Bij mevrouw Wang is het licht nog een beetje aan

Bejaardenhuis No. 3 in Shanghai is goed voorbereid op een toekomst met veel dementerenden. Nu de rest van China nog.

Chinese demente ouderen knuffelen met poppen in een Alzheimer-Centrum in de stad Guangzhou. Foto Getty Images

Dankzij de uitvergrote karakters op de deur van haar nachtkastje kan mevrouw Wang haar bed in Shanghai No. 3 Bejaardenhuis nog steeds terugvinden. Zij heeft net in de multimedia-kamer, waar straatbeelden van Shanghai op de muren worden geprojecteerd, een virtuele wandeling over de vertrouwde Nanjing Lu gemaakt, China’s grootste winkelstraat. Nu ontwerpt ze, met drie andere dementerende vrouwen en zes verpleegsters, gekleurde ringen.

„Hallo buitenlander, sayonara, sayonara”, roept zij in het Chinees en in Japans – ze bracht haar werkende leven door als lerares Japans (en Chinees) en later directrice van een Shanghaise topschool. „Welkom in mijn klas”, schatert zij. Bij mevrouw Wang is, in tegenstelling tot bij andere dames op de Alzheimerafdeling van het complex, het licht nog niet helemaal uitgegaan.

Shanghai Nr. 3 Bejaardenhuis, 235 bedden in de uitgestrekte industriewijk Baoshan, is uniek en speelt een voorhoederol in de kentering in het Chinese denken over dementie. Het „geïndividualiseerde zorgconcept” is overgenomen van zorggroep Laurens en Hogeschool Rotterdam. Dit „Laurens-model” is in 2010 door het ministerie van Zorg verheven tot nationale norm waaraan tehuizen moeten voldoen.

„Wij hebben door de snelle vergrijzing te maken met een nationale zorgcrisis en die willen wij met Nederlandse hulp ook op nationale schaal gaan oplossen”, legt directeur dr. Zhang Naixi van Shanghai Nr 3 Bejaardenhuis uit. Behalve aan een buitenmuurschildering van een landschap van Hollandse tulpen en windmolens, gecombineerd met mystieke Chinese bergen, is dat te zien aan de on-Chinese kleinschalige opzet van het huis.

De benadering van patiënten is er heel persoonlijk: ze worden op ooghoogte aangesproken en veel aangeraakt. Er is, ook dankzij een legertje aan schoonmaaksters, voor de verpleegsters en verplegers veel tijd voor (digitale) geheugenspelletjes, bioscoopgang, gym en wandelingen in de ommuurde tuinen met rotspartijen en watervallen. Niemand kan verdwalen, want alle patiënten dragen een polsbandje met GPS.

Dat China kampt met een zorgcrisis is onweerlegbaar. Het aantal ouderen boven de 60 groeit van 200 miljoen(2010) naar 400 miljoen in 2040. Het aantal dementerenden, al dan niet met Alzheimer, verdubbelt in dertig jaar van bijna 10 miljoen naar bijna 21 miljoen. Er zijn zelfs in de modernste stad van China maar 500 bedden voor de 120.000 acuut hulpbehoevende dementerenden. Het plan is om in ieder Shanghais district minstens een met Nr 3 vergelijkbaar tehuis te bouwen.

„Te lang zijn ziektes als dementie en Alzheimer gestigmatiseerd. Tot voor kort dacht iedereen dat opa of oma gek geworden was; oude mensen werden verstopt. Wij moeten een enorm tekort aan moderne opvang en gekwalificeerde dokters en verplegers wegwerken’’, zegt dr Zhang. Medicijnen studeren is überhaupt niet populair, dokters hebben door de lage verdiensten en lange werkdagen nauwelijks status. Ouders op het platteland sturen hun kinderen liever naar de fabriek dan naar de verplegingsopleidingen. Werken in een fabriek betaalt beter dan de zorg en je hoeft er minder hard te werken, denkt jong China.

Mevrouw Wang had, net als de meeste Alzheimerpatiënten, ook terecht kunnen komen op een van de gesloten, overvolle afdelingen van het Shanghai Mental Hospital of een van de andere stedelijke ziekenhuizen waar dementerende ouderen worden opgeborgen, tot op de gangen en in de keukens toe.

„Wij waren ook een keer in zo’n ziekenhuis. Heel erg triest was het in die gevangenis met tralies. Wij hebben veel geluk gehad”, zegt mevrouw Wang’s enige dochter Zhangzhang, ook lerares. „Wij hadden haar liefst bij ons thuis gehouden, maar dat ging niet meer. Zij liep elke dag weg, viel van de trap, raakte gewond en had ook steeds vaker last van psychotische aanvallen”, vertelt zij.

Zhangzhang heeft er grote moeite mee dat ze niet meer voor haar moeder kan zorgen, maar dat ging niet meer in haar kleine appartement, waar ook een 20-jarige (klein)zoon woont. Zij voelt zich iedere dag schuldig. Zij en haar man betalen de rekening van moeders opvang graag.

„De zorg voor zieke ouders overdragen aan anderen wordt door velen beschouwd als het verzaken van de Confuciaanse verplichting van kinderen om voor ouders en grootouders te zorgen”, legt dr. Zhang Naixi uit. Zeventig procent van de Chinese families zoekt nooit medische hulp voor dementerende ouders of grootouders, al is daar alle aanleiding toe. Dat is maar goed ook, want die opvang is er ook niet.

De dertig procent die wel opvang gebruikt, betaalt de rekening grotendeels zelf. Geen medische verzekering in China dekt dit soort kostbare, gespecialiseerde zorg, ook niet voor de allerarmsten.