levensverhaal had vastgelegd, verscheen hij voor het laatst in het openbaar. „Ik heb een heel vervuld leven geleefd”, zegt Brusse in het slothoofdstuk.

    • Henk van Gelder