Brazilië is eigenlijk al bijna wereldkampioen

Tot de standaard voetbalwijsheden van trainers behoort dat ze zich van statistieken niets aantrekken. ‘Die cijfers zeggen mij helemaal niets. Ik kijk liever vooruit.’ Zoiets. Bondscoach Louis van Gaal is doorgaans wel nauwkeurig op de hoogte van voetbalfeiten en -historie. Het is daarom te hopen dat statistische gegevens ook hem geen bal uitmaken, anders hoeft het Nederlands elftal volgend jaar niet eens het vliegtuig naar Rio de Janeiro te nemen.

Zo is het de vraag of het wel zo verstandig was van KNVB-directeur Bert van Oostveen om vorige week bij de FIFA te protesteren tegen de mogelijkheid dat Nederland voorafgaand aan de loting in Brazilië in pot 2 zou belanden. Terwijl het net zo lekker in pot 4 zat. Frankrijk, lager genoteerd op de wereldranglijst, zou het Europese land moeten worden dat naar pot 2 met zwakke landen (die je dus graag als tegenstander zou loten) zou moeten worden verplaatst. Met het potteus bewustzijn van Van Oostveen bleek het zo wel in orde, maar de FIFA trok zich niets van hem aan. Eerst bracht president Sepp Blatter het wereldrecord ‘kortste één minuut stilte’ op zijn naam (elf seconden), dat vermoedelijk pas naar aanleiding van zijn overlijden zal worden verbroken. Daarna besloot het lot dat Italië in pot 2 kwam. Het treft daardoor Engeland, Uruguay en Costa Rica. Of dat nu lastiger is dan een poule met Spanje, Chili en Australië – Nederlands tegenstanders – daar valt zeker over te twisten.

In elk geval heeft Nederland nog nooit van Chili gewonnen en evenmin van Australië, en verloor het vaker van Spanje dan het ervan won. Nu valt daar tegenin te brengen dat Oranje in de geschiedenis maar één keer tegen Chili speelde (in 1928, uitslag 2-2) en maar drie keer tegen Australië, maar daar daarmee verandert deze statistiek nog niet.

Goed, laat het dan significanter zijn dat op vijftien van de negentien WK’s die er tot nu toe zijn gehouden, een land wereldkampioen werd dat gelegen was in het werelddeel waar het toernooi werd gespeeld.

Dat dit in Zuid-Afrika (2010) en Zuid-Korea/Japan (2002) niet het geval was, wekt geen verbazing. Ontwikkelingscontinenten op voetbalgebied. En in 1994, in de Verenigde Staten, kwam de wereldkampioen dan wel niet uit Noord-Amerika, maar wel uit Latijns-Amerika. De meest opvallende uitzondering op de regel vormde Zweden, waar Brazilië in 1958 zijn eerste wereldtitel binnensleepte.

Ten minste zo zorgwekkend voor Nederland is het gegeven dat het bij de loting werd ingedeeld in groep B. Een wereldkampioen speelt niet in groep B, zo wijst de geschiedenis uit. Op twee keer na dan. In 1994 Brazilië, dat nu eenmaal graag de uitzondering op de regel is, en in 1954, toen er voor het eerst in poules werd gespeeld, West-Duitsland. Maar dat land won de finale toen volkomen ten onrechte van Hongarije (2-0 achter, 3-2 winst). Ergens is toen de uitdrukking ‘Het blijven Duitsers’ ontstaan . Niet voor niets is die wedstrijd de geschiedenis ingegaan als ‘het Wonder van Bern’. In de groepsfase, oké het was in groep B, had Hongarije nog met 8-3 van West-Duitsland gewonnen. Ergens zijn toen trainers gaan beweren dat cijfers hun niets zeggen.

Het vaakst blijkt de latere wereldkampioen het toernooi in groep A te zijn begonnen. Inderdaad, in die groep is Brazilië nu ingedeeld. Brazilië heeft vier voordelen: het speelt in eigen land, het speelt op het eigen continent en het zit in groep A. En het zat in pot 1; bij de laatste twee WK’s zaten de latere wereldkampioenen (Italië, Spanje) ook in pot 1.

Dat kan niet meer misgaan voor de Goddelijke Kanaries. Brazilië kan hooguit strategisch besluiten om in groep A als tweede te eindigen, om zo in de achtste finales Oranje te ontlopen dat, misschien, tweede wordt in groep B, als het tenminste de statistieken negeert. Want, kunnen de Brazilianen redeneren, Nederland is de ideale tegenstander in een finale. Het enige land ter wereld dat de drie finales die het bereikte, alle drie verloor. Maar goed, dit zijn maar cijfers.

John Kroon is redacteur en commentator bij NRC Handelsblad